dinsdag 28 april 2020

Romano Nervoso – 'The Return of the Rocking Dead': chansongevoelige hardrock


Al is Romano Nervoso altijd een band met een hoge nostalgie-factor geweest, komt dit er de laatste twee platen wel erg dik op te liggen. Het adagium “Sex, drugs, rock n roll & dolce vita” vat – naar hun nummer uit het twee jaar oude 'I Don't Trust Anyody Who Doesn't Like Rock n Roll'– de muziekbeleving van het Italo-Belgische combo nog steeds prima en kernachtig samen.


Waar het de spits afbijtende 'Internet Generation' almeteen van leer trekt tegen de hedendaagse jeugd, snijden de hieropvolgende songs immers voluit het terugkerende “Rock n Roll will never die”-thema aan. Hierbij worden gemeenplaatsen allerminst geschuwd. Zo krijgt in 'Tell Me What Happened to Your Rock'n Roll' een gesettelde jeugdvriend ervan langs, en fantaseert 'We Miss You Jay Reatard' over de streken die de oh-zo-luid-spelende Reatard uithaalt “with Bonham in heaven.” 'Wild Boy' vindt dan weer in Danko Jones een logische partner in crime.

Terwijl labels als glam-, blues- en punkrock heden ten dage natuurlijk niet al te avontuurlijk meer in de oren klinken, bewijst Romano Nervoso ten volle dat dit niet noodzakelijk een bezwaar hoeft te wezen. Het uitgedragen “Wallifornische” volksethos gecombineerd met de wat brute flair van frontman Giacomo Panarisi zorgen ervoor dat het allemaal oprecht en interessant blijft. Daarenboven weet de band in beslissende mate hun chansongevoeligheid, waar afsluitende cover 'Babooshka' openlijk van getuigt, in het geheel te verwerken.

'The Return of the Rocking Dead' mag dan weinig vernieuwing herbergen, het album klinkt wel als een eerlijk, ongekunsteld en instant catchy werkstuk.



woensdag 15 april 2020

Dan Sartain – 'Western Hills': van Elvis tot Morricone


Na zijn, overigens uitermate geslaagde, uitstap richting new wave uit 2016 ('Century Plaza'), trekt hillbillie garagepunk Dan Sartain zich met 'Western Hills' wat meer terug in zijn comfortzone. Deze langspeler herbergt immers een bonte collectie covers in het westerngenre.


De lading die het label dekt valt immers niet makkelijk binnen strikt afgebakende lijnen te definiëren. Vind je een oer-Amerikaanse folktraditional als 'When I Was a Cowboy' aan de ene kant van het spectrum, kom je aan het andere uiterste een jaren 80 nummer van de Britse postpunkers Adam & The Ants ('5 Guns West') tegen, met tussenin een heel arsenaal enorm diverse, aan films ontleende themanummers. Terwijl geregeld de geest van John Wayne rondwaart, maak je ook kennis met de begingeneriek van Clint Eastwoods doorbraakserie, hoor je Elvis zijn bijdrage leveren aan de soundtrack van zijn eigen acteerprestaties, en kan uiteraard ook de invloed van spaghettiwesterns niet ontbreken.

Muzikaal stilistisch uit de diversiteit zich in enkele ballads (onder meer van The King) naast een voor Ricky Nelson geschreven countrysong van Johnny Cash en een resem typische opzwepende cowboynummers zoals 'Rawhide' of heldenepos 'Geronimo'. Een speciale plaats in de hele lappendeken is weerhouden voor Ennio Morricone's orchestrale aanpak die het genre eind jaren 60 nieuw leven in blies.

Om het even welke richting de plaat uitgaat, het lijkt Dan Sartain steevast helemaal op het lijf geschreven. Zijn expressieve vocalen en no nonsense-gitaarspel doen de songs alle eer aan. Met veel eerbied voor de originele versies waarbij geen moeite gespaard wordt de oorspronkelijke backings en geluidseffecten te benaderen (waarom professioneel winkelcentrumslager Sartain in de studio hele lappen vlees tegen de vloer keilde, kan je in de begeleidende documentairefilm bekijken), weet de Amerikaanse zuiderling even makkelijk de melancholie van een verlaten prairie als de epiek van een leven als outlaw of de opjuttende dynamiek van een richting strijdgewoel galloperend paard perfect te vatten.

Dan Sartain brengt, kortom, op indrukwekkende wijze een hedendaagse ode aan een genre waar hij onmiskenaar een grote voeling mee heeft.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


zaterdag 28 maart 2020

Porridge Radio – 'Every Bad': meeslepende, popgevoelige indierock


Tenzij Corona nog lang roet in het eten blijft gooien, staat de deur naar een groot publiek wagenwijd open voor het door de Britse pers flink gesteunde Porridge Radio. De popgevoelige indierock op hun tweede langspeler 'Every Bad' koppelt immers moeiteloos diepgang en inhoud aan aanstekelijkheid.


Frontvrouw Dana Margolin bepaalt met haar emotioneel geladen vocalen – die vanuit het niets van melancholisch, berustend of afstandelijk lijzig plotsklaps richting episch huilend of zelfs regelrecht hysterisch kunnen schieten – en levendige, functionele gitaarspel de toon en dynamiek van de plaat. Om het even of ze nu aan het dreampoppen ('Pop Song'), grooveboppen ('Give/Take') of noiserocken ('Sweet') slaagt, volgt de soepele, heldere en beheerste ritmesectie haar in elke schakering, aldus voor een solide ruggesteun zorgend. Samen met de toetsen (die de ene keer een louter sfeerscheppende functie uitoefenen en de andere keer even makkelijk een catchy hook of extra melodie neerleggen) en een sporadische strijker krijg je op die manier een goed in het oor liggende totaalsound te horen.

Dat het uit Brighton afkomstige kwartet in refreinen vaak gebruik maakt van lang aangehouden, repetitieve frases laat ruimte voor een kundig geweven, gevarieerd spel met backings die zowel ondersteunend kunnen zijn, als in tegenmelodie of een canon geplaatst kunnen worden. Alles samen genomen levert dit een heel aantal pareltjes in songschrijverij op (zoals 'Long' en 'Nephews') die zich vlot kunnen meten met het beste dat pakweg Mercury Rev en Snow Patrol te bieden hebben. Een aanzet naar een avontuurlijk einde vormt het walsend naar een hypnotische climax aanzwengelende 'Circling', waarna het bij het door autotune gedomineerde '(Something)' helemaal trippy wordt, een lijn die Porridge Radio op het afsluitende 'Homecoming Song' verder doorgetrekt.

In zijn geheel is 'Every Bad' een meeslepende, grootse altrockplaat resulterend uit een vruchtbare symbiose van postpunk, jaren 90-rock en melancholische pop.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


zaterdag 29 februari 2020

Le Butcherettes – 'Don't Bleed': van lofi naar electropop


Doorheen de jaren heeft electronica een steeds groter wordende invloed uitgeoefend op de sound en stijl van Le Butcherettes, wat een (voorlopig) culminatiepunt vindt in de zeven nummers tellende, minder dan twintig minuten durende 'Don't Bleed'-ep waarop eigenlijk nauwelijks nog sprake is van gitaarrock.


Terwijl opener 'Wounds Belong to Me' een erg minimalistische, uiterst lofi opgenomen folky song is, neigen het vinnige 'Out for You' en het loomgroovende 'Don't Bleed, You're In the Middle of the Forest' nog naar electrorock. Vervolgens evolueert de plaat stilistisch (via een soort jaren 80-clubmuziek tussenhalte) in sneltempo richting onversneden hedendaagse pop. Waar 'Love Someone' toewerkt naar een melodieus refrein, eindigt de ep dreigend en donker sfeervolle met het aan een duistere, slepend trage beat opgehangen, bezwerende 'Boom'.

Op 'Don't Bleed' verkennen Teri Gender Bender en de haren met andere woorden steeds meer nieuw terrein waarbij de gitaar uiteindelijk helemaal wordt ingeruild voor de laptop.



zaterdag 22 februari 2020

Sleater-Kinney in Botanique (Brussel) op 21.02.20


Om maar met de deur in huis te vallen, krijg je meteen een dubbele “Ja” als antwoord op de twee hamvragen “Wordt Janet Weiss gemist?” en “Staat Sleater-Kinney er nog steeds als groep?” Terwijl je moet toegeven dat de oudere nummers een tikkeltje van de punch van weleer verloren, kan je er anderzijds ook niet naast kijken dat Sleater-Kinney ondertussen een ander soort band is geworden die daar ook niet noodzakelijk meer op mikt.


Het openende post-reunie trio 'The Center Won't Hold', 'Hurry on Home' en 'Price Tag', waartijdens Carrie Brownstein zich met haar visuele performance, expressief gebrachte zangprestaties en soepele, vloeiende gitaarspel opwerpt als zwaartepunt van het kwintet, maken dit al snel duidelijk. Songstructuren, het galmende, van synths voorzien geluid en de eighties geïnspireerde lichtshow laten het geheel aanschurken tegen een soort industrial new wave. Waar de totaalsound (ondanks dat de derde gitaar en keyoard vaak verdwijnen tijdens oud materiaal) hier constant in min of meerdere mate door beïnvloed blijft, treedt Corin Tucker via onder meer 'Jumpers' steeds feller op de voorgrond.

In een strakke, vloeiende, van veel vaart voorziene uitvoering, wisselen recent en klassiek materiaal elkaar in sneltempo af. Brownstein gaat tekeer op haar gitaar alsof haar leven ervan afhangt, en Tucker haalt geregeld de zo typerende oerschreeuw naar boven. Na goed 75 minuten bereikt de reguliere set zo een culminatiepunt in het afsluitende 'Entertain'. Als eerste bisnummer krijgt de ingetogen ballad 'Broken' een passende, enkel uit piano en zang bestaande podiumversie mee. Weer op volle getalsterkte, wordt de gashendel vervolgens nog een tiental minuten weer helemaal opengedraaid om definitief te eindigen met het ouderwets altrockende 'Dig Me Out'.

Het optreden in een uitverkochte Orangerie van de Botanique bewees dat het vernieuwde Sleater-Kinney nog steeds een ijzersterke liveband is, die weliswaar het roer onlangs drastisch omgooide. Een waardeoordeel hangt dan ook af van ieders persoonlijke smaak.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


donderdag 20 februari 2020

Heimat in Café Central (Brussel) op 19.02.20


In de vier jaar die tussen de titelloze debuutplaat en het heden ligt, wist Heimat zich duidelijk een aardige reputatie op te bouwen. In het ruime Café Central is het namelijk volop wemelen, drummen en uiteindelijk zelfs koppen lopen reeds lang voor het Straatsburgse duo aan de set begint.


Nauwelijks een minuut of vijf nadat ze het podium betraden, en laptop, synths en microfoon inplugden trappen Olivier Demeaux en Armelle Oberlé af met 'So Traurig'. Na deze eerder rustige aanvang laat het hieropvolgende nieuwe nummer met zijn agressieve beats het andere einde van het door het combo bestreken spectrum zien. 'Tot und Hoch' is vervolgens het geknipte recept om de hele zaal mee te zuigen in een kolkende roes. Openend met een (in de cultuurhistorische betekenis van het woord) romantisch aanvoelende aanhef, schiet de song halverwege abrupt in Heimats kenmerkende dynamische, drukke en opzwepend groovende, complexe beat, die veelal steunt op een pompende basdreun waarrond een heleboel lichtvoetigere percussie, bezwerende melodietjes en sfeerscheppende sounds cirkelen. De intensiteit zal van dan af aan niet meer zakken.

Met het aura, het timbre en de zanglijnen van een sirene uit legendes en sagen hypnotizeert Oberlé bij wijze van spreken de toehoorders. Het klankenpallet van het afwisselend gehanteerde Duits en Italiaans past ook perfect in deze optiek. Met het vooruitgeschoven 'Unterwegs' kondigde Heimat onlangs aan dat later dit jaar een tweede release in de rekken zal liggen. Waar deze single deze avond niet naar de planken gebracht wordt, zijn de twee gespeelde onuitgegeven songs snediger en krachtiger van aard. Zo passen ze perfect bij ouder werk zoals 'Pompei' en 'Trocadéro'.

Wegens een (te) lang uitgelopen voorprogramma en een tijdsbegrenzing op nachtlawaai zit de duidelijk felgesmaakte show er tamelijk snel verplicht op. Na een goed half uur vormt een intens, opzwepend en uitermate dansbaar 'Wieder Ja!' immers alreeds het slotakoord van een dito liveperformace. Wie er niet bij kon zijn of er niet genoeg van kreeg, kan morgen (21.02) overigens nog terecht in Doornik (Water Moulin).

https://www.facebook.com/overfromunderground/


dinsdag 18 februari 2020

SUO in café Chaff (Brussel) op 17.02.20


Dat SUO Saara Untracht-Oakners soloproject is, betekent niet dat ze in haar eentje het podium betreedt. Momenteel toert de drijvende kracht achter garagerocktrio Boytoy immers door Europa met een vijfkoppige begeleidingsgroep die uit erg geschoolde muzikanten bestaat.


In café Chaff aan het Brusselse Vossenplein wordt overtuigend afgetrapt met 'Time Junkie'. Terwijl het jeugdig ogende begeledingskwintet muzikaal spelenderwijs uitblinkt (zowel individueel als qua samenspel) en een goed gestoffeerde, frivole swingsound neerlegt, is het Untracht-Oakner die er met haar meer garagepunkgeörienteerde gitaarpartijen voor zorgt dat het geheel niet al te zoetsappig voor de dag komt. Door die inkleding brengt SUO naar voor dat - hoe genredivers nummers als het rauwrockerige 'Suffer', het oldiespopgetinte 'Honey I'm Down' of het bedwelmende 'Who's It Gonna Be' ook mogen zijn - telkens een catchy, meeslepende song aan het live gepresenteerde eindproduct ten grondslag ligt.

Op twee nummers na put de volledige set logischerwijze uit het vorig jaar verschenen debuutalbum 'Dancing Spots and Dungeons'. In een ongedwongen sfeer zetten Untracht-Oakner & co een levendige, spitant groovende prestatie neer die regulier afsluit met een snedig 'Mr All', waarna ook nog eenmaal ingegaan wordt op een verzoek voor een toegift. De New Yorkse frontvrouw en het Chaffcafé matchen onmiskenbaar goed met elkaar. Na een aantal keer Boytoy blijkt nu ook SUO een schot in de roos op het intimistische podium.