zaterdag 21 september 2019

Together Pangea + Jacuzzi Boys in Muziekodroom (Hasselt) op 20.09.19


Voor Together Pangea is de laatste week van de huidige Europese tour aangebroken die bedoeld is om de twee recentste ep's te promoten. Voor hun tweede Belgische halte deze zomer zakten de Californiërs af naar de Hasseltse Muziekodroom.

Vooreerst zijn het echter de Jacuzzi Boys die de avond aftrappen met hun fuzzy garagerock die vooral kan bogen op een energieke ritmesectie gekoppeld aan de rauwe gitaarsound en het interessante stemtimbre van frontman Gabriel Alcala. Het trio uit Miami grossiert in standaard rockprogressies die met de nodige overtuiging worden gebracht. Tegen het einde van de set weet een cover van 'Woolly Bully' de gemoederen danig te verhitten.


Together Pangea gooit de beuk er vervolgens meteen in, en vangt razendsnel aan met gejaagde versies van 'Better Find Out' en 'Looked In Too'. Hierna bewijzen onder meer 'Badillac' en 'Dispassionate' dat een snedig ritme en een stevige totaalsound dansbaar grooven en uitgesproken melodieën totaal niet in de weg hoeven te staan. De lofi-countryrocker 'Love & Alcohol' vormt het eerste (en samen met het wat later door bassist Danny Bengston gezongen 'Alison' ook enige) relatieve rustpunt in de set.
'
Terwijl het viertal uit L.A. met onder andere nog 'Offer', 'No Feelin'' en 'Friend of Nothing' uit hun gehele, ondertussen zowat vijftien jaar omspannende oeuvre put, richt de (gelegenheids?) gitarist, die deze tour de vertrokken Roland Cosio vervangt, het vizier voor enkele nummers uit de donkere 'Non Stop Paranoia'-ep kortstondig op keyboards. Samen met de effectpedalen van frontfiguur William Keegan creëert hij zo een overtuigende new wave-erige geluidsmuur.

Slechts weinigen weten ogenschijnlijke puberale ongein zo verbeten te matchen met ernst en diepgang als Keegan. 'Too Drunk to Come' en 'Sick Shit' zijn dan ook de gedroomde afsluiters waarbij de toeschouwers volledig uit hun dak gaan. Een orgelpunt plaatsend met een bondige, druk gesolliciteerde, met 'River' aanvattende bisronde, weet Together Pangea als vanouds indruk te maken. Eens te meer stonden Keegan & co immers garant voor een krachtige, aanstekelijke, meeslepende en indringende show.



maandag 16 september 2019

Scott Yoder tijdens Leffingeleuren op 15.09.19


Op de laatste dag van Leffingeleuren viel de eer de debatten te openen in De Kapel Scott Yoder te beurt. Dat deed de band rond de gelijknamige frontman in stijl, en niet enkel door fel geschminkt op te dagen in kraakwitte tropenpakken.


In een performance die qua theatraliteit niet moet onderdoen voor hun podiumoutfit, vat het veelreizende kwartet uit Seattle aan met 'Silver Boy' wier strofe solo op folkgitaar wordt ingezet waarna de rest van de muzikanten statig groovend invallen voor het refrein. Terwijl het hieropvolgende, heupwiegende 'Silver Screen Starlet' hier naadloos bij aansluit, wordt de dynamiek in de setopbouw verzorgd door stilistisch gelijkaardig materiaal in afwisseling te brengen met intimistisch folksongs genre 'Songs to Strangers' – waartijdens Yoder er met succes in slaagt de toeschouwers rondom hem te laten neerzitten op de vloer – en steviger werk zoals het door een opzwepende Latijns-Amerikaanse drumpartij aangedreven 'Back to the Story'.

Met een erg expressieve, soepel en gevarieerd zingende spilfiguur, een solide ritmesectie en een kwistig uit de (en dat is een voordeel) niet al te losse pols glamrocksolo's in het rond strooiende Fiona Moonchild, zocht en vond het excentrieke combo overvloedig aansluiting van het steeds meer enthousiasmerende publiek. Terwijl ook het nagelnieuwe 'Gold in the Hills' en het psychedelische 'Ways of Love' het tot de setlist schoppen, eindigt het optreden via het stevig dreunende 'Goodbye Lady Day' tenslotte letterlijk en figuurlijk met een knaller van formaat.

Tijdens Leffingeleuren bewezen de leden van Scott Yoder dat hun meeslepende mix van folk, glam en garage op een groot podium minstens even goed uit de verf komt als in de kleine, zweterige zaaltjes waarin we hen eerder aan het werk zagen.



zaterdag 7 september 2019

Twen + The Klittens in Altstadt (Eindhoven) op 06.09.19


Aan het eind van de week waarin de stad met Mozes and the Firstborn haar gitaarrockvaandeldragers verloor, programmeerde Gruismeel in het Eindhovense Altstadt Tacocat, dat zowat dezelfde set als eerder in Brussel speelde. De door Emily Nokes & co op sleeptouw genomen, vaste tourpartners voor deze Europese episode, Twen, waren – in tegenstelling tot in de Witloof Bar die zonder voorprogramma's werkt – deze keer wel van de partij. Eerst was het echter de beurt aan The Klittens die door de organisatie aan de line up werden toegevoegd.

Terwijl Yaël Dekker de band front met haar gevarieerde vocalen, is het (vooral) drumster Laurie Zantinge die in interactie treedt met het publiek, en is het leadgistariste Winnie Conradi die (onder meer met catchy riedels, noisy akkoordenprogressies en onverwachte feedbackerupties) de dynamiek verzorgt. Het Amsterdamse vijftal speelt voorlopig nog charmante, van tempo- en genrewissels doorspekte lofi-rock die zulk een diverse invloeden (gaande van (post)punk, over garage tot slowcore) tentoon spreidt dat ze de stelligste indruk wekt nog heel wat potentie te herbergen. Hun getalsterkte laat The Klittens – die als voorlaatste nummer hun “Youtubesong” (sic) 'Bleeding Gums' brengen – toe heel gediffersifieerd met de backingvocalen te spelen, waar ze dan ook overvloedig gebruik van maken.




Met hun coherente, in galm gedrenkte totaalsound wekt Twen vervolgens meteen een zeer gedegen en ervaren indruk. Door deze overdaad aan reverb op stem en gitaar krijgt de dynamische, krachtige indierock van het ondertussen vanuit Nashville opererende kwartet contant een soort etherische feel mee. Terwijl vooruitgeschoven single 'Damsel' van hun binnenkort te verschijnen studio-debuut plaats twee op de setlist toegemeten krijgt, maakt de zuiver, hard en efficiënt uitpakkende Ian Jones behoorlijk wat indruk met de in zijn eentje opgetrokken, overdonderende gitaarmuur. Toch blijken Jane Fitzsimmons vocalen sterk genoeg om voldoende ruimte voor zichzelf te creëren. Aldus stond Twens garant voor een even sfeervolle als meeslepende performance.

Hierna is het voor Tacocat een koud kunstje deze avond glorieus te besluiten.



maandag 2 september 2019

Tacocat in Botanique (Brussel) op 01.09.19


De tijdsgeest lijkt hoe langer hoe meer klaar om de in een melodieuze punkrockverpakking gepresenteerde, sugarcoated maatschappijkritiek van Tacocat helemaal in de armen te sluiten. Getuige hiervan - na ruim tien jaar onvervaard in het zadel - een recente toevoeging aan het Sub Pop-roster en een level up qua Belgische concertlocatie van een gratis toegankelijke show in het inmiddels ter ziele gegane café Video enkele jaren geleden naar de Witloof Bar van de Botanique.


Hoewel het kleurrijke kwartet uit Seattle gekomen is om een nieuwe plaat voor te stellen, trappen ze de avond af met twee oudere nummers. Het zonnige 'Bridge to Hawaii' en aanklachtsong 'The Internet' zetten meteen de toon voor de rest van het optreden. Terwijl de expressief performende frontvrouw Emily Nokes en de uiterst gevarieerd voor de dag komende gitarist Eric Randall instaan voor het melodieuze kant van de zaak, vormen de zich zichtbaar in haar nopjes voelende drumster Lelah Maupin en de onverstoorbare bassiste Bree McKenna een krachtige en dynamische ritmetandem die het geheel energiek aanstuwt. Allen ondersteunen (al dan niet tegelijkertijd) Nokes' zanglijnen met passende vocale harmonieën.

Vervolgens wordt een aanzienlijk deel van de opbouw voorbehouden aan materiaal uit het eerder dit jaar verschenen 'This Mess Is A Place' (onder meer 'Hologram', 'The Joke of Life' en 'New World'), waarna, toewerkend naar de finale (die een orgelpunt vindt in toegift 'Hey Girl'), songs als 'Crimson Wave', 'I Love Seattle' en 'Volcano' (veruit het alleroudste nummer op de setlist) in afwisseling komen te staan met recent werk. Tijdens het spelen merk je dat de leden van Tacocat elkaar ondertussen (zowel muzikaal als persoonlijk) door en door kennen waardoor ze naar voren komen als een organische eenheid die deels gestoeld is op een onverwoestbare vriendschap en deels op een onuitputtelijk spelplezier gekoppeld aan de nood een gezamenlijk ethisch besef uit te dragen. Tacocat kan, met andere woorden, niet snel genoeg nog eens naar België komen.



vrijdag 30 augustus 2019

Shannon Lay – 'August': sprankelende indiefolk


Dat ze met haar derde soloplaat terecht kon bij Sub Pop, gaf Shannon Lay's carrière zo'n instant boost dat ze zich genoodzaakt zag (tijdelijk?) haar rol als schaduwfrontvrouw bij Feels on hold te zetten. De op 'August' (verwijzend naar de maand waarin ze haar dayjob eindelijk vaarwel kon zeggen) geserveerde indiefolk klinkt ingetogen, beheerst en kristalhelder, maar komt door het sprankelende gitaarspel – gelijk of het nu om gedreven fingerpicking dan wel fris van de lever gestrum gaat – als geheel uiterst vivant naar voren.


Stilistisch blijft de artieste uit L.A. grotendeels uit het vaarwater van het Americana-genre vermits ze haar invloedensfeer eerder uit de Europese folklore en hofmuziek haalt, nog voor er inmenging was van gospel en aanverwanten. Dit komt vooral tot uiting in de door Lay's zoetgevooisde, soepele en diepe vocalen neergelegde zanglijnen.

Door een directe, no-nonsense productie komt het album daarenboven authentiek en oprecht voor de dag. Geheel in overeenstemming hiermee werd de muzikale inkleding (onder andere een occasionele strijker en een sporadisch opduikende, door enkele basnoten begeleide, minimalistisch gehouden drumbeat), zowel met het oog op sfeerschepping als op dynamiek, sober en efficient gehouden. Aldus laat Shannon Lay met 'August' een prima, meeslepende, binnen (ruime) grenzen van het folkgenre gevarieerde langspeler op de wereld los.

Shannon Lay live aan het werk zien kan begin volgend jaar (als opener voor Mikal Cronin) onder meer in Amsterdam (Bitterzoet, 20.02) en Brussel (Botanique, 21.02).



zondag 18 augustus 2019

Sleater-Kinney – 'The Center Won't Hold': Brownstein en Clark op de voorgrond


Annie Clarks (St. Vincent) productie drukt zo'n zware stempel op Sleater-Kinney's nieuwste dat je de band geheid niet zou herkennen moest je ergens in de achtergrond een song van 'The Center Won't Hold' horen langswaaien. De elf nummers tellende langspeler verdrinkt namelijk in new wave-, industrial-, gothic- en eighties stadionpoprock-geluiden.


De evoluties die het trio totnogtoe doormaakte voelden altijd organisch aan, en dat is nu niet meer het geval. Zo moet drumster Janet Weiss het alleszins ook ervaren hebben, vermits ze tussen opname en release besloot de groep te verlaten wegens de recent ingeslagen richting. Door het ontbreken van zowel de eerder immer sterk uitgestraalde spontane eendrachtigheid als de interactie (vocaal en op het vlak van de kenmerkende in elkaar strengelende gitaarpartijen) tussen frontvrouwen Corin Tucker en Carrie Brownstein lijkt het Amerikaanse combo een belangrijk deel van haar identiteit te zijn kwijt geraakt. Al te vaak (bv. 'Bad Dance', 'The Dog/The Body', 'Restless' en 'Can I Go On') wekt het album zelfs de indruk om een solo zij-uitstapje van Brownstein te gaan waarin deze dan vooral geen doorslag van haar hoofdproject wil presenteren.

In het totaalplaatje verdwijnt Corin Tucker immers wat naar het achterplan. Zou ze de meeste van haar eieren ondertussen in de mand van haar andere band (met o.a. Peter Buck) Filthy Friends hebben liggen? Zowat enkel op 'The Future's Here' en in mindere mate de openende titelsong krijg je haar typische, desperaat huilende oerschreeuw te horen. Daarenboven gaat de op breedgedragen emoties mikkende, afsluitende pianoballad (een zeldzaam nummer waarop Tucker eerste en enige viool speelt) haar in de context van Sleater-Kinney ook niet echt af.

Op zich had een nummer zoals vooruitgeschoven single 'Hurry On Home' (samen met 'Restless' weliswaar misschien als enige) mits wat geschaaf en gepuzzel ook op een vroeger album terecht gekund, en klinkt – los van al het bovenstaande – het geheel best avontuurlijk, dapper, gelaagd, gevarieerd en doorgaans zelfs aanstekelijk, toch valt op dat de complexloos dansbare groove, de als vanzelfsprekend ervaren, onvermijdelijk aanwezige edge en de hoogdringende noodzaak deze keer ontbreken. En laat het nu net rond deze vlakken zijn dat het door Sleater-Kinney gedurende ongeveer een kwarteeuw opgebouwde verwachtingspatroon zich hoofdzakelijk centreert.

Het minste dat je kan zeggen is met andere woorden dat 'The Center Won't Hold' verrassend voor de dag komt. De vraag is maar in hoeverre Sleater-Kinney gebaat is bij Clarks klinische benadering van hun muziek.

Sleater-Kinney live aan het werk zien kan begin volgend jaar onder meer in Amsterdam (Paradiso, 19.02) en Brussel (Botanique, 21.02).



donderdag 15 augustus 2019

Deadbeat Beat – 'How Far': spitante indierock


Aangedreven door een snedige, soepele en lichtvoetige ritmesectie die organisch de (vaak) uit zowel akoestische als redelijk ongepolijste elektrische sixstring opgebouwde, directe gitaarsound van frontman Alex Glendening ondersteunt, grossiert Deadbeat Beats derde lp overtuigend in spitante indierock.



De ster van het gerecht zijn echter laatstgenoemdes weinig productionele opsmuk nodig hebbende, soepele en karaktervolle, no-nonsense vocalen die melancholische, poppy jaren 90-gitaarrockzanglijnen aanstekelijk draperen over een veelkleurig bedje door drumster Maria Nuccilli neergelegde, haast Beatle-eske vocale harmonieën.

Op die manier krijg je vanaf de in medias res startende opener 'Baphomet' tot 'en met I'll Wait' acht stilistisch min of meer uniforme, garagerige gitaarpopparels te horen. De hieropvolgende laatste twee songs krijgen binnen de uitgezette lijnen toch een duidelijk andere inslag mee. Het lang uitgesponnen 'Tree, Grass & Stone' en afsluiter 'Dim Bulb' onderscheiden zich immers op het album met respectievelijk psychrock en western invloeden.

Met 'How Far' levert het trio uit Detroit, kortom, een prima plaat af die toegankelijke songschrijverij koppelt aan een eerlijke, sfeervolle totaalsound.