vrijdag 12 oktober 2018

Lala Lala – 'The Lamb': sfeervolle, catchy indierock


Waar Lala Lala's twee jaar oude debuut 'Sleepyhead' nog helemaal in een lofi diy-sfeer baadde, stak het trio rond spilfiguur Lillie West voor opvolger 'The Lamb' productioneel (zowel qua sound als op het vlak van songuitwerking) een aanzienlijk tandje bij. Het resultaat is een frisse, zowel goed in het oor liggende als sfeervolle indierockplaat die tegelijkertijd van meer dan voldoende diepgang getuigt.


Doordat het totaalgeluid doordrenkt is van dromerige reverb en toch geregeld grofkorrelige gitaarriffs de bovenhand halen, laat de instrumentale dynamiek duidelijk aan labelgenoten (Hardly Art) Chastity Belt denken (leg bijvoorbeeld 'The Flu' maar eens naast het 'Time to Go Home'-album). In vergelijking met Julia Shapiro, die meer op instinct vanuit de onderbuik zingt, klinkt Wests stem dan weer minder verbeten, maar wel soepeler en melancholischer en wekt ze een geschooldere indruk.

Worden boven een cleane postpunkbasis geregeld delicate gitaartapijten geweven ('Dropout'), vinden ook meer punkrockgeoriënteerd werk ('I Get Cut') en percussieloos, etherisch singersongwritermateriaal ('Moth') organisch hun plaats op deze langspeler. West zorgt steevast voor een helder gebrachte, catchy zanglijn, terwijl het geheel een minutieuze afwerking krijgt met goed uitgewerkte backings, ondersteunende synths en zelfs een eighties-saxofoonpartij op afsluiter 'See You at Home'.

Aldus hebben we er met Lala Lala alweer een frisse verschijning bij in het hedendaagse indierocklandschap.

Begin volgend jaar kan je Lala Lala live aan het werk zien in onder andere Groningen (Vera, 23.02) en Brussel (Botanique, 24.02).



dinsdag 2 oktober 2018

The Melvins en ShitKid in het Depot (Leuven) op 01.10.18


Als grungepioniers die en passant ook nog eens hun stempel drukten op de ontwikkeling van sludge en stoner, beschikken The Melvins na zowat 35 jaar in het zadel ondertussen over een status die ervoor zorgt dat ze heden ten dage meer volk op de been brengen dan in de jaren 90, met als gevolg een volledig uitverkocht Depot. Buzz Osborne en Dale Crover doen niet aan verwachtingspatronen en hokjesdenken, en gaan ervan uit dat het zowel voor band als publiek het beste is als ze het hele gebeuren voor zichzelf interessant weten te houden. Betekent dit dat ze de ene keer op tour trekken met twee drummers, hebben ze ditmaal twee bassisten meegebracht. Ook komt het alleminst over als een schizofrene houding wanneer ze in een soort spreidstand een brug tussen classic rock en de underground leggen. Wie heeft immers nog weet van een concert waartijdens binnen de tijdspanne van een uur zowel The Rolling Stones als Bikini Kill worden gecoverd? En terwijl ze hun show onmiddellijk laten volgen door de grootste hit van The Eagles, kiezen The Melvins voor de lofi indierock van ShitKid om de zaal op te warmen.


Qua performance brengt het Zweedse duo een kleine pastiche op het typische stadionrockoptreden met over the top gitaarposes, extra, lager geplaatste microfoons waarvoor je op de knieën kan gaan en als top of the bill een ventilator die de illusie van wind in het haar kan blazen. Met zijn traagslepende, distorted basriff leunt opener 'Favourite Thing' het dichtst aan bij het werk van de latere hoofdact. Hierna wordt het tempo middels voorgeprogrammeerde drumbeats hoger gelegd. Aangevuld met het iets oudere 'Sugar Town' en 'I Wanna Go to LA' bestaat de set hoofdzakelijk uit de uistekende, eerder dit jaar verschenen ep 'This Is It'. Door de combinatie van even efficiënte als eenvoudige beats, distorted gitaren, sporadische synthgeluiden en soepele zanglijnen klinkt ShitKid tegelijkertijd dansbaar, aanstekelijk en edgy.


Ook al komt de plaat weldegelijk aan bod met o.a. 'Stop Moving to Florida' en 'Don't Forget to Breathe' ligt het zwaartepunt van de The Melvins' show dan weer niet noodzakelijk op het nieuwe album 'Pinkus Abortion Technician'. Het viertal – met zowel Jeff Pinkus (Butthole Surfers) als Steve McDonald (Red Kross) op bas die geregeld (meestal bij al dan niet op de recente langspeler verschenen hernemingen van het werk van hun andere bands) ook de vocalen voor hun rekening nemen – plukt (met 'At a Crawl' als verste naar het verleden teruggrijpend) quasi lukraak nummers uit hun uitgebreide oeuvre en weeft daar heel wat covers doorheen.

Aangevuurd door Crovers kenmerkende drumsalvo's sturen The Melvins, soms noisend, soms groovend, altijd indringend aan één stuk door de ene na de andere door de twee bassen gedragen en door de scheurende gitaar van Buzzo afgewerkte geluidsgolf de zaal in. Waar de bassisten eerder statisch aan beide kanten van het podium opgesteld staan en Crover zwoegend achter zijn drumstel verscholen zit, verzorgt Osborne de visuele dynamiek. In deze bezetting voelen The Melvins zich duidelijk in hun sas wat een oprechte en energieke prestatie oplevert. Als kers op de taart vervoegt ShitKid Asa Söderqvist (Teri Genderbender achterna) de band op vocalen voor een intense versie van 'Rebel Girl' die de avond besluit.

Conform de rest van hun carrière kozen The Melvins in Het Depot uiteraard niet voor de meest voor de hand liggende weg, en bewezen ze dat er allerminst sleet en verzadiging op de machine zit. Na al die jaren weten ze nog steeds manieren te vinden om de focus volledig te behouden.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


zondag 30 september 2018

Mark Lanegan & Duke Garwood – 'With Animals': wanhoop en verlossing


Mark Lanegans uitgelopen saison en enfer blijft al jaren de primaire inspiratiebron voor zijn artistieke output, om het even of die nu met volledige band, Greg Dulli, Mike Johnson, Isobel Campell of, zoals nu, met Duke Garwood tot stand komt. Als een hedendaagse Dante Alighieri gidst Lanegan je op 'With Animals' ervaringsdeskundig doorheen de onderwereld, waarbij je als toeschouwer nergens het gevoel krijgt dat je zelf gevaar loopt, iets dat ten tijde van solo-debuut 'The Winding Sheet', toen het nog leek alsof Dark Mark elk moment voor eeuwig door gene zijde opgeslokt kon worden, alleszins het geval was.


Geen panische vocale uithalen deze keer, wel min of meer geruststellend diep gegrom en doorleefd gecroon. De voormalige Screaming Trees-frontman grossiert als vanouds in donkere poëzie over wanhoop en verlossing die hij niet enkel bij God en in de liefde, maar ook – getuige het titelnummer – in de therapeutische omgang met dieren zoekt. Daarnaast wijst hij onmiskenbaar ook op de aantrekkingskracht die het duistere uitoefent en de schoonheid die hierin verscholen kan liggen.

Meer nog dan op 'Black Pudding' heeft Garwood zich het muzikale idioom van Lanegan helemaal eigen gemaakt. Bestaat een aanzienlijk deel van de plaat uit bezwerende slepers, komt ook traditionele folk-geïnspireerd materiaal ruimschoots aan bod. Aan de ene kant krijg je aan Mike Johnson herinnerende fingerpicking op akoestische gitaar te horen, terwijl je aan de andere kant dan weer songs opmerkt die nauw aansluiten bij het tragere werk van de Mark Lanegan Band dat drijft op loomgroovende mechanische beats en beklemmend ingekleurd wordt met ijle, psychedelische synths, omgekeerd afgespeelde gitaarpartijen en dergelijke meer.

'With Animals' mag dan wel weinig verrassend voor de dag komen, het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat Mark Lanegan, ondanks zijn kwantitatief enorme productie, de lat kwalitief altijd op niet minder dan uitstekend weet te leggen.

Mark Lanegan & Duke Garwood live aan het werk zien kan binnenkort onder andere in Utrecht (Tivoli, 10.10) en Antwerpen (De Roma, 11.10).


https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/

zondag 23 september 2018

La Luz in Botanique (Brussel) op 22.09.18


Wat de Witloofbar van de Botanique uniek uitstraalt aan karakter en authenticiteit, mist ze met haar zichtbelemmerende gewelven wat aan efficiëntie. Neem daar nog bij dat de podiumbelichting tijdens het optreden van La Luz erg donker voor de dag komt en je krijgt het soort sfeer waar de band, zoals frontvrouw Shana Cleveland geregeld tussen de nummers door aangeeft, zich wat surreëel bij gaat voelen. Uiteraard vormt dit wel een ideale setting om het uit droombeelden opgebouwde 'Floating Features' – het album dat het viertal komt voorstellen – helemaal tot zijn recht te laten komen.


Net zoals de plaat vat het concert snedig aan met de instrumentale titelsong onmiddellijk gevolgd door 'Cicada'. Het samenspel, de totaalsound en de ingenieuze dynamiek komen elke keer we La Luz aan het werk zien nog indrukwekkender naar voor, waardoor de set die meandert tussen meer etherisch groovend werk (bv. Don't Leave Me On This Earth' en 'You Disappear') en heftiger materiaal zoals 'The Creature', 'California Finally' en 'With Davey' zich als een soepel en gevarieerd geheel presenteert. Haast vanzelfsprekend wordt ook plaats vrij gehouden voor singles 'Call Me In the Day' en 'Sure As Spring' uit de debuut-lp.

Cleveland sipt constant thee uit een thermos en beweert wat verkouden te zijn. Dit heeft nochtans geenszins merkbare gevolgen voor haar vocale prestatie die uitblinkt in zowel helderheid als intensiteit. Hetzelfde kan trouwens gezegd worden van de backingharmoniën.

Als toegift laat La Luz zich met 'It's Alive' op een herhaalde vraag vanuit het publiek uit haar comfortzone halen. Het nummer blijkt immers recentelijk niet meer ingeoefend waardoor Cleveland zich tot het uiterste dient te concentreren op akkoorden en lyrics. Het geeft de song een aparte focus die, meer dan het gerodeerde, haast speels en moeiteloos de zaal ingestuurde andere werk, een inkijk geeft in de Clevelands grandioze genialiteit. Afsluitend met nog een instrumental zit het er vervolgens na een dik uur definitief op, en kan het recentelijk naar LA verhuisde combo terugblikken op een uiterst overtuigende en glansrijke show.



donderdag 13 september 2018

Boytoy in Le Chaff (Brussel) op 12.09.18


Boytoy stond reeds voor de vierde maal geprogrammeerd in Le Chaff aan het Brusselse Vossenplein, de tweede keer dit jaar en steeds met een sterk aangroeiende opkomst, tot op het punt dat de gezellige eet- en muziekbar ditmaal zelfs uit haar voegen dreigt te barsten. Een primeur voor het Belgische publiek is dat de band uit New York voor het eerst opduikt als kwartet, inclusief bas. Het is overigens niet Lena Simon – die op recentste lp 'Night Leaf' de honneurs waarneemt en die momenteel Europa rondtrekt met La Luz – maar (neen, niet de politica) Sarah Palin die live de totaalsound aandikt en het combo meer dynamiekgerelateerde mogelijkheden biedt.



Daarenboven zorgt ze er met haar soepele spel voor dat het melodieuze extra geaccentueerd wordt in het geheel en dat heel wat nummers aangelengd kunnen worden met (hetzij noisy, hetzij psychedelische) instrumentale uitwijdingen als intro, tussenstuk en/of outro. Meest exemplarisch voor deze aanpak komt eerste bisnummer 'I Get Distant' naar voor dat minutenlang bezwerend op en neer deint, bij momenten haast helemaal stilvalt om dan weer in volle hevigheid los te barsten en dat geregeld ook hypnotizerend aan het grooven slaat.

Vooral puttend uit 'Grackle' en 'Night Leaf' weet Boytoy een gevarieerde set op te bouwen waarin de snedige punk van 'Poison Breeder' moeiteloos zijn plaats vindt naast onder andere de stonergrunge van 'Want', de zonnige sixties-garagepop van 'Mary Anne', het stompende 'NY Rip Off' en het etherische 'Wild One'. Door de catchy zanglijnen te combineren met een heleboel goed uitgewerkte backingharmonieën haalt – ondanks de geregeld opduikende hoekige riffs en de uit stevig beton opgetrokken gitaarmuur – het popgevoelige doorgaans de overhand.

Afsluitend met een lang uitgesponnen versie van het dromerige 'Cold Love' dat naar een gestaag aanzwellende climax toewerkt en het snedige 'Postal', gevolgd door de eerder aangehaalde bisronde, weten stichtende leden Saara Untracht-Oakner en Glenn Van Dyke & co een volgepakt Le Chaff eens te meer volledig te begeesteren.

Boytoy speelt vanavond (13.09) nog een verrassingsoptreden in Recyclart (Brussel) en staat morgen (14.09) geprogrammeerd op Leffingeleuren.





woensdag 22 augustus 2018

Scott Yoder – 'A Fool Aloof': patent ogend glitterensemble


Toen Scott Yoder, na het uiteenvallen van The Pharmacy, een drietal jaar geleden solo debuteerde met 'Sisters Under the Mink' kreeg je een handvol uitstekende “uitgepuurde folkballades” te horen. Twee ep's en evenveel lp's later worden soortgelijke songs laag op laag weer dikker aangekleed tot een patent ogend glitterensemble.


Exemplarisch is de transformatie die 'Where Are They Now?' onderging sinds het in een minimalistischere versie al eens opdook op 'The Trespasser'-ep. Het vat deze keer niet alleen snedig de koe bij de horens met een scheurende garagerockintro, maar bevat tevens een glammy gitaarsolo en een sfeerscheppende jaren 70-orgelpartij.

Op enkele cruciale plaatsen bevat 'A Fool Aloof' echter ook materiaal dat een ander soort songschrijverij verraadt. Zo vangt de plaat, openend met het op een loomwiegende groove drijvende 'Ways of Love' en het door een soort exotische dodenmarsblazers gedragen 'Back to the Story', aan met enkele bezwerende, hypnotizerende nummers. Halverwege krijgt daarenboven de krachtig opzwepende stomper 'Goodbye Lady Day' een prominente plek, en als afsluiter wordt de karaktervolle, traditioneel geïnspireerde, akoestische lofi-folk van 'Come in from the Cold' weerhouden.

Op die manier komt Yoder tot een goed uitgebalanceerd en gevarieerd album. Met zijn karaktervolle, hoogtimberige stem die zich door net de juiste dosis melancholie laat kenmerken, gaat hij constant op zoek naar de meest catchy zanglijn en de indringendste melodie. Zonder aan de kern van zijn songschrijverschap te raken, betekent 'A Fool Aloof' opnieuw een evolutie voor Scott Yoder. Deze langspeler vormt immers alweer een uitmuntende toevoeging aan 's mans gestaag groeiende oeuvre.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


zondag 12 augustus 2018

Equinox, the Peacekeeper tijdens Fiesta Partigiani (Haasrode) op 11.08.18


In een (voorlopig blijkbaar gelukte) poging een stuk landbouwgrond te beschermen tegen de oprukkende industrialisering vond op het Parkveld in de nabijheid van de Haasrodense bedrijvenzone al voor de tweede keer het Fiesta Partigiani plaats. De velden en bossen en de wirwar aan sociaal voelende toeschouwers vormen een decor waarin het geëngageerde, op traditionele folk gestoelde singersongwriterschap van Equinox, the Peacekeeper uitstekend gedijt.


Te beginnen met 'Until My Voice Is True', ook nog in de aanloopfase gevolgd door onder meer een cover van Nick Drakes 'Northern Sky', bouwt het trio de set geduldig op. Frontman Wouter Buyst brengt zijn indringende nummers op een ongedwongen, relaxte manier, gooit er af een toe een boventoonzang tegenaan en pikt er enkele welgemikte momenten uit om de dynamiek omhoog te halen. Onderwijl zorgt de contrabas voor een meeslepende groove, wordt geregeld een harmonium ingeschakeld om wat extra sfeer in het geheel te brengen, en houdt de banjo er de vaart in.

Het ondertussen vijf jaar oude 'Birdsongs On The Wasteland' (getuige hiervan het beklijvende 'Please Strip Naked Now') levert het gros van het gespeelde materiaal aan, maar met onder andere het Nederlandstalige 'Half Zeven' en de up-tempo afsluiter die mits een andere instrumentale aankleding zo tot authentieke indierocker kan uitgroeien, komt ook nog niet eerder verschenen werk aan bod. Naar veluidt zit immers een nieuwe plaat in de pijplijn. Afgaande op Equinox, the Peacekeepers overtuigende prestatie tijdens het Fiesta Partigiani is dit zeker een gegeven om reikhalzend naar uit te kijken.