maandag 30 december 2019

Favorieten van 2019





Albums (alfabetisch)

Bleached – 'Don't You Think You've Had Enough?'
Le Butcherettes – 'bi/MENTAL'
Cherry Glazerr – 'Stuffed & Ready'
Shana Cleveland – 'Night of the Worm Moon'
Feels – 'Post Earth'
Gróa – 'Í Glimmerheimi'
Knife Wife – 'Family Party'
Mozes and the Firstborn – 'Dadcore'
Nots – '3'
Priests – 'The Seduction of Kansas'
Trapper Schoepp – 'Primetime Illusion'
Tacocat – 'This Mess Is A Place'
Together Pangea – 'Dispassionate'


Songs (die niet op bovengenoemde albums staan)

Deadbeat Beat – 'You Lift Me Up'
Death Valley Girls – 'Dream Cleaver'
Ex Hex – 'Cosmic Cave'
Girl Friday – 'Lullaby No. 13'
Mark Lanegan – 'Night Flight to Kabul'
Shannon Lay – 'The Dream'
Mudhoney – 'Vortex of Lies'
Pip Blom – 'Tinfoil'
Julia Shapiro – 'Natural'
Shitkid – 'Summer Break'
Sleater-Kinney – 'Hurry on Home'
Suo – 'Who's It Gonna Be?'
Tacocat – 'Retrograde'
A Tribe Called Red – 'The OG'
Twen – 'Damsel'
Scott Yoder – 'Sugar on Your Lips'


Optredens (chronologisch)

A Tribe Called Red, Botanique (Brussel), 10.02
Feels, Aap (Gent), 24.03
Trapper Schoepp, huiskamerconcert (Wevelgem), 01.04
Cherry Glazerr, Botanique (Brussel), 09.04
Priests, Botanique (Brussel), 20.05
Calvin Johnson, dB's (Utrecht), 28.05
Le Butcherettes, Bear Rock (Andenne), 28.06
Steel Shit Do Drugs, Chaff (Brussel), 15.07
Tacocat, Botanique (Brussel), 01.09
Scott Yoder, Slow Bear e.a., Kunstroute Oud-Heverlee, 22.09
Together Pangea, Muziekodroom (Hasselt), 20.09
Mozes and the Firstborn, Mosterdpop (Elsloo), 05.10
Shana Cleveland, Botanique (Brussel), 25.10


https://www.facebook.com/overfromunderground/



vrijdag 27 december 2019

Kim Gordon – 'No Home Record': hermetisch meeslepend


Zonder dat je de parameters op voorhand concreet kon invullen, klinkt Kim Gordons eerste plaat onder eigen naam helemaal naar de lijn der verwachtingen. Dat het vroegere Sonic Youth-boegbeeld - steeds minstens één oog gericht gehouden hebbend op de beeldende kunsten - van experiment en non-conformisme een handelsmerk maakte, laat zich namelijk duidelijk gehoren.


Opener 'Sketch Artist' plaatst zonder verpinken classicistische vioolklanken naast dromerige soundscapes en dreigende industrialdreunen, wat dan ook helemaal logisch overkomt. Met invloeden van onder andere noise, slaapkamerpop en no wave is 'No Home Record' een langspeler die tegelijkertijd klassiek en futuristisch aandoet, en toegankelijkheid en hermetisme haast als vanzelfsprekend hand in hand laat gaan.

Terwijl het ritmische en de uitgesproken dynamiek een belangrijke plaats in het geheel in nemen, hint Gordon met haar karakteristieke, diep in de keel geproduceerde, gedurende jaren in het collectieve geheugen genestelde stemgeluid vocaal slechts af en toe vaagweg naar een melodie. Waar de lyriek doorgaans minimalistisch en open voor interpretatie blijft, kan je er niet om heen dat de relatiebreuk met Thurston Moore, die ondertussen reeds ruim acht jaar geleden plaats vond, bij momenten duidelijk opduikt in de thematiek. Wie autobiografie 'Girl in a Band' las, heeft bijvoorbeeld nauwelijks duiding nodig bij 'Don't Play It'.

'No Home Record' is aldus een grillige, meeslepende en sfeerscheppende plaat die muzikaal vakmanschap ondergeschikt maakt aan artistieke expressie.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


maandag 23 december 2019

Scott Yoder – 'No Longer Apart': tijdloze, weemoedige glamfolk


Net voor het jaareinde completteerde Scott Yoder zijn tweemaandelijks geloste, zesdelige dubbelsinglereeks, waardoor hij op zich qua output ook in 2019 een goedgevulde langspeler bij elkaar pende. Het met full band gebrachte, nostalgische, klassiek opgezette folky maar inventief uitgewerkte singersongwritermateriaal dat zowel ingetogen naar voren weet te komen als bij momenten richting garage annex glamrock uitstapt, vertoont trouwens eenheid genoeg om samen op een plaat een perfect geheel te vormen.


De finale titelsong is een in een fade-outende gitaarsolo uitmondend, aan en dikke jaren 70-gitaarrocksound opgehangen, majestueus slepend nummer, terwijl B-kant 'Wither on the Vine' dan weer meer aansluiting zoekt bij wat vinniger folky garagapopmateriaal. Zoals doorheen de hele serie het geval is, zorgen Yoders stemtimbre en weemoedig meeslepende zanglijnen voor een nostalgisch gevoel van grandeur vergelijkbaar met dat van klassieke films toen het medium nog relatief nieuw was (waar overigens thematisch geregeld aan gerefereerd wordt).

Op die manier sluit Scott Yoder zijn jaar eens te meer erg productief af, zowel qua tourschema als op het vlak van studioproductie.



dinsdag 17 december 2019

Scully – 'Encounters': zweverige zwanenzang


Nadat half september reeds finaal een punt werd gezet achter hun liveshows, vormt Scully's tweede ep nu de definitieve zwanenzang van het Amerikaanse trio. In zijn totaliteit blijft hun officiële oeuvre daarmee steken op (over tien songs verspreide) zowat 32 minuten zweverige indierock.


'Encounters' herbergt vier meeslepend groovende nummers die een in reverb gedrenkte, zich zowat op het snijvlak tussen surf en new wave bevindende gitaarsound centraal plaatst. Terwijl de ritmesectie een soepele en vinnig heupwiegende kadans op de mat brengt, vormen de ijle, dromerige vocalen eerder een extra sfeerscheppende aanvulling op de rest van het instrumentarium dan dat ze een uitgesproken extra dimensie aan het geheel toevoegen.

Scully's laatste ep klinkt daardoor heel etherisch en laat de band haast even geruisloos als ze een jaar of drie geleden kwam aanwaaien, weer verdampen.



dinsdag 10 december 2019

Mudhoney – 'Morning in America': niets ingeboet aan intensiteit


Ook dit jaar schopt Mudhoney nog eens flink tegen de schenen van het (politieke) establishment. “I can see what they're trying to do, We know who they're gonna screw, Oh baby, it's me and you”, legt de openingszin van de zeven nummers tellende 'Morning in America'-ep meteen de vinger op de wonde.


Terwijl het titelnummer even later geen spaander heel laat van de huidige Amerikaanse maatschappij, is het generatiekloofsgewijs opmerkelijk dat het ervaren viertal uit Seattle met 'Let's Kill ourself Live Again', in een gebaldere herwerking van een vorig jaar reeds uitgebracht nummer, alweer frontaal de aanval inzet op hét symbool bij uitstek van de hedendaagse jeugd. Met hetzelfde vuur waarmee vroeger - toen er in de verste verder nog geen sprake was van Facebook, Snapchat, Instagram en consoorten - het standpunt en de situatie van jong adolescente outcasts werd verdedigd annex uitgeklaard, haalt Mark Arm hier namelijk het hele sociale media-gegeven door de bloederige mangel.

Met zijn snerende stemtimbre waar de tand des tijds geen enkele invloed op uitgeoefend lijkt te hebben, ventileert de messcherpe frontman zijn frustraties nog steeds diep vanuit de ingewanden; en ook instrumentaal wijkt Mudhoney amper af van de eind jaren 80 ingeslagen weg. De gitaren piepen, kraken en scheuren als vanouds, en klinken gewoontegetrouw superfuzzy en bigmuffy met hier en daar ook nog eens de ertussengeschakelde wah wah-pedaal ingeduwd. De dynamiek van de grungy garagepunk schippert vertrouwd tussen episch slepend en snedig punkrockerig.

Door hun vintage rauwe totaalsound en dito, non-conformistische geest los te laten op de wereld zoals die zich heden ten dage presenteert, weet Mudhoney anno 2019 nog steeds relevant voor de dag te komen.



dinsdag 19 november 2019

Mark Lanegan Band – 'Somebody's Knocking': (nog steeds) eighties troef


Drie Mark Lanegan Band-platen na 'Blues Funeral' gaat Dark Mark nog steeds verder op de in 2012 ingeslagen weg, wat neer komt op in reverb gedrenkte gitaren, mechanisch klinkende drums en heel wat eighties synths.


Terwijl de combinatie van de donkere retrosound met de doorleefde bariton ondertussen helemaal vertrouwd aanvoelt, weet opener 'Disbelief Suspension' alsnog te verrassen door vocaal (zanglijn en productie) terug te grijpen naar meer dan dertig jaar geleden, met name vooraleer de toenmalige Screaming Trees-frontman de innerlijke bluesman in zichzelf ontdekte en toen hij steevast geconfronteerd werd met stempartijen die door de gebroeders Conner qua toonhoogte net buiten zijn bereik geschreven werden. Qua dynamiek staan midtempo, dansbare, jaren 80-pop- ('Penthouse High') en rocksongs ('Letter Never Sent') in zowat een 50/50 afwisseling met traag slepende nummers die de ene keer wat balladeachtig zijn ('Playing Nero') en de andere keer zowel richting trip- ('Paper Hat') als hiphop ('War Horse') kunnen evolueren.

'Somebody's Knocking' ligt daarmee op het vlak van stijl en kwaliteit helemaal in lijn met 'Phantom Radio' en 'Gargoyle'. De langspeler is geen absoluut, haast conceptueel meesterwerk over de gehele lijn zoals 'Blues Funeral', maar eerder een oerdegelijke verzameling prima materiaal met hier en daar enkele uitschieters.

Mark Lanegan live aan het werk zien kan binnenkort onder andere in Turnhout (De Warande, 05.12), Hasselt (CCHA, 06.12) en Roeselare (De Spil, 07.12).



vrijdag 8 november 2019

Gróa – 'Í Glimmerheimi': broeierig bruisende artpunk


Gróa is een jonge IJslandse artpunkband die met 'Í Glimmerheimi' onlangs haar tweede plaat in evenveel jaar tijd uitbracht. De lp is een even intrigerend als meeslepend en aanstekelijk werkstuk dat niet alleen getuigt van authentieke, karaktervolle songschrijverij, maar dat tevens sprankelend bruist van het leven.


Naast door het naadloos samen brengen en in elkaar laten vloeien van de meest diverse genres gekoppeld aan de uitgesproken dynamiek van de nummers, is dit laatste voor een stuk ook het resultaat van de veel persoonlijkhheid verradende productie die in grote mate met het gegeven van auditieve ruimte speelt. Terwijl de ritmesectie (bestaande uit een broeierige bas en gevarieerde, van snedig hyperkenetisch over tribaal tot loomsteady tempo-onderhoudend gaande drums) zich doorgaans nog net op beleefdheidsafstand bevindt (met de leadvocalen nog iets verder weg), komen de backings vaak snel, doelgericht en abrupt van in de achtergrond aanwaaien en kan het zomaar voorvallen dat bijvoorbeeld een streepje piano direct en van vlakbij tegen je oorschelp aanschurkt.

Doordat het instrumentarium zich doorheen het album geregeld in wisselend samengestelde constellaties groepeert die elkaar stilistisch, qua intensiteit dan wel sfeergewijs af- en aantrekken, wekt het geheel een enorm vivante indruk. Wanneer alles dan weer op dezelfde lijn wordt getrokken, is de boost daardoor des te groter en wordt de luisterervaring naar enorme hoogtes gestuwd. Door elkaar meanderend kom je zo invloeden van ondermeer (post)punk, lo-fi, reggae, new wave, oeroude traditionele muziek en psychedelica tegen, zij het altijd als organisch bewegende eenheid.

Het karakter van het album kan van het ene moment op het andere overschakelen van hypnotizerend groovy naar opzwepend, al blijft het ten allen tijde uiterst aanstekelijk. Een belangrijke rol is hierin ook weggelegd voor de vocalen die in de strofes vaak met bezwerende zanglijnen naar voor komen om in de refreinen dan weer sloganesk catchy los te barsten.

Gróa levert op die manier een edgy, poëtische, frisse indieplaat af die bewijst dat grenzeloosheid aanstekelijkheid niet in de weg hoeft te staan.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


donderdag 31 oktober 2019

Suo – 'Dancing Spots and Dungeons': tussen garage en soul


Hoewel Suo het soloproject van Boytoy's Saara Untracht-Oakner is, krijg je op debuut 'Dancing Spots and Dungeons' – door het inhuren van drummer Nick Murray en het basspel van producer Kyle Mullarky – toch een volwaardige band te horen. Het resultaat van deze samenwerking is een heel gevarieerde indieplaat die geregeld nog wel raakt aan de vuige garagerock van Untracht-Oakners primaire band, maar evenzeer weet op te schuiven richting soulvolle poprock als andere uiterste, en zich doorgaans in het spectrum ertussenin bevindt.


Terwijl het verbeten 'Suffer' en het naar de jaren '50 knipogende 'Honey I'm Down' de twee genoemde grenzen afbakenen, klinken opener 'Unsatisfied Blood' en 'Mister Al' midtempo funky, kijken The Rolling Stones mee over de schouder bij 'Whisper Love' en is het prachtig melancholische 'Who's It Gonna Be' een (weliswaar met retrobackings) tijdloze ballad. Wat alles samen bindt zijn de swingende groove en Untracht-Oakners kenmerkende vocalen die steevast met aanstekelijke zanglijnen voor de dag komen. Het geheel komt op die manier gepolijster, weemoediger en minder rusteloos over dan Boytoy.

In Suo vond Saara Untracht-Oakner met andere woorden een ideaal vehikel om haar rustigere, meer poppy hersenspinsels naar buiten te brengen.



zaterdag 26 oktober 2019

Shana Cleveland in Botanique (Brussel) op 25.10.19


Slechts enkele maanden na de geboorte van haar eerste kind trok Shana Cleveland de Atlantische Oceaan over met partner, baby en schoonmoeder voor een kleinschalige tour op Europese bodem die onder meer halt houdt in de ondergrondse Witloof Bar van de Botanique.


Na een kleine valse start waartijdens de keyboards nog dienen afgesteld te worden opent de frontvrouw van La Luz met het intimistisch dromerige 'A Ghost' dat nog niet op plaat verscheen. Clevelands stem klinkt zuiver, helder en melancholisch en wordt meeslepend begeleid door haar bezwerende fingerpicking op klassieke gitaar. Will Sprott, die meer dan eens bewijst een aardig mondje Frans te praten, ondersteunt het geheel met sfeerscheppende keyboards en discreet gebrachte backings.

De prille ouders, die aangeven met het gekende slaaptekort te kampen, belichten vervolgens met onder meer 'Don't Let Me Sleep', 'In Another Realm' en het titelnummer ruimschoots de eerder dit jaar verschenen plaat 'Night of the Worm Moon'. In een gemoedelijke sfeer die plaats laat voor gekeuvel met de toeschouwers en zelfs het uitdelen van drankjes, laat het duo zich niet opjagen en brengt beheerst en langzaam onder de huid kruipend een zowat drie kwartier durende set vol hypnotizerende etherische folk.

Songs als 'Holy Rollers' en 'Itching Around' uit 'Oh Man, Cover the Ground' laten de dynamiek even over halverwege lichtjes crescendo gaan. Shana Cleveland tovert zaal om in een spirituele, haast onaardse omgeving, en stuurt, na een druk gesolliceerd bisnummer, de aanwezigen met de warme herinnering aan een beklijvend optreden terug de realiteit in.



zondag 6 oktober 2019

Mozes and the Firstborn tijdens Mosterdpop (Elsloo) op 05.10.19


De kansen dat je Mozes and the Firstborn met zekerheid nog eens live aan het werk kan zien, zijn ondertussen op minder dan een hand te tellen. Komende eindejaarsperiode speelt het kwartet namelijk twee (voorlopige?) afscheidsshows in thuisstad Eindhoven, waarna het muzikale project voor onbepaalde tijd on hold komt te staan. Tot het zover is, komen ze weliswaar nog de eerder geboekte afspraken na, waaronder die met Mosterdpop, een lokaal festival in het grensgebied aan de Maaskant.


Openen doet Mozes and the Firstborn daar met gouwe ouwe 'Peter Jr.' “Nobody cares at all,” klinkt het refrein oorwormerig dreinend; woorden die in hindsight, en met flink wat zin voor overdrijving profetisch overkomen met betrekking tot de band. Uiteraard is dit een overstatement van jewelste, maar je kan je zo inbeelden dat het bij momenten helemaal overeenstemt met het gevoel dat op mindere dagen de kop op steekt. In een overbevolkte leefwereld met een slinkend potentieel bereik waarin het constant strijden is voor elke morzel grond, is het immers onmogelijk iedereen te geven wat hij/zij verdient. En dat is in dit geval behoorlijk wat.

De Nederlanders hebben immers al jaren een indrukwekkende totaalsound op punt staan, blinken uit in soepel en dynamisch samenspel en beschikken met Melle Dielesen over een frontman die zich steeds vol overgave smijt en die tevens een songschrijver huisvest die altijd iets te zeggen heeft gehad. In de concertzaal van De Dikke Stein rijgen ze bovendien het hitgevoelige materiaal dat binnen het gitaarrockgenre diverse stijlen omhelst zoals melodieuze grunge ('Marianne'), galmende indierock ('Sad Supermarket Song'), onversneden garagerock ('Bloodsucker') en psychedelische pop ('I Got Skills') moeiteloos aan elkaar. Dat ze daarbij kleppers zoals 'Crawl', 'Baldly', 'Nowhere Bound' en 'What Am I Worth' zonder kwaliteitsverlies zomaar kunnen thuislaten, geeft aan wat een geweldig oeuvre het combo doorheen de jaren wel niet bij elkaar schreef.

Voor een intens expressief gebrachte versie van het energieke 'Dadcore' laat Dielesen de gitaar eventjes voor wat ze is. Laat je door deze song trouwens niets wijsmaken. Al zal de band geregeld overvallen worden door een flinke dosis twijfel, valt de tekst weldegelijk cynisch te interpreteren. Mozes and the Firstorn klinkt namelijk allerminst ouwbollig en komt nog steeds fris van de lever en roestvrij voor de dag. De gebrachte performance op Mosterdpop is energiek en expressief, en soms wat over the top; licht ironisch in het geval van gitarist van Doorn en bassist Blommaert, steeds met een kern die vanuit het diepst van zijn wezen komt in het geval van Dielesen, zelfs wanneer hij na het slotakkoord van afsluiter 'Gimme Some' er nog wat woest wanhopige oerkreten uitperst welken de andere groepsleden vervolgens, humoristisch de angel uit de spanning halend, nog even herhalen.

Met een steeds helderder zicht op het einde van een tijdperk bracht Mozes and the Firstborn aldus eerlijk en vol toewijding een meeslepende set die alles te bieden had waar de band doorheen de jaren voor gestaan heeft en nog steeds staat.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


donderdag 3 oktober 2019

Chastity Belt – 'Chastity Belt': eenvormige, sfeervolle luisterplaat


Toen Chastity Belt zowat exact vier jaar geleden (relatief) doorbraakalbum 'Time to Go Home' live in Europa kwam promoten, beleefde het viertal uit Seattle niet de beste tijd, vermits frontvrouw Julia Shapiro met een volledig kapot gezongen stem sukkelde en zich desondanks plichtsbewust en tegen beter weten in avond na avond op de planken bleef hijsen. Sindsdien veranderde ze (noodgedwongen?) van zangtechniek, en wisselde ze haar vocale scherpte in voor een soort etherische zoetgevooisdheid. Neem je Shapiro's solodebuut mee in rekening, is het recente 'Chastity Belt' al het derde album waarop dit het geval is.


Hoe langer hoe meer begin je daarenboven te merken dat dit alles ook zijn invloed heeft op de rest van de band en de manier van songschrijven. Chastity Belt gaat op de nieuwe plaat immers niet langer op zoek naar catchy hooks, bezwerend aanzwellende climaxen noch energieke erupties, maar mikt eerder op een veelheid aan ingetogen gehouden melodieën. Het resultaat is een dromerig voortkabbelende lp met loom door elkaar meanderende gitaarpartijen waartussen het sporadisch opduikend streepje strijker zeker niet misstaat, en een ritmesectie die slechts heel subtiel met dynamiekverschillen werkt. Het geheel schippert daardoor zowat tussen statige slowcore en dromerige indierock.

Chastity Belts vierde presenteert zich aldus als een eenvormige, sfeervolle luisterplaat die, vergeleken met het twee jaar oude 'I Used to Spend So Much Time Alone', niet langer uit het epicentrum van een depressie ontsproten lijkt, al golven er hier en daar nog wel wat naweeën langs.

Chastity Belt live aan het werk zien kan binnenkort onder andere in Utrecht (Ekko, 09.10) en Antwerpen (Kavka, 12.10).

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


vrijdag 27 september 2019

The Paranoyds – 'Carnage Bargain': aanstekelijke alternatieve rock


Na enkele eerdere ep's maakten The Paranoyds onlangs hun langspeeldebuut openbaar. Op 'Carnage Bargain' grossiert het kwartet uit L.A. in stevige gitaarrock met de meest diverse invloeden die bij elkaar gehouden worden door een aanstekelijke groove en catchy zanglijnen.


Gedragen door een solide ritmesectie en een gelaagde gitaarmuur weet de meeslepende alternatieve rock van The Paranoyds niet alleen over de songs heen genregewijs te diversifiëren. Via tempowissels kan immers ook binnen één en hetzelfde nummer snedige punkrock bijvoorbeeld naadloos overgaan in een lome lap sludge of stoner.

De vaak sfeerondersteunende keyboards kunnen de algehele feel dan weer zowel richting freakrock als richting new wave of garagepsych sturen. Het samenspel verloopt echter zo soepel dat dit alles constant organisch aanvoelt. Frontvrouw Staz Lindes' veelzijdige, karaktervolle, krachtige en vaak door backings omgeven vocalen liggen – om het even of ze nu dynamisch declameren, melodieus croonen dan wel fors uithalen – instant goed in het gehoor.

Op die manier presenteert 'Carnage Bargain' zich als een frisse, hedendaagse, tegelijkertijd popgevoelige en heavy gitaarrockplaat.



zaterdag 21 september 2019

Together Pangea + Jacuzzi Boys in Muziekodroom (Hasselt) op 20.09.19


Voor Together Pangea is de laatste week van de huidige Europese tour aangebroken die bedoeld is om de twee recentste ep's te promoten. Voor hun tweede Belgische halte deze zomer zakten de Californiërs af naar de Hasseltse Muziekodroom.

Vooreerst zijn het echter de Jacuzzi Boys die de avond aftrappen met hun fuzzy garagerock die vooral kan bogen op een energieke ritmesectie gekoppeld aan de rauwe gitaarsound en het interessante stemtimbre van frontman Gabriel Alcala. Het trio uit Miami grossiert in standaard rockprogressies die met de nodige overtuiging worden gebracht. Tegen het einde van de set weet een cover van 'Woolly Bully' de gemoederen danig te verhitten.


Together Pangea gooit de beuk er vervolgens meteen in, en vangt razendsnel aan met gejaagde versies van 'Better Find Out' en 'Looked In Too'. Hierna bewijzen onder meer 'Badillac' en 'Dispassionate' dat een snedig ritme en een stevige totaalsound dansbaar grooven en uitgesproken melodieën totaal niet in de weg hoeven te staan. De lofi-countryrocker 'Love & Alcohol' vormt het eerste (en samen met het wat later door bassist Danny Bengston gezongen 'Alison' ook enige) relatieve rustpunt in de set.
'
Terwijl het viertal uit L.A. met onder andere nog 'Offer', 'No Feelin'' en 'Friend of Nothing' uit hun gehele, ondertussen zowat vijftien jaar omspannende oeuvre put, richt de (gelegenheids?) gitarist, die deze tour de vertrokken Roland Cosio vervangt, het vizier voor enkele nummers uit de donkere 'Non Stop Paranoia'-ep kortstondig op keyboards. Samen met de effectpedalen van frontfiguur William Keegan creëert hij zo een overtuigende new wave-erige geluidsmuur.

Slechts weinigen weten ogenschijnlijke puberale ongein zo verbeten te matchen met ernst en diepgang als Keegan. 'Too Drunk to Come' en 'Sick Shit' zijn dan ook de gedroomde afsluiters waarbij de toeschouwers volledig uit hun dak gaan. Een orgelpunt plaatsend met een bondige, druk gesolliciteerde, met 'River' aanvattende bisronde, weet Together Pangea als vanouds indruk te maken. Eens te meer stonden Keegan & co immers garant voor een krachtige, aanstekelijke, meeslepende en indringende show.



maandag 16 september 2019

Scott Yoder tijdens Leffingeleuren op 15.09.19


Op de laatste dag van Leffingeleuren viel de eer de debatten te openen in De Kapel Scott Yoder te beurt. Dat deed de band rond de gelijknamige frontman in stijl, en niet enkel door fel geschminkt op te dagen in kraakwitte tropenpakken.


In een performance die qua theatraliteit niet moet onderdoen voor hun podiumoutfit, vat het veelreizende kwartet uit Seattle aan met 'Silver Boy' wier strofe solo op folkgitaar wordt ingezet waarna de rest van de muzikanten statig groovend invallen voor het refrein. Terwijl het hieropvolgende, heupwiegende 'Silver Screen Starlet' hier naadloos bij aansluit, wordt de dynamiek in de setopbouw verzorgd door stilistisch gelijkaardig materiaal in afwisseling te brengen met intimistisch folksongs genre 'Songs to Strangers' – waartijdens Yoder er met succes in slaagt de toeschouwers rondom hem te laten neerzitten op de vloer – en steviger werk zoals het door een opzwepende Latijns-Amerikaanse drumpartij aangedreven 'Back to the Story'.

Met een erg expressieve, soepel en gevarieerd zingende spilfiguur, een solide ritmesectie en een kwistig uit de (en dat is een voordeel) niet al te losse pols glamrocksolo's in het rond strooiende Fiona Moonchild, zocht en vond het excentrieke combo overvloedig aansluiting van het steeds meer enthousiasmerende publiek. Terwijl ook het nagelnieuwe 'Gold in the Hills' en het psychedelische 'Ways of Love' het tot de setlist schoppen, eindigt het optreden via het stevig dreunende 'Goodbye Lady Day' tenslotte letterlijk en figuurlijk met een knaller van formaat.

Tijdens Leffingeleuren bewezen de leden van Scott Yoder dat hun meeslepende mix van folk, glam en garage op een groot podium minstens even goed uit de verf komt als in de kleine, zweterige zaaltjes waarin we hen eerder aan het werk zagen.



zaterdag 7 september 2019

Twen + The Klittens in Altstadt (Eindhoven) op 06.09.19


Aan het eind van de week waarin de stad met Mozes and the Firstborn haar gitaarrockvaandeldragers verloor, programmeerde Gruismeel in het Eindhovense Altstadt Tacocat, dat zowat dezelfde set als eerder in Brussel speelde. De door Emily Nokes & co op sleeptouw genomen, vaste tourpartners voor deze Europese episode, Twen, waren – in tegenstelling tot in de Witloof Bar die zonder voorprogramma's werkt – deze keer wel van de partij. Eerst was het echter de beurt aan The Klittens die door de organisatie aan de line up werden toegevoegd.

Terwijl Yaël Dekker de band front met haar gevarieerde vocalen, is het (vooral) drumster Laurie Zantinge die in interactie treedt met het publiek, en is het leadgistariste Winnie Conradi die (onder meer met catchy riedels, noisy akkoordenprogressies en onverwachte feedbackerupties) de dynamiek verzorgt. Het Amsterdamse vijftal speelt voorlopig nog charmante, van tempo- en genrewissels doorspekte lofi-rock die zulk een diverse invloeden (gaande van (post)punk, over garage tot slowcore) tentoon spreidt dat ze de stelligste indruk wekt nog heel wat potentie te herbergen. Hun getalsterkte laat The Klittens – die als voorlaatste nummer hun “Youtubesong” (sic) 'Bleeding Gums' brengen – toe heel gediffersifieerd met de backingvocalen te spelen, waar ze dan ook overvloedig gebruik van maken.




Met hun coherente, in galm gedrenkte totaalsound wekt Twen vervolgens meteen een zeer gedegen en ervaren indruk. Door deze overdaad aan reverb op stem en gitaar krijgt de dynamische, krachtige indierock van het ondertussen vanuit Nashville opererende kwartet contant een soort etherische feel mee. Terwijl vooruitgeschoven single 'Damsel' van hun binnenkort te verschijnen studio-debuut plaats twee op de setlist toegemeten krijgt, maakt de zuiver, hard en efficiënt uitpakkende Ian Jones behoorlijk wat indruk met de in zijn eentje opgetrokken, overdonderende gitaarmuur. Toch blijken Jane Fitzsimmons vocalen sterk genoeg om voldoende ruimte voor zichzelf te creëren. Aldus stond Twens garant voor een even sfeervolle als meeslepende performance.

Hierna is het voor Tacocat een koud kunstje deze avond glorieus te besluiten.



maandag 2 september 2019

Tacocat in Botanique (Brussel) op 01.09.19


De tijdsgeest lijkt hoe langer hoe meer klaar om de in een melodieuze punkrockverpakking gepresenteerde, sugarcoated maatschappijkritiek van Tacocat helemaal in de armen te sluiten. Getuige hiervan - na ruim tien jaar onvervaard in het zadel - een recente toevoeging aan het Sub Pop-roster en een level up qua Belgische concertlocatie van een gratis toegankelijke show in het inmiddels ter ziele gegane café Video enkele jaren geleden naar de Witloof Bar van de Botanique.


Hoewel het kleurrijke kwartet uit Seattle gekomen is om een nieuwe plaat voor te stellen, trappen ze de avond af met twee oudere nummers. Het zonnige 'Bridge to Hawaii' en aanklachtsong 'The Internet' zetten meteen de toon voor de rest van het optreden. Terwijl de expressief performende frontvrouw Emily Nokes en de uiterst gevarieerd voor de dag komende gitarist Eric Randall instaan voor het melodieuze kant van de zaak, vormen de zich zichtbaar in haar nopjes voelende drumster Lelah Maupin en de onverstoorbare bassiste Bree McKenna een krachtige en dynamische ritmetandem die het geheel energiek aanstuwt. Allen ondersteunen (al dan niet tegelijkertijd) Nokes' zanglijnen met passende vocale harmonieën.

Vervolgens wordt een aanzienlijk deel van de opbouw voorbehouden aan materiaal uit het eerder dit jaar verschenen 'This Mess Is A Place' (onder meer 'Hologram', 'The Joke of Life' en 'New World'), waarna, toewerkend naar de finale (die een orgelpunt vindt in toegift 'Hey Girl'), songs als 'Crimson Wave', 'I Love Seattle' en 'Volcano' (veruit het alleroudste nummer op de setlist) in afwisseling komen te staan met recent werk. Tijdens het spelen merk je dat de leden van Tacocat elkaar ondertussen (zowel muzikaal als persoonlijk) door en door kennen waardoor ze naar voren komen als een organische eenheid die deels gestoeld is op een onverwoestbare vriendschap en deels op een onuitputtelijk spelplezier gekoppeld aan de nood een gezamenlijk ethisch besef uit te dragen. Tacocat kan, met andere woorden, niet snel genoeg nog eens naar België komen.



vrijdag 30 augustus 2019

Shannon Lay – 'August': sprankelende indiefolk


Dat ze met haar derde soloplaat terecht kon bij Sub Pop, gaf Shannon Lay's carrière zo'n instant boost dat ze zich genoodzaakt zag (tijdelijk?) haar rol als schaduwfrontvrouw bij Feels on hold te zetten. De op 'August' (verwijzend naar de maand waarin ze haar dayjob eindelijk vaarwel kon zeggen) geserveerde indiefolk klinkt ingetogen, beheerst en kristalhelder, maar komt door het sprankelende gitaarspel – gelijk of het nu om gedreven fingerpicking dan wel fris van de lever gestrum gaat – als geheel uiterst vivant naar voren.


Stilistisch blijft de artieste uit L.A. grotendeels uit het vaarwater van het Americana-genre vermits ze haar invloedensfeer eerder uit de Europese folklore en hofmuziek haalt, nog voor er inmenging was van gospel en aanverwanten. Dit komt vooral tot uiting in de door Lay's zoetgevooisde, soepele en diepe vocalen neergelegde zanglijnen.

Door een directe, no-nonsense productie komt het album daarenboven authentiek en oprecht voor de dag. Geheel in overeenstemming hiermee werd de muzikale inkleding (onder andere een occasionele strijker en een sporadisch opduikende, door enkele basnoten begeleide, minimalistisch gehouden drumbeat), zowel met het oog op sfeerschepping als op dynamiek, sober en efficient gehouden. Aldus laat Shannon Lay met 'August' een prima, meeslepende, binnen (ruime) grenzen van het folkgenre gevarieerde langspeler op de wereld los.

Shannon Lay live aan het werk zien kan begin volgend jaar (als opener voor Mikal Cronin) onder meer in Amsterdam (Bitterzoet, 20.02) en Brussel (Botanique, 21.02).



zondag 18 augustus 2019

Sleater-Kinney – 'The Center Won't Hold': Brownstein en Clark op de voorgrond


Annie Clarks (St. Vincent) productie drukt zo'n zware stempel op Sleater-Kinney's nieuwste dat je de band geheid niet zou herkennen moest je ergens in de achtergrond een song van 'The Center Won't Hold' horen langswaaien. De elf nummers tellende langspeler verdrinkt namelijk in new wave-, industrial-, gothic- en eighties stadionpoprock-geluiden.


De evoluties die het trio totnogtoe doormaakte voelden altijd organisch aan, en dat is nu niet meer het geval. Zo moet drumster Janet Weiss het alleszins ook ervaren hebben, vermits ze tussen opname en release besloot de groep te verlaten wegens de recent ingeslagen richting. Door het ontbreken van zowel de eerder immer sterk uitgestraalde spontane eendrachtigheid als de interactie (vocaal en op het vlak van de kenmerkende in elkaar strengelende gitaarpartijen) tussen frontvrouwen Corin Tucker en Carrie Brownstein lijkt het Amerikaanse combo een belangrijk deel van haar identiteit te zijn kwijt geraakt. Al te vaak (bv. 'Bad Dance', 'The Dog/The Body', 'Restless' en 'Can I Go On') wekt het album zelfs de indruk om een solo zij-uitstapje van Brownstein te gaan waarin deze dan vooral geen doorslag van haar hoofdproject wil presenteren.

In het totaalplaatje verdwijnt Corin Tucker immers wat naar het achterplan. Zou ze de meeste van haar eieren ondertussen in de mand van haar andere band (met o.a. Peter Buck) Filthy Friends hebben liggen? Zowat enkel op 'The Future's Here' en in mindere mate de openende titelsong krijg je haar typische, desperaat huilende oerschreeuw te horen. Daarenboven gaat de op breedgedragen emoties mikkende, afsluitende pianoballad (een zeldzaam nummer waarop Tucker eerste en enige viool speelt) haar in de context van Sleater-Kinney ook niet echt af.

Op zich had een nummer zoals vooruitgeschoven single 'Hurry On Home' (samen met 'Restless' weliswaar misschien als enige) mits wat geschaaf en gepuzzel ook op een vroeger album terecht gekund, en klinkt – los van al het bovenstaande – het geheel best avontuurlijk, dapper, gelaagd, gevarieerd en doorgaans zelfs aanstekelijk, toch valt op dat de complexloos dansbare groove, de als vanzelfsprekend ervaren, onvermijdelijk aanwezige edge en de hoogdringende noodzaak deze keer ontbreken. En laat het nu net rond deze vlakken zijn dat het door Sleater-Kinney gedurende ongeveer een kwarteeuw opgebouwde verwachtingspatroon zich hoofdzakelijk centreert.

Het minste dat je kan zeggen is met andere woorden dat 'The Center Won't Hold' verrassend voor de dag komt. De vraag is maar in hoeverre Sleater-Kinney gebaat is bij Clarks klinische benadering van hun muziek.

Sleater-Kinney live aan het werk zien kan begin volgend jaar onder meer in Amsterdam (Paradiso, 19.02) en Brussel (Botanique, 21.02).



donderdag 15 augustus 2019

Deadbeat Beat – 'How Far': spitante indierock


Aangedreven door een snedige, soepele en lichtvoetige ritmesectie die organisch de (vaak) uit zowel akoestische als redelijk ongepolijste elektrische sixstring opgebouwde, directe gitaarsound van frontman Alex Glendening ondersteunt, grossiert Deadbeat Beats derde lp overtuigend in spitante indierock.



De ster van het gerecht zijn echter laatstgenoemdes weinig productionele opsmuk nodig hebbende, soepele en karaktervolle, no-nonsense vocalen die melancholische, poppy jaren 90-gitaarrockzanglijnen aanstekelijk draperen over een veelkleurig bedje door drumster Maria Nuccilli neergelegde, haast Beatle-eske vocale harmonieën.

Op die manier krijg je vanaf de in medias res startende opener 'Baphomet' tot 'en met I'll Wait' acht stilistisch min of meer uniforme, garagerige gitaarpopparels te horen. De hieropvolgende laatste twee songs krijgen binnen de uitgezette lijnen toch een duidelijk andere inslag mee. Het lang uitgesponnen 'Tree, Grass & Stone' en afsluiter 'Dim Bulb' onderscheiden zich immers op het album met respectievelijk psychrock en western invloeden.

Met 'How Far' levert het trio uit Detroit, kortom, een prima plaat af die toegankelijke songschrijverij koppelt aan een eerlijke, sfeervolle totaalsound.






woensdag 7 augustus 2019

Knife Wife – 'Family Party': onheilspellende lofi-rock


Met zijn beklemmende sfeerschepping, prominente, simpel repetitieve baslijn en dissonante gitaarwerk herinnert de aanvang van Knife Wives debuutplaat sterk aan een vroege Sonic Youth, zowat ten tijde van Bob Bert. Dit gevoel wordt echter niet erg lang aangehouden, al vormen het experimentele minimalisme, de Unheimlichkeit en het treiterig slepende tempo wel een constante doorheen het tien nummers tellende en drieentwintig minuten durende album.


De intrigerende lofi-rock van het trio uit Washington DC herbergt immers een hele resem invloeden gaande van geperverteerde nursery rhymes over riot grrrl grunge tot punkerige synthpop. De drie dames van Knife Wife wisselen zowat per nummer van instrument en geven ook de leadstem in beurtrol aan elkaar door. Wat al deze stilistisch van elkaar verschillende (of het nu lijzig declamerend, soepel croonend of hysterisch schreeuwend is) vocalen alsnog met elkaar weet te verbinden is het immer aanwezige gevoel van ontheemding en emotieloosheid.

'Family Party' profileert zich op die manier als een erg beklijvend, indringend, duister sfeervol werkstuk.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


woensdag 31 juli 2019

Bleached – 'Don't You Think You've Had Enough?': subtiele evolutie


Sinds hun volledig in het teken van scherpgerande garagepunk staande langspeeldebuut 'Ride Your Heart' voerde Bleached een lichte koerswijziging door richting breder opengetrokken gitaarrock die ook – zowel qua riffs als qua productie – elementen van glamrock, powerpop en melodieuze punkrock incorporeert. Voor 'Don't You Think You've Had Enough?' wordt daarbovenop nog eens een opening richting disco gecreëerd, al is het genre minder prominent in het geheel aanwezig dan waar je op basis van vooruitgeschoven singles 'Kiss you goodbye' en 'Hard to Kill' op kon anticiperen.


Het framework steunt nog steeds op een stevige, ongecompliceerd dansbare ritmesectie waarboven de gezusters Clavin de songs tot een catchy en energiek eindresultaat boetseren met – gaande van in reverb gedrenkte riedels tot in your face scheurende powerchords – gevarieerd gitaarspel en aanstekelijke, helder en soepel gebrachte zanglijnen. Door snedige rocksongs, jaren 70-retroswingend materiaal en ballads in een natuurlijke symbiose te plaatsen vormt het album een organische en toch divers opgebouwde eenheid. Vreemde eend in de bijt dat alsnog als perfect orgelpunt dienst doet, is het afsluitende 'Shitty Ballet' dat aanvangt met een rauwe, intimistische akoestische gitaar en, na zowat drie minuten ernaar toewerken, uitmondt in een grootse rockclimax.

Na de met depressie worstelende thematiek van 'Welcome the Worms' en de feministische manifest-ep 'Can You Deal?' is de onderwerpkeuze dit keer minder zwaar op de hand. Frontvrouw Jennifer Clavin grijpt in haar lyriek namelijk hoofdzakelijk terug naar haar tienerjaren zoals ze die samen met haar zus beleefde. Met talloze verwijzingen naar zaken als een eerste kus, dito vakantiejob en vooral het exploreren van de grootstad (L.A.) komende van suburbia (The Valley) kan je haast spreken van een conceptalbum.

En daarmee stelt Bleached wederom allerminst teleur. 'Don't You Think You've Had Enough?' is een logische aanvulling op het oeuvre van het Amerikaanse kwartet met net dat tikkeltje evolutie zonder aan de kern van de zaak (authentieke, van genoeg diepgang voorziene, toegankelijke songschrijverij, gecombineerd met een energieke en dynamische totaalsound) te raken.



zaterdag 20 juli 2019

Girl Friday – 'Fashion Conman': gevarieerde, catchy gitaarrock


De redelijk prille, alternatieve gitaarband Girl Friday, dat in een standaard rockbezetting opereert, herbergt vier – overigens uitstekende – evenwaardige vocalistes. Samen met het feit dat elk van hen een evenredig stuk van de songschrijverij voor haar rekening neemt, drukt dit gegeven duidelijk zijn stempel op de gebrachte stijl.


Terwijl de leadstemmen elkaar soepel doorkruisen, dan wel vlot aan elkaar doorgegeven worden en vaak ondersteuning krijgen van backings, staan de songs op de vier nummers tellende 'Fashion Conman'-ep bol van de tempo-, genre- en dynamiekveranderingen. Zo begint 'Headstones' als frivole, zonnige poppunk om via een abrupt, grimmig intermezzo uit te monden in sloganeske oldschool punk. Als kers op de taart gooit het kwartet uit L.A. er als uitsmijter nog eens de eerder al openende catchy backingharmonie tegenaan. Waar het hieropvolgende fel met de intensiteit spelende 'Lullaby No. 13' zowat hetzelfde doet met grunge, postpunk en nowave, voegen 'Generation Sick' en 'Declaration Currency' nog ook nog een flinke scheut melancholische nineties rock aan het palet toe.

Dat de Amerikaansen sinds hun uit 2017 stammende debuut 'Tiny Hats' twee bezettingswissels (drums en tweede gitaar) doorvoerden laat zich trouwens best wel gehoren. Het nieuwe materiaal valt minder uitgebreid terug op zweverigere stukken, en komt puntiger en snediger voor de dag, zowel qua productie (die krachtig en helder is) als qua samenspel. Aldus zet Girl Friday zich nu helemaal op de kaart met een frisse, gevarieerde, uiterst aanstekelijke gitaarrockplaat.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/

dinsdag 16 juli 2019

Steal Shit Do Drugs & Proto Idiot in Café Chaff (Brussel) op 15.07.19


Een dag na hun verschijning op het grote Sjock Festival keerde Steal Shit Do Drugs goed acht maanden na hun eerste passage aldaar terug naar het kleinschalige podium van het Chaff-café, een biotoop waarin het Amerikaanse (post)punkkwartet nog steeds erg goed weet te gedijen.

Eerst is het echter de beurt aan het Britse drietal Proto Idiot dat grossiert in stevige, up-tempo garagepunk met een tongue-in-cheeke hyperkinetische inslag die vooral kan bogen op strak samenspel, een gestileerd edgy sound en een handvol aanstekelijke melodieën. Na een dikke tien minuten begeeft de gitaarversterker het echter onherroepelijk waardoor een korte break dient ingelast te worden waartijdens de hoofdact hun materiaal ter beschikking stelt. Ietwat gehaast breien de Engelsen alsnog een einde aan hun beknopte set waaruit blijkt dat ze bij momenten ook kunnen terugvallen op een standaard bluesy rock-'n-rollriff.


Aanvattend met Whiting Tennis gaat Steal Shit Do Drugs vervolgens verschroeiend van start met enkele intens scheurende lappen punkrock uit hun ondertussen alweer drie jaar oude debuutplaat. “Deze song heet 'Black Hole Sun',” leidt frontman Kennedy Carda hierna niet zonder een zweem van ironie een volgend nummer in om op ludieke wijze aan te geven dat de band uit Seattle komt. In werkelijkheid krijg je het nog niet op plaat verschenen, maar wel al een tijdje in de setlist circulerend 'Ice Cream Bars' te horen dat met zijn laidback groovende strofes voor het eerst de voet van het gaspedaal haalt.

Het uitlblijven van nieuw studiowerk heeft overigens allerminst met een gebrek aan songschrijverij te maken dan wel met een aantal onvoorziene bezettingswissels op gitaar. Met de door het muziekwereldje gepokt en gemazelde Robin Peringer (o.a. Band of Horses, Modest Mouse en Elliot Smith) hoopt de band ondertussen wel op een langdurige samenwerking. De onlangs geloste single 'Rollin' Around' (de eerste officiële release sinds lange tijd) laat alleszins het beste vermoeden.

Ook live blijkt het aanwerven van Peringer een schot in de roos. Zijn volle en tegelijkertijd snedige sound en gedecideerde, accurate spel laten de specifieke dynamiek van Steal Shit Do Drugs die voor een aanzienlijk stuk gedragen wordt door de met catchy hooks in het rond strooiende, dansbare ritmesectie, perfect intact. De performancegewijs expressieve en vocaal even krachtige als toonvaste Carda werkt zo begeesterend op het publiek in dat het zaaltje een hele tijd voor het inzetten van de definitieve finale ('Trash Man') helemaal wordt ingepalmd door een frivole, niet-agressieve, groovend hotsend en botsende moshpit. Op die manier zorgden Kennedy Carda & co voor een zinderende liveprestatie die halsreikend laat uitkijken naar een nieuwe langspeler.



zondag 30 juni 2019

Feels in Botanique (Brussel) op 29.06.19


Sinds de release van het uitmuntende 'Post Earth' eerder dit jaar gaat het met de populariteit van Feels duidelijk in stijgende lijn. Stond het kwartet uit L.A. tijdens hun vorige passage in België nog in het kleinschalige Gentse café Aap, mogen Laena Geronimo & co goed drie maanden later het podium van de Witloof Bar in de Botanique betreden. Ondertussen kreeg gitariste Shannon Lay een contract als soloartieste aangeboden door Sub Pop waardoor ze het momenteel te druk heeft mee op tour te trekken door Europa.


Haar vervangster kwijt zich echter uitstekend van haar taak waardoor het voor Feels kenmerkende geraffineerd spelen met de dynamiek even impressionant kan aangehouden worden als voorheen. Opener 'Tell Me' is daar meteen een goed voorbeeld van. Het nummer vangt laidback, catchy groovend aan om scherp en overdonderend los te barsten in het refrein. Wie dacht dat het niet daarna heftiger kon nog merkt zich vergist te hebben als het viertal alsnog een tandje weet bij te steken tijdens de eindclimax.

Met songs als 'Car' 'Find a Way' en 'Slippin' grossieren de Amerikanen als vanouds in van tempo- en genrewissels bol staande gitaarrock. Het prachtig slepende 'Flowers' vormt een rustpunt, en tijdens 'Tollbooth' laat frontvrouw Geronimo eenmalig haar gitaar voor wat ze is om zich enkel met een microfoon tussen het publiek te begeven.

Het zich episch ontwikkelende 'Post Earth' zet de zinderende finale in die een kernachtig orgelpunt krijgt in de snedige punkrock van 'Deconstructed'. Als de band vervolgens gedecideerd terug het podium op geroepen worden voor een bisronde verrassen ze met een geslaagde cover van Nirvana's 'Aneurysm' die instrumentaal even krachtig voor de dag komt als het origineel en een eigen twist krijgt door Geronimo's helder croonende vocalen.

Met een energieke, gevarieerde en meeslepende show weet Feels aldus moeiteloos te overtuigen.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/





zaterdag 29 juni 2019

Le Butcherettes tijdens Bear Rock (Andenne) op 28.06.19


In de schaduw van de indrukwekkende 18de eeuwse Sint-Begga kerk vond in Andenne al voor de 25ste keer het Bear Rock festival plaats, dat sinds 1995 in een dorpsfeesterige setting de meest diverse alternatieve rock naar de oevers van de Maas brengt. Als één van de hoofdacts wisten de organisatoren dit jaar niemand minder dan Le Butcherettes te strikken.


Opener 'Witchless C Spot' herbergt meteen de meest kenmerkende aspecten die het kwartet te bieden heeft, zijnde indringende, ruimschoots van catchy hooks voorziene songschrijverij, een hypnotizerende, naar het tribale neigende kadans en een uit gitaren en electronica bestaande indrukwekkende totaalsound waarboven frontvrouw Teri Gender Bender grenzeloos haar vocale duivels ontbindt. Hoewel hierop het recente 'father/ELOHIM' aansluit, wil dit niet zeggen dat het eerder dit jaar verschenen 'bi/MENTAL' een voorkeursbehandeling krijgt in de setopbouw. Met onder meer 'Burn the Scab', 'Lonely & Drunk', 'Dress Off' en 'struggle/STRUGGLE' wordt immers zowat gelijkmatig geput uit het hele oeuvre.

Dat de familiale crisis die het laatste album triggerde bij Teri tevens zorgde voor een geïntensifieerde interesse in haar eigen roots toont zich dan weer wel. Zo verbindt ze met onder meer een hoofdtooi die aan haar Mexicaanse grootmoeder behoorde, gezichtsverf en rode netkousen traditie met hedendaags in haar podiumoutfit, en ook haar energieke bewegingen houden het midden tussen rituele en moderne dans.

Al zou je kunnen stellen dat Gender Bender enorm veel drama in haar performance steekt, krijg je bij haar steevast eerder de indruk dat ze zich als medium openstelt voor allerhande van binnen- en buitenuit invloed uitoefenende krachten die ze ongebreideld laat inwerken op haar fysieke omhulsel. Eens op de planken lijkt de frontvrouw namelijk een soort kosmisch knooppunt waar onder andere cultuur, natuur, emotie, eeuwenoude geschiedenis, instinct en spiritualiteit kolkend samenvloeien.

Het hoeft dus geen verder betoog dat Le Butcherettes op een buitenpodium voor een zeer divers publiek evenzeer weten te imponeren als in een besloten zaal(tje) waar de energie tegen de muren knettert.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/