dinsdag 12 juni 2018

Shannon Shaw – 'Shannon In Nashville': waar liefde synoniem staat voor diepe smart


Voor een eerste solo-plaat trok Shannon Shaw – in een regie van producer Dan Auerbach – op uitstap naar Nashville, weg van haar basgitaar en de garage van The Clams. Dit resulteerde in een grootse, ouderwetse popplaat die helemaal rond Shaws soulvolle stem werd gecentreerd. Om een wat concreter idee te geven, kan je stellen dat opener 'Golden Frames' sowieso hoge ogen zou gooien op elk Songfestival in de jaren 60 en 70, dat 'Bring Her the Mirror' in ieder tijdperk geschikt is als themanummer van een James Bondfilm en dat 'Freddies 'n' Teddies' op maat geschreven lijkt van de nachtclubby vibe waar Grace Jones zo graag mee aan de slag gaat.


In een prachtig georchestreerde, rijkelijk (met allerhande toeters en bellen, strijkers, blazers en vocale harmonieën) gearrangeerde productie, wordt de emotie van Shaws geladen lead – die soepel tussen ingetogen en uitbundig switcht en steevast kan bogen op een hartverscheurende snik dan wel een rauwgevoelige rasp - des damatischer naar voor gebracht. De algehele feel trekt geregeld richting grens met het authentieke levenslied waar liefde zowat synoniem staat voor diepe smart, waardoor deze langspeler behoorlijk wat onversneden tearjerkers bevat.

'Shannon In Nashville' draaide aldus uit op een uitgebalanceerd en coherent album dat beweeglijk groovend, meeslepend en indringend voor de dag komt. Auerbach vond bij dezen een andere manier om Shaws stem te laten schitteren dan bij de retrogarage van Shannon and the Clams en stuurde het geheel resoluut richting tijdloze pop met een onmiskenbaar potentieel een enorm publiek te beroeren.

Voorlopig staan er voor Shannon Shaw nog geen solo-optredens gepland in onze contreien. Met The Clams – die overigens de voorbije winter ook een sterk album uitbrachten – kan je ze later dit jaar wel live aan het werk zien in onder andere Amsterdam (Bitterzoet, 06.09) en Brussel (Botanique, 07.09).



vrijdag 8 juni 2018

Mozes and the Firstborn tijdens Plugged Festival (Eindhoven) op 07.06.18


Sinds de release van 'Great Pile of Nothing' lijkt Mozes and the Firstborn een onstuitbaar elan gevonden te hebben. Ep's en singles volgen elkaar al enige tijd aan sneltempo op en een nieuwe lp staat reeds helemaal in de steigers. Geen wonder dus dat veel nieuw materiaal de set haalt op het door Eindhovense studenten georganiseerde Plugged Festival.


Zo trappen Melle Dielesen en co af met 'Sad Supermarket Song' waar de eerste uitgave van de recent opgerichte Mozes Cassette Club rond draait. Het viertal heeft er duidelijk plezier in, oogt ontspannen en maakt er een expressieve show van waarbij de ene catchy gitaarrocksong na de andere de zaal wordt ingeblazen. Het voor heel binnenkort aangekondigde 'Hello', een nog onbekend 'Amen' getiteld nummer en ander onuitgegeven werk vindt makkelijk zijn plaats naast relatieve klassiekers als 'Bloodsucker', 'Seasons', 'Crawl' en 'Gimme Some' dat – zoals al een tijdje live het geval is – een vakkundig uitgesponnen, opzwepende gitaardueloutro meekrijgt.

Drummer Raven Aartsen toont zich een constante rots in de branding (ook wanneer de band geconfronteerd wordt met een miniem euvel als een gebroken snaar), bassist Corto Blommaert wekt een kwieke en frivole indruk en gitarist Ernst-Jan van Doorn geeft de nummers extra push en edge waar nodig. Frontman Dielesen toont zich efficiënt in zijn gitaarspel en gevarieerd, met vaak een melancholische toets, in zijn vocalen, bepaalt de toon van het geheel en praat alles met een natuurlijke flair aan elkaar.

Als toegift wordt doorbraakhit 'I Got Skills' van stal gehaald, waartijdens Dielesen zich goofy energiek tussen de toeschouwers begeeft en hen de lead voor de refreinen aanbiedt, waar dan ook gretig van gebruik wordt gemaakt. Het hieropvolgende 'Peter Jr.' besluit, tenslotte, Mozes and the Firstborns uitstekende generale repetitie voor hun last minute toegezegde passage op het Best Kept Secret-festival een dag later (vandaag dus).




dinsdag 5 juni 2018

The Coathangers – 'LIVE': alsof je erbij bent


Na dertien jaar in het zadel en vijf lp's en een ep op de teller is voor de garagepunks van The Coathangers de tijd aangebroken voor het eerst uit te pakken met een live-album, geregistreerd op twee opeenvolgende concertdagen in een bar in Long Beach. Terwijl het trio uit Atlanta nooit moeite had hun live-energie tot op zekere hoogte ook naar studio-albums te vertalen, geldt dat deze keer des te meer. Sluit je je ogen, lukt het je immers uiterst makkelijk je te verbeelden dat je er in real life bij bent.


Openingsduo 'Watch Your Back' en 'Follow Me' maakt meteen duidelijk hoe de ver uit elkaar liggende stemmen van frontvrouw Julia Kugel (soepel en melodieus) en drumster Stephanie Luke (rauw en krachtig) elkaar perfect aanvullen, vooruit stuwen en ondersteunen. Dit gegeven krijgt nog een extra dimensie als vanaf 'Arthritis Sux' ook Meredith Franco geregeld haar naïeve, speelse toets in de vergelijking werpt. De mogelijkheden om te variëren in timbre, sfeer en dynamiek worden zo helemaal opengetrokken, een potentieel dat de band dan ook tenvolle omarmt en benut.

De Amerikaansen namen de gelegenheid niet te baat nieuw werk te introduceren, en dat heeft deze plaat ook niet nodig. Niet alleen geeft 'LIVE' een summiere staalkaart (die eventueel perfect als introductie kan dienen) van het oeuvre van Kugel & co, tevens belicht ze het talent van het combo om tegelijkertijd, catchy, snedig en intens voor de dag te komen in hun songschrijverij. Met 'Suck My Shirt' en 'Nosebleed Weekend' (respectievelijk vijf en vier songs) in een hoofdrol plukken The Coathangers één of meerdere nummers uit elke plaat sinds hun in 2007 verschenen titelloze debuut-lp.

Gedragen door potig pompende drums, een frivool groovende bas en het uiterst levendige gitaarspel van Kugel speelden The Coathangers een spitante set die nu dus voor het nageslacht bewaard zal blijven.

Wie ook de beelden van de performance wil zien, kan zich inschrijven op de The Coathangers-nieuwsbrief en krijgt zo toegang tot de hele opname op een Youtube-kanaal. Wie ook dat niet genoeg is kan het drietal dit najaar live aanschouwen. Als curator haalt Courtney Barnett hen immers naar het Sonic City festival (Kortijk, 10.11). Verder spelen ze in dezelfde periode nog in onder andere Utrecht (Db's, 24.10) en Charleroi (Eden, 09.11).



donderdag 17 mei 2018

La Luz – 'Floating Features': van een bedwelmende schoonheid


De verhuis van Seattle naar LA ging voor Shana Cleveland gepaard met een levendige activiteit in dromenland. Samen met observaties doorheen de grootstedelijke smog die een sluier over de verblindende Californische zon legt, haalt de enorm getalenteerde frontvrouw op 'Floating Features' voornamelijk hier haar thematische inspiratie uit.


Muzikaal verdampen de vroeger prominenter aanwezige surfinvloeden en andere retro-elementen op La Luz' derde langspeler samen met een hedendaagse indierockfeel tot een bedwelmend geheel. Doordat eenieder van het kwartet op zich beschikt over een geweldige instrumentbeheersing en de dames ondertussen uiterst goed op elkaar ingespeeld zijn, komt de band naar voor als een soepel en dynamisch functionerende organisme waarvan het gesofisticeerde en krachtige drumspel van Marian Li Pino de pulserende hartslag vormt. Door dit alles worden de vele subtiliteiten van Clevelands songschrijverij en gitaarspel natuurlijk aan de oppervlakte gebracht.

Geholpen door een heldere, goed gestoffeerde productie presenteert 'Floating Features' zich aldus als een levendig, groovy, indringend, meeslepend en aanstekelijk meesterwerk.

La Luz live aan het werk zien, kan dit najaar onder meer in Brussel (22.09, Botanique), Groningen (05.10, Vera) en Amsterdam (06.10, Paradiso).



vrijdag 11 mei 2018

ShitKid – 'This Is It': diepe basklanken, rauwe gitaren en popgeoriënteerde zanglijnen

Een goed half jaar na debuutlangspeler 'Fish' bracht de Zweedse ShitKid met 'This Is It' alreeds een opvolg-ep op de markt. Onder meer door het gebruik van heel wat (dragende) diepe basklanken, enkele welgemikte, rauwe gitaarpartijen en wat inkleurende synthsounds overstijgt dit diy-project van Åsa Söderqvist het gevoel van slaapkamergeknutsel ruimschoots.


De goed uitgewerkte songs steunen doorgaans op een mechanisch klinkende, repetitieve drumbeat waarover de ene keer succesvol een meeslepende riff gedrapeerd wordt (bijvoorbeeld de sludgy opener 'Favourite Thing') en die de andere keer zoals op de springerige indierocker 'Oh Me I'm Never' dan weer helemaal het skelet van het nummer vormt. De vocalen van Söderqvist klinken fris, indringend, gevarieerd en expressief en linken het geheel bij momenten via Kathleen Hanna-echo's ('High Way') aan Riot Grrrlpunk. De popgeoriënteerde zanglijnen zorgen ervoor dat elk van de zes nummers – of het nu gaat om het trippy 'All My Fears' of de op de grens van ballad balancerende afsluiter 'Yooouuu' – even aanstekelijk binnenkomt als de anderen.

Met 'This Is It' lijkt ShitKid alweer een stap vooruit te zetten en levert Åsa Söderqvist een uitermate boeiend en dynamisch werkstuk af.


dinsdag 8 mei 2018

Boytoy in Le Chaff (Brussel) op 07.05.18


Met de regelmaat van de klok pakt eet- en muziekcafé Le Chaff in de Brusselse Marollen uit met een interessant klinkende naam op de concertagenda. Met de recente release 'Night Leaf' onder de arm zakte garagerocktrio Boytoy al voor de tweede keer in enkele jaren tijd af naar de gezellige bar aan het Vossenplein.


Hoewel de band uit New York – in tegenstelling tot eerdere Europese passages – dit keer wel met een bassiste toert, moest deze voor enkele data verstek geven wegens andere verplichtingen in Zwitserland. Ook al beweert spilfiguur Saara Untracht-Oakner dat het voor hen dus wennen is, valt er – te meer daar de toeschouwers die hen al eerder in deze contreien zagen het gewoon zijn het combo zonder bas te zien optreden - in hun prestatie alvast niets van te merken. Het drietal is uitmuntend op elkaar ingespeeld, Chase Noelle drijft het hooky dansbare geheel met een dokkerende kadans efficiënt aan, Untracht-Oakner en Glenn Van Dyke weven een delicaat dooreenstrengelend gitaartapijt en beiden geven naadloos lead en ritme aan elkaar door. Daarenboven ondersteunt laatstgenoemde vocaal soepel en helder de goed bij stem zijnde frontvrouw.

Het concert kent een heftige aanvang met 'Poison Breeder' waarna al vlug werk gemaakt wordt van het voorstellen van de nieuwe plaat. Nummers als 'Mary Anne', 'Juarez' en 'It's Alright' klinken wat minder aggressief dan het meeste oudere materiaal en komen zonniger en misschien wel poppier naar voren dan ooit. Na een goed half uur geeft de ziedende brok energie 'Sailor Jenny' (uit 'Grackle') dan weer de aanzet tot een finale die haar climax bereikt met het up tempo 'Postal' en het slepende 'Pretty One'. Samen met het eerder gespeelde 'Want' bewijst deze afsluiter van de reguliere set dat redelijk typische stonerriffs in lichtvoetige indierock best wel fris voor de dag kunnen komen. Als druk gesolliciteerde toegift gooien Untracht-Oakner & co er tot slot nog het blijkbaar nooit eerder live gebrachte 'Static Age' tegenaan.

Wie later deze week naar Gent afzakt voor Psych over 9000 kan alvast met een gerust gemoed Boytoy in het tijdsschema aankruisen.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


vrijdag 4 mei 2018

Protomartyr en Tyvek in De Kreun (Kortrijk) op 03.05.18


Ergens halverwege de namiddag krijgt Protomartyrs 's avonds in de Kortrijkse Kreun geplande optreden wat extra cachet wanneer de band uit Detroit via de sociale media een op 15 juni uitkomende release aankondigt en hierbij meteen voor het eerst in zowat een jaar een nieuw nummer (met Kelley Deal op backings ) op de wereld loslaat.


Terwijl je dus reikhalzend kan uitkijken naar een eerste live kennismaking met nog niet eerder verschenen materiaal, krijgt als opwarmer van dienst het uit de thuisstad mee naar Europa gebrachte Tyvek de gelegenheid zich voor te stellen aan het Belgische publiek. Met hun complexloos neergezette slackerrock grijpt het kwartet de geboden kans best wel met twee handen. Gedragen door een scherpe, droge, ongepolijste gitaarsound schippert het zich low profile gedragende combo tussen rammelende punk, hoekige lofi-rock en meeslepende postpunk.

Bij wijze van nog meer in de juiste mood te geraken, worden een kleine tien minuten voor aanvang van de hoofdact de zaallichten verduisterd en vullen onheilspellende soundscapes de ruimte. Zo vindt Protomartyr de ideale setting om met 'My Children' meteen de koe bij de horens te vatten. Frontman Joe Casey & co klinken van bij aanvang overrompelend qua sound en geroutineerd gesofisticeerd qua samenspel.

Net als single 'Don't Go to Anacita' komen enkele songs van de nog te verschijnen ep al vroeg aan bod. Ook zonder Kelley Deal staat het pas geloste 'Wheel of Fortune' live als een huis, en het niet nader benoemde, hieropvolgende, nagelnieuwe nummer klinkt eveneens vintage Protomartyr met haar organische gebrachte tempo- en genreswitchen, het dynamisch donderende gedrum van Alex Leonard, het monotoon pompende baswerk van Scott Davidson en het afwisselend slaande en zalvende gitaarspel van Greg Ahee.

Hoewel organisatie en de meeste toeschouwers unaniem vol lof lijken over Protomartyrs passage tijdens Sonic City van een jaar of drie geleden, schetst een schijnbaar goedgemutste Casey een context bij hun show destijds die voor hem duidelijk als mindere prestatie in het geheugen ligt. Door het vroege aanvangsuur hadden de bandleden zich immers – pogend in een recordtempo een kater van jewelste weg te werken – al snel zo gretig in de alcohol gegooid dat hun functioneren eronder leed. Deze keer slurpen Casey en de zijnen aan een gezapig tempo flesjes bier leeg, enkel om zich in hun normale staat van zijn te bevinden. De band voelt zich dan ook duidelijk in zijn sas en wekt een relaxte indruk. Dit neemt niet weg dat het viertal zich helemaal smijt en dat Casey bij zijn meest intense declamaties, schreeuwende uithalen en emotionele croonen een verbeten trek rond de mond krijgt.

Hoewel 'Relatives In Descent' eerder al uitgebreid live gepresenteerd werd in België vult deze plaat ook nu de hoofdmoot van de setlist. Waar met 'The Devil in His Youth' en 'What the Wall Said' sporadisch ook ouder werk het reguliere optreden haalde, zet 'Come & See' een zinderende finale in die helemaal een climax toegemeten krijgt via het hypnotizerend dreunende 'Half Sister'.

Scherp van geest als hij is heeft Casey vervolgens perfect ingeschat dat de zaal niet enkel gevuld is met die hard-fans, en keert hij – terwijl de anderen nog wat sanitaire verplichtingen afhandelen – in zijn uppie relatief snel terug het podium op om de gelegenheidsaanwezigen te verhinderen reeds huiswaarts te keren en aldus een bisronde uit de brand te slepen. Deze kondigt hij aan als bestaande uit twee van hun beste nummers. En geef hem maar eens ongelijk als hierop 'Why Does It Shake?' en 'Scum, Rise!' volgen. Ze vormen alleszins een uitstekend orgelpunt op een ijzersterke show.