woensdag 14 november 2018

Calvin Johnson – 'A Wonderful Beast': van heupwiegen tot los door het dak gaan


Undergroundveteraan (onder andere frontman van Beat Happening en oprichter/bezieler van K Records) Calvin Johnson zette op vijftienjarige leeftijd zijn eerste stappen in de muziekwereld en is op zijn zesenvijftigste nog steeds niet van plan er de brui aan te geven. Met 'A Wonderful Beast' is deze peetvader van de Olympia-scene inmiddels aan zijn vierde lp onder eigen naam toe.


Hiervoor ging Johnson in zee met Black Key Patrick Carney (als muzikant en als producer), resulterend in een goed gestoffeerde, gevarieerde, dansbare poprockplaat. Mikt een nummer zoals het jazzbluesy, minimalistische 'Are We Ready?' nog op heupwiegen, mag je op vooruitgeschoven single 'Like You Do' al wat heftiger tekeer gaan en kan het dak er helemaal af op de hoekige synthrock van 'Wherefore Art Thou?' of de jaren 80-electro van 'When the Weekend Comes Around'.

Mede door het trio vocale gastbijdragen van popzangeres Michelle Branch klinkt het geheel misschien iets gestroomlijnder dan Calvin Johnsons gewoonte is, al wordt dit ruimschoots gecompenseerd door 's mans kenmerkende, nog steeds ongepolijste, lijzig declameerzingende bariton. Op die manier behoudt de goed in het oor liggende, catchy rock van 'A Wonderful Beast' alsnog een lofi-insteek, en bewijst Johnson ook anno 2018 nog lang niet aan uitbollen toe te zijn.









zaterdag 10 november 2018

The Coathangers in Eden (Charleroi) op 09.11.18


Courtney Barnett bezorgde The Coathangers een namiddagslot op het door haar gecureerde Sonic City Festival. Daarnaast vormde Cultureel Centrum Eden in Charleroi het toneel voor hun enige headlining show van de huidige Europese tour op Belgische bodem.


Het garagepunktrio kiest daar resoluut voor een de hele performance aangehouden no-nonsense aanpak en opent stevig met 'Watch Your Back'. Drumster Stephanie Luke dendert voort als een trein, terwijl spilfiguur Julia Kugel schippert tussen scheurende akkoorden en fris surferig materiaal, terwijl bassiste Meredith Franco dan weer de groovende cement tussen deze twee vormt. Op die manier komt eerder popgevoelig werk zoals 'Perfume' en 'Down Down' even goed tot zijn recht als oudere rammelpunksongs genre 'Hurricane' en 'Arthritis Sux'.

De soundman van dienst heeft er duidelijk moeite mee dat de dames de leadvocalen afwisselen en bij momenten zelfs delen, wat leidt tot een wisselvallige geluidsmix. Doordat de nummers van The Coathangers – steevast geënt op een dansbare hook – stuk voor stuk staan als een huis heeft dit nauwelijks invloed op de kwaliteit van het optreden. Anders dan het geval was bij de vorige lente verschenen live-plaat, is het twee jaar oude 'Nosebleed Weekend' – met maar liefst acht nummers – hoofdleverancier van de setopbouw.

Afgesloten wordt ondertussen traditiegetrouw met een expressieve versie van 'Squeeki Tiki' waarbij Kugel de gitaar inruilt voor een piepend hondenspeeltje. Hieraan voorafgaand vonden ook al enkele stoelendansen plaats. Tijdens 'Shut Up' (waar Luke de gitaar omgordt) bewijst Kugel dat aan haar zeker een uiterst verdienstelijke drumster verloren gegaan is, wat iets minder het geval is voor Franco die 'Cheap' charmant naar haar einde laat rammelen.

Na een door een geënthousiasmeerd publiek afgedwongen gebalde bisronde, zit het optreden er vervolgens definitief op. The Coathangers bewezen eens te meer een hechte, energieke, op spelplezier drijvende band te zijn met een enorm arsenaal aan tegelijkertijd aanstekelijke en edgy nummers.





donderdag 8 november 2018

L.A. Witch – 'Octubre': beklemmende garagepsych


Er bestaat voor het in duisternis gehulde L.A. Witch waarschijnlijk geen gepaster moment om een plaat op de markt te brengen dan de periode rond Halloween. Voor 'Octubre' werkte het Californische trio vijf oudere nummers uit die reeds het licht zagen vóór dezen die op de vorig jaar verschenen debuutlangspeler stonden.


Opener 'Haunted' vat aan met een uit de verte aanwaaiende drumbeat die zich samen met een slepende riff algauw ontpopt tot een loomdreigende kadans die geregeld stilvalt om zich daarna weer indringend op gang te trekken. Op gezette tijden komt hier daarenboven een imponerend refrein uit geschoten. Terwijl het hieropvolgende 'Sleep' onder meer middels rond de drums wervelende toetsaanslagen meer schwung meekrijgt, kan je 'BB's Momma' eerder in de altballad-sfeer situeren.

In de lijn van al het voorgaande ligt 'Heart of Darkness', zij het met een hoofdrol voor een aan inktzwarte traditionele folkcountry herinnerende akoestische gitaar die je verbeelding op hol doet slaan aangaande wat zich in de loop der geschiedenis allemaal in Amerikaanse landen en velden afspeelde. Telkens bepalen de huiveringwekkende vocalen van Sade Sanchez, die de groepsnaam alle eer aandoen, voor een groot stuk mee de onheilspellende sfeer. Dit kan dan weer niet gezegd worden van de instrumentale 'Outro' die 'Octubre' etherisch psychedelisch naar haar einde laat kabbelen.

In afwachting van nieuw materiaal vormt deze ep aldus een welgekomen, organische aanvulling op L.A. Witch' eerder verschenen titelloze debuut.

L.A. Witch live aan het werk zien kan binnenkort onder andere in Brussel (AB, 15.11) en Amsterdam (Paradiso, 16.11) als voorprogramma van Uncle Acid and the Deadbeats.



vrijdag 26 oktober 2018

Together Pangea – 'Non Stop Paranoia': verbeten, gebald en snedig


Na enkele gebundelde nummers die de 'Bulls and Roosters'-langspeler in 2017 net niet haalden en een akoestisch album, brengt Together Pangea dit jaar alreeds een derde ep op de markt. 'Non Stop Paranoia' is een thematisch donkere plaat waarop William Keegan & co in vijf songs die samen exact elf minuten in beslag nemen, gebald de donkere tijden bezingen waarin de wereld zich - zowel op het vlak van politiek als van milieu - op dit moment bevindt.


In zoverre zelfs dat de “No future”-kreet in het titelnummer nog eens van stal wordt gehaald, terwijl opener 'Rats' dan weer drijft op een reggae-beat en een aan The Clash herinnerende baslijn. Volgen hierop twee ziedende, vintage Pangea garagepunksongs, maken tenslotte ook de eighties hun intrede in het almaar uitdeinende muzikale spectrum van het trio (Roland Cosio lijkt nog steeds niet definitief vervangen) uit LA. 'Spend the Night' leunt zowel qua sound als structuur immers erg dicht aan bij authentieke new wave en afsluitende Devo-cover 'Gates of Steel' kan zo doorgaan voor een dertig jaar oude lap postpunk.

'Non Stop Paranoia' is een verbeten, snedige en alsnog aanstekelijke protest-ep waarop de mannen van Together Pangea hun wantrouwen aangaande de toekomst luid en duidelijk uitschreeuwen.



dinsdag 23 oktober 2018

Death Valley Girls – 'Darkness Rains': spitant en met overgave


Voor de derde keer op rij bewijzen de Death Valley Girls dat een zo goed als volledig uit traditionele heavy-rockelementen opgebouwde langspeler nog steeds fris en inventief voor de dag kan komen. Strak donderende drums, een stevige, uit verschillende lagen opgebouwde gitaarmuur, een pompende groove en een stofe-refrein-brug(doorgaans inclusief gitaarsolo)-refreinopbouw werken op 'Darkness Rains' namelijk wonderwel, vermits het geheel spitant en met overgave gebracht wordt.


Een occasioneel in de sound verstrengelde sax, een geregeld opduikend psychedelisch orgel, ondersteunend handgeklap en de supersonische vocalen van Bonnie Bloomgarden maken daarbovenop het totaalplaatje compleet. Het van mystiek doordrenkte wereldbeeld dat het viertal uit LA erop na houdt vindt overigens vlotjes zijn weg naar de thematiek. Een songtitel als 'Occupation: Ghost Writer' mag je dan ook letterlijker dan gebruikelijk interpreteren.

Aanvattend met het energieke 'More Dead' combineren de meeste nummers op de plaat het snedige van punk met het gewicht van stoner. Enkel het hypnotizerend slepende 'Abre Camino' ergens halverwege het album en de wat griezelig etherische afsluiter 'T.V. In Jail on Mars' wijken af van dit stramien. Aldus is 'Darkness Rains' een meeslepend, dynamisch en catchy werkstuk waarmee de Death Valley Girls aangeven dat je het muzikaal niet noodzakelijk ver moet gaan zoeken om een uitstekende plaat af te leveren.



woensdag 17 oktober 2018

Steal Shit Do Drugs in Café Aap (Gent) op 16.10.18


Sinds hun vorige Europese passage ruim anderhalf jaar geleden onderging Steal Shit Do Drugs een ingrijpende transformatie. De twee gitaristen van weleer werden ondertussen immers vervangen door slechts één snarenplukster, zijnde Nicki Danger, wat de hele dynamiek toch wel een ander aanvoelen geeft. In vergelijking met Jermain Blair en Ricky Claudon neemt Danger minder het voortouw in de totaalsound die eerder gedragen wordt door de pompende ritmesectie, maar springt ze als een echte teamspeler in de ruimte wanneer zich een opening aandient en weet zo bescheiden haar eigen accenten te leggen.


Speerpunt en gezicht van de band Kennedy Carda, die vocaal even krachtig en expressief voor de dag komt als performancegewijs, tekent uiteraard nog steeds present en scoort op de kleine ruimte aan de lopende band als een ware topspits. Het kwartet uit Seattle vangt opzwepend en heftig aan met nummers uit hun titelloze deuutlangspeler zoals 'Whiting Tennis', 'Royal' en 'Trash Man'. Het donker aanstekelijke '15 mg' luidt even later een kantelmoment in de show in.

Zowat halverwege het optreden verschuift de focus namelijk richting nieuwe songs die het kader zullen vormen van een voor begin volgend jaar aangekondigd album. Op basis van een eerste kennismaking lijkt deze lichtjes anders te gaan klinken dan zijn voorganger. Recent werk zoals 'Ice Cream Bars' en het afsluitende 'Fire' neemt immers steevast een lange, hypnotizerende, monotoon groovende aanloop om op die manier indringend naar een explosieve catharsis toe te werken. Als bisnummer wordt er met het gebalde 'Itch' tenslotte nog een welbekende tegenaan gegooid.

Ergens op de intersectie tussen ziedende punk en intense postpunk leverde Steal Shit Do Drugs aldus een begeesterende prestatie af die alvast het beste laat vermoeden over de op handen staande nieuwe plaat.

Ook vanavond kan je Steal Shit Do Drugs live aan het werk zien, met name in Le Chaff (Brussel).



vrijdag 12 oktober 2018

Lala Lala – 'The Lamb': sfeervolle, catchy indierock


Waar Lala Lala's twee jaar oude debuut 'Sleepyhead' nog helemaal in een lofi diy-sfeer baadde, stak het trio rond spilfiguur Lillie West voor opvolger 'The Lamb' productioneel (zowel qua sound als op het vlak van songuitwerking) een aanzienlijk tandje bij. Het resultaat is een frisse, zowel goed in het oor liggende als sfeervolle indierockplaat die tegelijkertijd van meer dan voldoende diepgang getuigt.


Doordat het totaalgeluid doordrenkt is van dromerige reverb en toch geregeld grofkorrelige gitaarriffs de bovenhand halen, laat de instrumentale dynamiek duidelijk aan labelgenoten (Hardly Art) Chastity Belt denken (leg bijvoorbeeld 'The Flu' maar eens naast het 'Time to Go Home'-album). In vergelijking met Julia Shapiro, die meer op instinct vanuit de onderbuik zingt, klinkt Wests stem dan weer minder verbeten, maar wel soepeler en melancholischer en wekt ze een geschooldere indruk.

Worden boven een cleane postpunkbasis geregeld delicate gitaartapijten geweven ('Dropout'), vinden ook meer punkrockgeoriënteerd werk ('I Get Cut') en percussieloos, etherisch singersongwritermateriaal ('Moth') organisch hun plaats op deze langspeler. West zorgt steevast voor een helder gebrachte, catchy zanglijn, terwijl het geheel een minutieuze afwerking krijgt met goed uitgewerkte backings, ondersteunende synths en zelfs een eighties-saxofoonpartij op afsluiter 'See You at Home'.

Aldus hebben we er met Lala Lala alweer een frisse verschijning bij in het hedendaagse indierocklandschap.

Begin volgend jaar kan je Lala Lala live aan het werk zien in onder andere Groningen (Vera, 23.02) en Brussel (Botanique, 24.02).



dinsdag 2 oktober 2018

The Melvins en ShitKid in het Depot (Leuven) op 01.10.18


Als grungepioniers die en passant ook nog eens hun stempel drukten op de ontwikkeling van sludge en stoner, beschikken The Melvins na zowat 35 jaar in het zadel ondertussen over een status die ervoor zorgt dat ze heden ten dage meer volk op de been brengen dan in de jaren 90, met als gevolg een volledig uitverkocht Depot. Buzz Osborne en Dale Crover doen niet aan verwachtingspatronen en hokjesdenken, en gaan ervan uit dat het zowel voor band als publiek het beste is als ze het hele gebeuren voor zichzelf interessant weten te houden. Betekent dit dat ze de ene keer op tour trekken met twee drummers, hebben ze ditmaal twee bassisten meegebracht. Ook komt het alleminst over als een schizofrene houding wanneer ze in een soort spreidstand een brug tussen classic rock en de underground leggen. Wie heeft immers nog weet van een concert waartijdens binnen de tijdspanne van een uur zowel The Rolling Stones als Bikini Kill worden gecoverd? En terwijl ze hun show onmiddellijk laten volgen door de grootste hit van The Eagles, kiezen The Melvins voor de lofi indierock van ShitKid om de zaal op te warmen.


Qua performance brengt het Zweedse duo een kleine pastiche op het typische stadionrockoptreden met over the top gitaarposes, extra, lager geplaatste microfoons waarvoor je op de knieën kan gaan en als top of the bill een ventilator die de illusie van wind in het haar kan blazen. Met zijn traagslepende, distorted basriff leunt opener 'Favourite Thing' het dichtst aan bij het werk van de latere hoofdact. Hierna wordt het tempo middels voorgeprogrammeerde drumbeats hoger gelegd. Aangevuld met het iets oudere 'Sugar Town' en 'I Wanna Go to LA' bestaat de set hoofdzakelijk uit de uistekende, eerder dit jaar verschenen ep 'This Is It'. Door de combinatie van even efficiënte als eenvoudige beats, distorted gitaren, sporadische synthgeluiden en soepele zanglijnen klinkt ShitKid tegelijkertijd dansbaar, aanstekelijk en edgy.


Ook al komt de plaat weldegelijk aan bod met o.a. 'Stop Moving to Florida' en 'Don't Forget to Breathe' ligt het zwaartepunt van de The Melvins' show dan weer niet noodzakelijk op het nieuwe album 'Pinkus Abortion Technician'. Het viertal – met zowel Jeff Pinkus (Butthole Surfers) als Steve McDonald (Red Kross) op bas die geregeld (meestal bij al dan niet op de recente langspeler verschenen hernemingen van het werk van hun andere bands) ook de vocalen voor hun rekening nemen – plukt (met 'At a Crawl' als verste naar het verleden teruggrijpend) quasi lukraak nummers uit hun uitgebreide oeuvre en weeft daar heel wat covers doorheen.

Aangevuurd door Crovers kenmerkende drumsalvo's sturen The Melvins, soms noisend, soms groovend, altijd indringend aan één stuk door de ene na de andere door de twee bassen gedragen en door de scheurende gitaar van Buzzo afgewerkte geluidsgolf de zaal in. Waar de bassisten eerder statisch aan beide kanten van het podium opgesteld staan en Crover zwoegend achter zijn drumstel verscholen zit, verzorgt Osborne de visuele dynamiek. In deze bezetting voelen The Melvins zich duidelijk in hun sas wat een oprechte en energieke prestatie oplevert. Als kers op de taart vervoegt ShitKid Asa Söderqvist (Teri Genderbender achterna) de band op vocalen voor een intense versie van 'Rebel Girl' die de avond besluit.

Conform de rest van hun carrière kozen The Melvins in Het Depot uiteraard niet voor de meest voor de hand liggende weg, en bewezen ze dat er allerminst sleet en verzadiging op de machine zit. Na al die jaren weten ze nog steeds manieren te vinden om de focus volledig te behouden.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


zondag 30 september 2018

Mark Lanegan & Duke Garwood – 'With Animals': wanhoop en verlossing


Mark Lanegans uitgelopen saison en enfer blijft al jaren de primaire inspiratiebron voor zijn artistieke output, om het even of die nu met volledige band, Greg Dulli, Mike Johnson, Isobel Campell of, zoals nu, met Duke Garwood tot stand komt. Als een hedendaagse Dante Alighieri gidst Lanegan je op 'With Animals' ervaringsdeskundig doorheen de onderwereld, waarbij je als toeschouwer nergens het gevoel krijgt dat je zelf gevaar loopt, iets dat ten tijde van solo-debuut 'The Winding Sheet', toen het nog leek alsof Dark Mark elk moment voor eeuwig door gene zijde opgeslokt kon worden, alleszins het geval was.


Geen panische vocale uithalen deze keer, wel min of meer geruststellend diep gegrom en doorleefd gecroon. De voormalige Screaming Trees-frontman grossiert als vanouds in donkere poëzie over wanhoop en verlossing die hij niet enkel bij God en in de liefde, maar ook – getuige het titelnummer – in de therapeutische omgang met dieren zoekt. Daarnaast wijst hij onmiskenbaar ook op de aantrekkingskracht die het duistere uitoefent en de schoonheid die hierin verscholen kan liggen.

Meer nog dan op 'Black Pudding' heeft Garwood zich het muzikale idioom van Lanegan helemaal eigen gemaakt. Bestaat een aanzienlijk deel van de plaat uit bezwerende slepers, komt ook traditionele folk-geïnspireerd materiaal ruimschoots aan bod. Aan de ene kant krijg je aan Mike Johnson herinnerende fingerpicking op akoestische gitaar te horen, terwijl je aan de andere kant dan weer songs opmerkt die nauw aansluiten bij het tragere werk van de Mark Lanegan Band dat drijft op loomgroovende mechanische beats en beklemmend ingekleurd wordt met ijle, psychedelische synths, omgekeerd afgespeelde gitaarpartijen en dergelijke meer.

'With Animals' mag dan wel weinig verrassend voor de dag komen, het is op zijn minst opmerkelijk te noemen dat Mark Lanegan, ondanks zijn kwantitatief enorme productie, de lat kwalitief altijd op niet minder dan uitstekend weet te leggen.

Mark Lanegan & Duke Garwood live aan het werk zien kan binnenkort onder andere in Utrecht (Tivoli, 10.10) en Antwerpen (De Roma, 11.10).


https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/

zondag 23 september 2018

La Luz in Botanique (Brussel) op 22.09.18


Wat de Witloofbar van de Botanique uniek uitstraalt aan karakter en authenticiteit, mist ze met haar zichtbelemmerende gewelven wat aan efficiëntie. Neem daar nog bij dat de podiumbelichting tijdens het optreden van La Luz erg donker voor de dag komt en je krijgt het soort sfeer waar de band, zoals frontvrouw Shana Cleveland geregeld tussen de nummers door aangeeft, zich wat surreëel bij gaat voelen. Uiteraard vormt dit wel een ideale setting om het uit droombeelden opgebouwde 'Floating Features' – het album dat het viertal komt voorstellen – helemaal tot zijn recht te laten komen.


Net zoals de plaat vat het concert snedig aan met de instrumentale titelsong onmiddellijk gevolgd door 'Cicada'. Het samenspel, de totaalsound en de ingenieuze dynamiek komen elke keer we La Luz aan het werk zien nog indrukwekkender naar voor, waardoor de set die meandert tussen meer etherisch groovend werk (bv. Don't Leave Me On This Earth' en 'You Disappear') en heftiger materiaal zoals 'The Creature', 'California Finally' en 'With Davey' zich als een soepel en gevarieerd geheel presenteert. Haast vanzelfsprekend wordt ook plaats vrij gehouden voor singles 'Call Me In the Day' en 'Sure As Spring' uit de debuut-lp.

Cleveland sipt constant thee uit een thermos en beweert wat verkouden te zijn. Dit heeft nochtans geenszins merkbare gevolgen voor haar vocale prestatie die uitblinkt in zowel helderheid als intensiteit. Hetzelfde kan trouwens gezegd worden van de backingharmoniën.

Als toegift laat La Luz zich met 'It's Alive' op een herhaalde vraag vanuit het publiek uit haar comfortzone halen. Het nummer blijkt immers recentelijk niet meer ingeoefend waardoor Cleveland zich tot het uiterste dient te concentreren op akkoorden en lyrics. Het geeft de song een aparte focus die, meer dan het gerodeerde, haast speels en moeiteloos de zaal ingestuurde andere werk, een inkijk geeft in de Clevelands grandioze genialiteit. Afsluitend met nog een instrumental zit het er vervolgens na een dik uur definitief op, en kan het recentelijk naar LA verhuisde combo terugblikken op een uiterst overtuigende en glansrijke show.



donderdag 13 september 2018

Boytoy in Le Chaff (Brussel) op 12.09.18


Boytoy stond reeds voor de vierde maal geprogrammeerd in Le Chaff aan het Brusselse Vossenplein, de tweede keer dit jaar en steeds met een sterk aangroeiende opkomst, tot op het punt dat de gezellige eet- en muziekbar ditmaal zelfs uit haar voegen dreigt te barsten. Een primeur voor het Belgische publiek is dat de band uit New York voor het eerst opduikt als kwartet, inclusief bas. Het is overigens niet Lena Simon – die op recentste lp 'Night Leaf' de honneurs waarneemt en die momenteel Europa rondtrekt met La Luz – maar (neen, niet de politica) Sarah Palin die live de totaalsound aandikt en het combo meer dynamiekgerelateerde mogelijkheden biedt.



Daarenboven zorgt ze er met haar soepele spel voor dat het melodieuze extra geaccentueerd wordt in het geheel en dat heel wat nummers aangelengd kunnen worden met (hetzij noisy, hetzij psychedelische) instrumentale uitwijdingen als intro, tussenstuk en/of outro. Meest exemplarisch voor deze aanpak komt eerste bisnummer 'I Get Distant' naar voor dat minutenlang bezwerend op en neer deint, bij momenten haast helemaal stilvalt om dan weer in volle hevigheid los te barsten en dat geregeld ook hypnotizerend aan het grooven slaat.

Vooral puttend uit 'Grackle' en 'Night Leaf' weet Boytoy een gevarieerde set op te bouwen waarin de snedige punk van 'Poison Breeder' moeiteloos zijn plaats vindt naast onder andere de stonergrunge van 'Want', de zonnige sixties-garagepop van 'Mary Anne', het stompende 'NY Rip Off' en het etherische 'Wild One'. Door de catchy zanglijnen te combineren met een heleboel goed uitgewerkte backingharmonieën haalt – ondanks de geregeld opduikende hoekige riffs en de uit stevig beton opgetrokken gitaarmuur – het popgevoelige doorgaans de overhand.

Afsluitend met een lang uitgesponnen versie van het dromerige 'Cold Love' dat naar een gestaag aanzwellende climax toewerkt en het snedige 'Postal', gevolgd door de eerder aangehaalde bisronde, weten stichtende leden Saara Untracht-Oakner en Glenn Van Dyke & co een volgepakt Le Chaff eens te meer volledig te begeesteren.

Boytoy speelt vanavond (13.09) nog een verrassingsoptreden in Recyclart (Brussel) en staat morgen (14.09) geprogrammeerd op Leffingeleuren.





woensdag 22 augustus 2018

Scott Yoder – 'A Fool Aloof': patent ogend glitterensemble


Toen Scott Yoder, na het uiteenvallen van The Pharmacy, een drietal jaar geleden solo debuteerde met 'Sisters Under the Mink' kreeg je een handvol uitstekende “uitgepuurde folkballades” te horen. Twee ep's en evenveel lp's later worden soortgelijke songs laag op laag weer dikker aangekleed tot een patent ogend glitterensemble.


Exemplarisch is de transformatie die 'Where Are They Now?' onderging sinds het in een minimalistischere versie al eens opdook op 'The Trespasser'-ep. Het vat deze keer niet alleen snedig de koe bij de horens met een scheurende garagerockintro, maar bevat tevens een glammy gitaarsolo en een sfeerscheppende jaren 70-orgelpartij.

Op enkele cruciale plaatsen bevat 'A Fool Aloof' echter ook materiaal dat een ander soort songschrijverij verraadt. Zo vangt de plaat, openend met het op een loomwiegende groove drijvende 'Ways of Love' en het door een soort exotische dodenmarsblazers gedragen 'Back to the Story', aan met enkele bezwerende, hypnotizerende nummers. Halverwege krijgt daarenboven de krachtig opzwepende stomper 'Goodbye Lady Day' een prominente plek, en als afsluiter wordt de karaktervolle, traditioneel geïnspireerde, akoestische lofi-folk van 'Come in from the Cold' weerhouden.

Op die manier komt Yoder tot een goed uitgebalanceerd en gevarieerd album. Met zijn karaktervolle, hoogtimberige stem die zich door net de juiste dosis melancholie laat kenmerken, gaat hij constant op zoek naar de meest catchy zanglijn en de indringendste melodie. Zonder aan de kern van zijn songschrijverschap te raken, betekent 'A Fool Aloof' opnieuw een evolutie voor Scott Yoder. Deze langspeler vormt immers alweer een uitmuntende toevoeging aan 's mans gestaag groeiende oeuvre.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


zondag 12 augustus 2018

Equinox, the Peacekeeper tijdens Fiesta Partigiani (Haasrode) op 11.08.18


In een (voorlopig blijkbaar gelukte) poging een stuk landbouwgrond te beschermen tegen de oprukkende industrialisering vond op het Parkveld in de nabijheid van de Haasrodense bedrijvenzone al voor de tweede keer het Fiesta Partigiani plaats. De velden en bossen en de wirwar aan sociaal voelende toeschouwers vormen een decor waarin het geëngageerde, op traditionele folk gestoelde singersongwriterschap van Equinox, the Peacekeeper uitstekend gedijt.


Te beginnen met 'Until My Voice Is True', ook nog in de aanloopfase gevolgd door onder meer een cover van Nick Drakes 'Northern Sky', bouwt het trio de set geduldig op. Frontman Wouter Buyst brengt zijn indringende nummers op een ongedwongen, relaxte manier, gooit er af een toe een boventoonzang tegenaan en pikt er enkele welgemikte momenten uit om de dynamiek omhoog te halen. Onderwijl zorgt de contrabas voor een meeslepende groove, wordt geregeld een harmonium ingeschakeld om wat extra sfeer in het geheel te brengen, en houdt de banjo er de vaart in.

Het ondertussen vijf jaar oude 'Birdsongs On The Wasteland' (getuige hiervan het beklijvende 'Please Strip Naked Now') levert het gros van het gespeelde materiaal aan, maar met onder andere het Nederlandstalige 'Half Zeven' en de up-tempo afsluiter die mits een andere instrumentale aankleding zo tot authentieke indierocker kan uitgroeien, komt ook nog niet eerder verschenen werk aan bod. Naar veluidt zit immers een nieuwe plaat in de pijplijn. Afgaande op Equinox, the Peacekeepers overtuigende prestatie tijdens het Fiesta Partigiani is dit zeker een gegeven om reikhalzend naar uit te kijken.



maandag 30 juli 2018

Together Pangea – 'Sleeping Til Sunset': niet verrassend, wel mooi


Geen spoor meer van Roland Cosio de laatste tijd bij Together Pangea. Het lijkt erop dat de Californische garagepunks voortaan als trio door het leven gaan. In die hoedanigheid brachten ze ondertussen ook een eerste release op de markt, weliswaar zonder nieuwe songs.


De 'Sleeping Til Sunset'-ep biedt immers een akoestische benadering van een handvol eerder in rockopstelling uitgebracht nummers. De ene keer gebeurt dit met twee folkgitaren aangevuld met basispercussie de andere keer duiken dan weer piano, orgel en drums op of zelfs een elektrische bas en sologitaar.

Wie vertrouwd is met de altijd songgerichte, melodieuze, catchy aanpak van William Keegan en co mag het niet verwonderen dat het materiaal ook ontdaan van een stevige geluidsmuur helemaal overeind blijft. Terwijl drie nummers – waarvan vooral 'Friend of Nothing' tempo en snedigheid inruilt voor een soort ingetogen zwierigheid – werden geplukt van de gestroomlijnde recenste langspeler 'Bulls and Roosters', bewijst 'My Heart' van op het gruizige garagedebuut 'Living Dummy' dat de hang naar mooi in het oor liggende songs altijd aanwezig is geweest.

Dit maakt 'Sleeping Til Sunset' tot een uitstekend kleinood waamee Together Pangea de mogelijkheden naar de toekomst toe nog wat verder open trekt.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


dinsdag 17 juli 2018

Protomartyr – 'Consolation': met behulp van R. Ring


Drie jaar na splitsingle 'Blues Festival' zoeken Protomartyr en R. Ring nogmaals publiekelijk toenadering tot elkaar. Niet alleen levert Kelley Deal op 'Consolation' eens te meer een gesmaakte vocale bijdrage, tevens werd de ep door medebandlid Mike Montgomery ingeblikt in zijn Candyland Recording Studio.


Hoewel deze vier songs tellende release net geen kwartier in beslag neemt, zorgt 'Wheel of Fortune' voor een langere gevoelstijd van het geheel. Dit fragmentarisch opgebouwde nummer, schiet via talloze stijl- en tempowisselingen immers heel wat diversee richtingen uit en lijkt zo zijn duur van vijf minuten ruimschoots te overstijgen. De andere nummers gaan dan weer rechter op hun doel af, al krijgt afsluiter 'You Always Win' – met behulp van enige uit een orkestopstelling geplukte instrumenten zoals de cello van Lori Goldston (jawel, die van Nirvana Unplugged) – nog een wat geïmproviseerd overkomende outro aangemeten.

Terwijl de ritmesectie keer op keer een repetitieve, hier en daar door een abrupte break onderbroken, groove neerlegt, verzorgen Geg Ahee en Joe Casey onder hun tweetjes de dynamiek en de structurele indeling tussen strofe, brug en refrein. Ze schuwen respectievelijk het dissonante en het atonale niet, leggen erg veel variatie in hun aanpak en weten elkaar geregeld toch te vinden in een melodieuze partij die er dan ook erg catchy uitgeschoten komt. Op die manier voegt Protomartyr met 'Consolation' alweer een prima plaat toe aan hun regelmatig aangroeiende oeuvre.

Protomartyr live aan het werk zien kan deze zomer onder meer in Nijmegen (Doornroosje, 16.08) en Groningen (Vera, 03.09) en op de festivals Lowlands (Biddinghuizen, 17.08), Pukkelpop (Hasselt, 18.08) en Into The Great Wide Open (Vlieland, 02.09).



dinsdag 12 juni 2018

Shannon Shaw – 'Shannon In Nashville': waar liefde synoniem staat voor diepe smart


Voor een eerste solo-plaat trok Shannon Shaw – in een regie van producer Dan Auerbach – op uitstap naar Nashville, weg van haar basgitaar en de garage van The Clams. Dit resulteerde in een grootse, ouderwetse popplaat die helemaal rond Shaws soulvolle stem werd gecentreerd. Om een wat concreter idee te geven, kan je stellen dat opener 'Golden Frames' sowieso hoge ogen zou gooien op elk Songfestival in de jaren 60 en 70, dat 'Bring Her the Mirror' in ieder tijdperk geschikt is als themanummer van een James Bondfilm en dat 'Freddies 'n' Teddies' op maat geschreven lijkt van de nachtclubby vibe waar Grace Jones zo graag mee aan de slag gaat.


In een prachtig georchestreerde, rijkelijk (met allerhande toeters en bellen, strijkers, blazers en vocale harmonieën) gearrangeerde productie, wordt de emotie van Shaws geladen lead – die soepel tussen ingetogen en uitbundig switcht en steevast kan bogen op een hartverscheurende snik dan wel een rauwgevoelige rasp - des damatischer naar voor gebracht. De algehele feel trekt geregeld richting grens met het authentieke levenslied waar liefde zowat synoniem staat voor diepe smart, waardoor deze langspeler behoorlijk wat onversneden tearjerkers bevat.

'Shannon In Nashville' draaide aldus uit op een uitgebalanceerd en coherent album dat beweeglijk groovend, meeslepend en indringend voor de dag komt. Auerbach vond bij dezen een andere manier om Shaws stem te laten schitteren dan bij de retrogarage van Shannon and the Clams en stuurde het geheel resoluut richting tijdloze pop met een onmiskenbaar potentieel een enorm publiek te beroeren.

Voorlopig staan er voor Shannon Shaw nog geen solo-optredens gepland in onze contreien. Met The Clams – die overigens de voorbije winter ook een sterk album uitbrachten – kan je ze later dit jaar wel live aan het werk zien in onder andere Amsterdam (Bitterzoet, 06.09) en Brussel (Botanique, 07.09).



vrijdag 8 juni 2018

Mozes and the Firstborn tijdens Plugged Festival (Eindhoven) op 07.06.18


Sinds de release van 'Great Pile of Nothing' lijkt Mozes and the Firstborn een onstuitbaar elan gevonden te hebben. Ep's en singles volgen elkaar al enige tijd aan sneltempo op en een nieuwe lp staat reeds helemaal in de steigers. Geen wonder dus dat veel nieuw materiaal de set haalt op het door Eindhovense studenten georganiseerde Plugged Festival.


Zo trappen Melle Dielesen en co af met 'Sad Supermarket Song' waar de eerste uitgave van de recent opgerichte Mozes Cassette Club rond draait. Het viertal heeft er duidelijk plezier in, oogt ontspannen en maakt er een expressieve show van waarbij de ene catchy gitaarrocksong na de andere de zaal wordt ingeblazen. Het voor heel binnenkort aangekondigde 'Hello', een nog onbekend 'Amen' getiteld nummer en ander onuitgegeven werk vindt makkelijk zijn plaats naast relatieve klassiekers als 'Bloodsucker', 'Seasons', 'Crawl' en 'Gimme Some' dat – zoals al een tijdje live het geval is – een vakkundig uitgesponnen, opzwepende gitaardueloutro meekrijgt.

Drummer Raven Aartsen toont zich een constante rots in de branding (ook wanneer de band geconfronteerd wordt met een miniem euvel als een gebroken snaar), bassist Corto Blommaert wekt een kwieke en frivole indruk en gitarist Ernst-Jan van Doorn geeft de nummers extra push en edge waar nodig. Frontman Dielesen toont zich efficiënt in zijn gitaarspel en gevarieerd, met vaak een melancholische toets, in zijn vocalen, bepaalt de toon van het geheel en praat alles met een natuurlijke flair aan elkaar.

Als toegift wordt doorbraakhit 'I Got Skills' van stal gehaald, waartijdens Dielesen zich goofy energiek tussen de toeschouwers begeeft en hen de lead voor de refreinen aanbiedt, waar dan ook gretig van gebruik wordt gemaakt. Het hieropvolgende 'Peter Jr.' besluit, tenslotte, Mozes and the Firstborns uitstekende generale repetitie voor hun last minute toegezegde passage op het Best Kept Secret-festival een dag later (vandaag dus).




dinsdag 5 juni 2018

The Coathangers – 'LIVE': alsof je erbij bent


Na dertien jaar in het zadel en vijf lp's en een ep op de teller is voor de garagepunks van The Coathangers de tijd aangebroken voor het eerst uit te pakken met een live-album, geregistreerd op twee opeenvolgende concertdagen in een bar in Long Beach. Terwijl het trio uit Atlanta nooit moeite had hun live-energie tot op zekere hoogte ook naar studio-albums te vertalen, geldt dat deze keer des te meer. Sluit je je ogen, lukt het je immers uiterst makkelijk je te verbeelden dat je er in real life bij bent.


Openingsduo 'Watch Your Back' en 'Follow Me' maakt meteen duidelijk hoe de ver uit elkaar liggende stemmen van frontvrouw Julia Kugel (soepel en melodieus) en drumster Stephanie Luke (rauw en krachtig) elkaar perfect aanvullen, vooruit stuwen en ondersteunen. Dit gegeven krijgt nog een extra dimensie als vanaf 'Arthritis Sux' ook Meredith Franco geregeld haar naïeve, speelse toets in de vergelijking werpt. De mogelijkheden om te variëren in timbre, sfeer en dynamiek worden zo helemaal opengetrokken, een potentieel dat de band dan ook tenvolle omarmt en benut.

De Amerikaansen namen de gelegenheid niet te baat nieuw werk te introduceren, en dat heeft deze plaat ook niet nodig. Niet alleen geeft 'LIVE' een summiere staalkaart (die eventueel perfect als introductie kan dienen) van het oeuvre van Kugel & co, tevens belicht ze het talent van het combo om tegelijkertijd, catchy, snedig en intens voor de dag te komen in hun songschrijverij. Met 'Suck My Shirt' en 'Nosebleed Weekend' (respectievelijk vijf en vier songs) in een hoofdrol plukken The Coathangers één of meerdere nummers uit elke plaat sinds hun in 2007 verschenen titelloze debuut-lp.

Gedragen door potig pompende drums, een frivool groovende bas en het uiterst levendige gitaarspel van Kugel speelden The Coathangers een spitante set die nu dus voor het nageslacht bewaard zal blijven.

Wie ook de beelden van de performance wil zien, kan zich inschrijven op de The Coathangers-nieuwsbrief en krijgt zo toegang tot de hele opname op een Youtube-kanaal. Wie ook dat niet genoeg is kan het drietal dit najaar live aanschouwen. Als curator haalt Courtney Barnett hen immers naar het Sonic City festival (Kortijk, 10.11). Verder spelen ze in dezelfde periode nog in onder andere Utrecht (Db's, 24.10) en Charleroi (Eden, 09.11).



donderdag 17 mei 2018

La Luz – 'Floating Features': van een bedwelmende schoonheid


De verhuis van Seattle naar LA ging voor Shana Cleveland gepaard met een levendige activiteit in dromenland. Samen met observaties doorheen de grootstedelijke smog die een sluier over de verblindende Californische zon legt, haalt de enorm getalenteerde frontvrouw op 'Floating Features' voornamelijk hier haar thematische inspiratie uit.


Muzikaal verdampen de vroeger prominenter aanwezige surfinvloeden en andere retro-elementen op La Luz' derde langspeler samen met een hedendaagse indierockfeel tot een bedwelmend geheel. Doordat eenieder van het kwartet op zich beschikt over een geweldige instrumentbeheersing en de dames ondertussen uiterst goed op elkaar ingespeeld zijn, komt de band naar voor als een soepel en dynamisch functionerende organisme waarvan het gesofisticeerde en krachtige drumspel van Marian Li Pino de pulserende hartslag vormt. Door dit alles worden de vele subtiliteiten van Clevelands songschrijverij en gitaarspel natuurlijk aan de oppervlakte gebracht.

Geholpen door een heldere, goed gestoffeerde productie presenteert 'Floating Features' zich aldus als een levendig, groovy, indringend, meeslepend en aanstekelijk meesterwerk.

La Luz live aan het werk zien, kan dit najaar onder meer in Brussel (22.09, Botanique), Groningen (05.10, Vera) en Amsterdam (06.10, Paradiso).



vrijdag 11 mei 2018

ShitKid – 'This Is It': diepe basklanken, rauwe gitaren en popgeoriënteerde zanglijnen

Een goed half jaar na debuutlangspeler 'Fish' bracht de Zweedse ShitKid met 'This Is It' alreeds een opvolg-ep op de markt. Onder meer door het gebruik van heel wat (dragende) diepe basklanken, enkele welgemikte, rauwe gitaarpartijen en wat inkleurende synthsounds overstijgt dit diy-project van Åsa Söderqvist het gevoel van slaapkamergeknutsel ruimschoots.


De goed uitgewerkte songs steunen doorgaans op een mechanisch klinkende, repetitieve drumbeat waarover de ene keer succesvol een meeslepende riff gedrapeerd wordt (bijvoorbeeld de sludgy opener 'Favourite Thing') en die de andere keer zoals op de springerige indierocker 'Oh Me I'm Never' dan weer helemaal het skelet van het nummer vormt. De vocalen van Söderqvist klinken fris, indringend, gevarieerd en expressief en linken het geheel bij momenten via Kathleen Hanna-echo's ('High Way') aan Riot Grrrlpunk. De popgeoriënteerde zanglijnen zorgen ervoor dat elk van de zes nummers – of het nu gaat om het trippy 'All My Fears' of de op de grens van ballad balancerende afsluiter 'Yooouuu' – even aanstekelijk binnenkomt als de anderen.

Met 'This Is It' lijkt ShitKid alweer een stap vooruit te zetten en levert Åsa Söderqvist een uitermate boeiend en dynamisch werkstuk af.


dinsdag 8 mei 2018

Boytoy in Le Chaff (Brussel) op 07.05.18


Met de regelmaat van de klok pakt eet- en muziekcafé Le Chaff in de Brusselse Marollen uit met een interessant klinkende naam op de concertagenda. Met de recente release 'Night Leaf' onder de arm zakte garagerocktrio Boytoy al voor de tweede keer in enkele jaren tijd af naar de gezellige bar aan het Vossenplein.


Hoewel de band uit New York – in tegenstelling tot eerdere Europese passages – dit keer wel met een bassiste toert, moest deze voor enkele data verstek geven wegens andere verplichtingen in Zwitserland. Ook al beweert spilfiguur Saara Untracht-Oakner dat het voor hen dus wennen is, valt er – te meer daar de toeschouwers die hen al eerder in deze contreien zagen het gewoon zijn het combo zonder bas te zien optreden - in hun prestatie alvast niets van te merken. Het drietal is uitmuntend op elkaar ingespeeld, Chase Noelle drijft het hooky dansbare geheel met een dokkerende kadans efficiënt aan, Untracht-Oakner en Glenn Van Dyke weven een delicaat dooreenstrengelend gitaartapijt en beiden geven naadloos lead en ritme aan elkaar door. Daarenboven ondersteunt laatstgenoemde vocaal soepel en helder de goed bij stem zijnde frontvrouw.

Het concert kent een heftige aanvang met 'Poison Breeder' waarna al vlug werk gemaakt wordt van het voorstellen van de nieuwe plaat. Nummers als 'Mary Anne', 'Juarez' en 'It's Alright' klinken wat minder aggressief dan het meeste oudere materiaal en komen zonniger en misschien wel poppier naar voren dan ooit. Na een goed half uur geeft de ziedende brok energie 'Sailor Jenny' (uit 'Grackle') dan weer de aanzet tot een finale die haar climax bereikt met het up tempo 'Postal' en het slepende 'Pretty One'. Samen met het eerder gespeelde 'Want' bewijst deze afsluiter van de reguliere set dat redelijk typische stonerriffs in lichtvoetige indierock best wel fris voor de dag kunnen komen. Als druk gesolliciteerde toegift gooien Untracht-Oakner & co er tot slot nog het blijkbaar nooit eerder live gebrachte 'Static Age' tegenaan.

Wie later deze week naar Gent afzakt voor Psych over 9000 kan alvast met een gerust gemoed Boytoy in het tijdsschema aankruisen.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


vrijdag 4 mei 2018

Protomartyr en Tyvek in De Kreun (Kortrijk) op 03.05.18


Ergens halverwege de namiddag krijgt Protomartyrs 's avonds in de Kortrijkse Kreun geplande optreden wat extra cachet wanneer de band uit Detroit via de sociale media een op 15 juni uitkomende release aankondigt en hierbij meteen voor het eerst in zowat een jaar een nieuw nummer (met Kelley Deal op backings ) op de wereld loslaat.


Terwijl je dus reikhalzend kan uitkijken naar een eerste live kennismaking met nog niet eerder verschenen materiaal, krijgt als opwarmer van dienst het uit de thuisstad mee naar Europa gebrachte Tyvek de gelegenheid zich voor te stellen aan het Belgische publiek. Met hun complexloos neergezette slackerrock grijpt het kwartet de geboden kans best wel met twee handen. Gedragen door een scherpe, droge, ongepolijste gitaarsound schippert het zich low profile gedragende combo tussen rammelende punk, hoekige lofi-rock en meeslepende postpunk.

Bij wijze van nog meer in de juiste mood te geraken, worden een kleine tien minuten voor aanvang van de hoofdact de zaallichten verduisterd en vullen onheilspellende soundscapes de ruimte. Zo vindt Protomartyr de ideale setting om met 'My Children' meteen de koe bij de horens te vatten. Frontman Joe Casey & co klinken van bij aanvang overrompelend qua sound en geroutineerd gesofisticeerd qua samenspel.

Net als single 'Don't Go to Anacita' komen enkele songs van de nog te verschijnen ep al vroeg aan bod. Ook zonder Kelley Deal staat het pas geloste 'Wheel of Fortune' live als een huis, en het niet nader benoemde, hieropvolgende, nagelnieuwe nummer klinkt eveneens vintage Protomartyr met haar organische gebrachte tempo- en genreswitchen, het dynamisch donderende gedrum van Alex Leonard, het monotoon pompende baswerk van Scott Davidson en het afwisselend slaande en zalvende gitaarspel van Greg Ahee.

Hoewel organisatie en de meeste toeschouwers unaniem vol lof lijken over Protomartyrs passage tijdens Sonic City van een jaar of drie geleden, schetst een schijnbaar goedgemutste Casey een context bij hun show destijds die voor hem duidelijk als mindere prestatie in het geheugen ligt. Door het vroege aanvangsuur hadden de bandleden zich immers – pogend in een recordtempo een kater van jewelste weg te werken – al snel zo gretig in de alcohol gegooid dat hun functioneren eronder leed. Deze keer slurpen Casey en de zijnen aan een gezapig tempo flesjes bier leeg, enkel om zich in hun normale staat van zijn te bevinden. De band voelt zich dan ook duidelijk in zijn sas en wekt een relaxte indruk. Dit neemt niet weg dat het viertal zich helemaal smijt en dat Casey bij zijn meest intense declamaties, schreeuwende uithalen en emotionele croonen een verbeten trek rond de mond krijgt.

Hoewel 'Relatives In Descent' eerder al uitgebreid live gepresenteerd werd in België vult deze plaat ook nu de hoofdmoot van de setlist. Waar met 'The Devil in His Youth' en 'What the Wall Said' sporadisch ook ouder werk het reguliere optreden haalde, zet 'Come & See' een zinderende finale in die helemaal een climax toegemeten krijgt via het hypnotizerend dreunende 'Half Sister'.

Scherp van geest als hij is heeft Casey vervolgens perfect ingeschat dat de zaal niet enkel gevuld is met die hard-fans, en keert hij – terwijl de anderen nog wat sanitaire verplichtingen afhandelen – in zijn uppie relatief snel terug het podium op om de gelegenheidsaanwezigen te verhinderen reeds huiswaarts te keren en aldus een bisronde uit de brand te slepen. Deze kondigt hij aan als bestaande uit twee van hun beste nummers. En geef hem maar eens ongelijk als hierop 'Why Does It Shake?' en 'Scum, Rise!' volgen. Ze vormen alleszins een uitstekend orgelpunt op een ijzersterke show.



donderdag 3 mei 2018

Boytoy – 'Night Leaf': edgy en toegankelijk

Ervan afhankelijk of je het zeven nummers tellende, titelloze debuut een ep dan wel een lp noemt, zijn de dames van Boytoy ondertussen aan hun tweede of derde langspeler toe. Drie jaar na de robuuste kracht (die behoorlijk wat melodieën herbergde) van 'Grackle', brengt 'Night Leaf' nog wat meer verfijning in het oeuvre van het viertal dat ondertussen een vaste bezetting lijkt gevonden te hebben (met naast het stichtende gitaarduo Saara Untracht-Oakner/Glenn Van Dyke Chase Noelle aan de drums en Lena Simon, – althans voor het studiowerk - op bas).


 De rauwe, directe aanpak van frontvrouw Untracht-Oakner, hierin volledig bijgestaan door de no-nonsense drumpartijen van Noelle, wordt op het nieuwe album nog meer dan voorheen gecounterd door de frivolere toets van Van Dyke die heel wat surf, stoner en jaren 70-rockinvloeden binnenbrengt. Lena Simon smeedt het geheel dan weer naadloos aan elkaar met een swingende groove. Als vanouds gaan de in-your-face vocalen (vaak ondersteund door oldies-backings) van Untracht-Oakner onderwijl onophoudelijk op zoek daar de meest catchy melodie en de meest verslavende hook.

 Aldus levert Boytoy met 'Night Leaf' een tegelijkertijd edgy en toegankelijke gitaarplaat af die garagepop, indierock en stoner op organische wijze met elkaar verbindt.

 Boytoy live aan het werk zien kan binnenkort onder meer in Brussel (Le Chaff, 07.05) en Gent (Psych over 9000, 10.10).


dinsdag 24 april 2018

White Mystery – 'Hellion Blender': wat genekt door kwantitatieve doelstellingen


Helemaal volgens vooropgezet plan brengt White Mystery al voor het tiende opeenvolgende jaar op de officieuze cannabisdag een nieuwe release op de markt. De vraag of artistieke expressie zich idealiter in dergelijk arbeidsethos laat vangen stelt zich echter allengs luider. Instrumentbeheersing, samenspel en sound mogen er in al die jaren dan gestaag op vooruit gegaan zijn, als je ook inspiratie, bezieling en overtuigingskracht mee afweegt, blijkt in het totaalplaatje toch niet echt een constant stijgende lijn te zitten.


Op 'Hellion Blender' heeft het roodharige broer/zus-paar ternauwernood twintig minuten nodig om er tien songs door te jagen. Drie daarvan zijn dan nog spoken word expressies van Francis White. Terwijl 'Unlucky XIII' nog lichtjes bij hiphop aansluit, is 'Disco Ball' een onbegeleide declamatie en bevindt het afsluitende 'Part Deux' zich tussen beiden in. Ook al beschikt de drummer over een prima voordrachtstem, haalt de in de ik-vorm gebrachte associatieve beatpoëzie die onder meer populaire cultuur, religie, geschiedkunde, filosofie en enkele subculturele uitspattingen linkt aan persoonlijke impressies eigenlijk nauwelijks het niveau om op zichzelf overeind te blijven.

Neem daar nog bij dat 'White Mystery Tv' het soort vereenvoudigd punkrocknummer is waar enkel Shonen Knife zonder ironie mee wegkomt en dat bij 'Goody Two Shoes' (dat ook nog eens “remember” op “September” laat rijmen) aan de frasering te weinig werd gesleuteld om ongekunsteld in het metrum te passen, en de spoeling wordt wel heel erg dun. Wat overblijft zijn dan een handvol helder geproducete, even vlot in het oor liggende als volatiele, strak stompende garagepunksongs. Frontvrouw Alex zingt hierop naar goede gewoonte soepel, krachtig en helder, gaat beheerst om met distortion en weet zelfs enkele keren te verrassen met een welgemikt streepje wah-wah. Dit terwijl Frances alles aandrijft met een strak pompende kadans.

Met 'Hellion Blender' haalde White Mystery de bij de oprichting opgestelde doelstellingen. Toch lijkt het duo nog niet van plan er het bijltje bij neer te leggen. Vermits het album echter niet tot hun beste werk behoort, is het misschien een beter idee voor het volgende decennium niet langer kwantitatieve objectieven te stellen, en resoluut voor kwaliteit te gaan.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/


vrijdag 13 april 2018

Trapper Schoepp in Café De Zwerver (Leffinge) op 12.04.18


Twee jaar na zijn rol als voorprogramma van Jesse Malin keerde Trapper Schoepp terug naar Leffinge. Zorgde een lokale kruidenier vorige keer nog voor enige opschudding, was Café De Zwerver de jeugdige singersongwriter indertijd al gunstig gezind, en ditmaal is dat niet anders.


Nadat DJ Willie met een selecte keur uit het beste dat folk, blues, country en aanverwanten in de loop der jaren hebben opgeleverd, het pand op de juiste temperatuur heeft gebracht, kiest Schoepp, geruggensteund door een driekoppige band, in een aardig gevulde zaal die grotendeels niet heel vertrouwd overkomt met 's mans oeuvre, voor een erg directe aanpak met een overdaad aan podiumcapriolen, een uitgebreide interactie met het publiek en heel wat covers. Zo vuurt het combo uit Wisconsin, in een standaard rockbezetting, met 'Freight Train' van Sister Double Happiness meteen een meezinger van formaat het café in.

Na een op hetzelfde elan voortgezette, energieke, up-tempo start met onder meer 'Pins and Needles' uit debuut 'Run Engine Run' en 'Welcome to Bay Beach' uit de meest recente ep, is ergens halverwege de set het moment aangebroken voor enkele ballades die volledig prijsgeven wat een geweldige songwriter in Schoepp schuilt. Nummers als 'Ogallala', 'Tilt-a-Whirl' en 'The Scat', waarvoor Trapper zijn elektrische gitaar voor een akoestisch exemplaar verruilt, krijgen de tijd en ruimte zich in al hun schoonheid te ontplooien.

Niet alleen in zijn songs toont Schoepp zich een geboren verteller, maar evenzeer in zijn dikwijls goed gestoffeerde, telkens boeiend gehouden bindteksten. Op die manier kom je bijvoorbeeld te weten dat 'On Wisconsin' ondertussen officieel een samenwerking tussen Schoepp en Bob Dylan mag genoemd worden. In aanloop naar de dynamische finale die haar eindpunt vindt in het spitante 'Mono, Pt. 2' krijgt niet alleen een herneming van een Dylannummer haar plaats, maar komen ook Neil Young, Elvis en Bob Seger aan bod. Enkel geflankeerd door broer Tanner besluit Trapper vervolgens na ruim 75 minuten het uitermate onderhoudende optreden bissend met een breekbare versie van 'Bye Bye Love' (Everly Brothers).

Schoepp en de zijnen brachten aldus een show met een hoog entertainmentsgehalte, die helemaal af was. Het kwartet kan zich overigens zeker en vast nog wat meer vertrouwen op de solide overtuigingskracht van het eigen materiaal verloorloven.

Dit weekend kan je Trapper Schoepp (gratis) aan het werk zien in Eindhoven (De Rozenknop, 14.04) en Weert (De Bosuil, 15.04).