vrijdag 6 oktober 2017

Who Is She? – 'Seattle Gossip': koffieklets met drie-akkoorden punk

Na Childbirth is Who Is She? alweer een nieuwe band waarin Julia Shapiro (Chastity Belt) en Bree McKenna (Tacocat) elkaar wonderwel weten te vinden. In de plaats van Stacy Peck completeert deze keer Robin Edwards (Lisa Prank) het trio. Terwijl Shapiro de drums voor haar rekening neemt, is laatsgenoemde verantwoordelijk voor het rechttoe rechtane gitaarwerk en de dito leadvocalen. 


Op de van een sludgy inslag voorziene afsluiter 'Angry Bitches' na, staat 'Seattle Gossip' bol van een soort spontane, ongecompliceerde en lofi drie-akkoorden punkrock. Voor je het goed en wel beseft is het album evenwel alweer voorbij. Na nog niet eens twintig minuten passeerden immers elf nummers de revue, waardoor de muziek zich even vluchtig presenteert als de thematiek, die wat het midden houdt tussen cafépraat en koffieklets. Waar het gros van het materiaal namelijk trouw blijft aan het oorspronkelijk vooropgestelde concept om de lyrics steeds op te hangen aan de romantische advertentiesectie van een lokale (Seattle) krant, werpen onder meer ook Myspace, Courtney Cox en romcoms zich op tot topic.

Dit alles neemt niet weg dat de plaat, zolang die bezig is, behoorlijk opzwepend en aanstekelijk werkt en tegelijkertijd charmant overkomt in zijn semi-naïeviteit. Verder kan je relevantie vinden in de ongegeneerde blik die geworpen wordt op de gespreksonderwerpen van prille dertigers in de grootstad op momenten dat het allemaal wat minder zwaar op de hand mag zijn. Een gesimplifieerde cover van Elliot Smith's 'Whatever' illustreert misschien nog best het hele opzet van het project: je intuïtief laten leiden door wat dagdagelijks in je hoofd en hart op komt.

Met 'Seattle Gossip' eist Who Is She? zich op die manier het recht op om louter voor het plezier een heleboel vergankelijke nummers op plaat te zetten en zowat elk onderwerp – hoe oppervlakkig ook – tot songthema te verheffen. 

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/

donderdag 5 oktober 2017

Will Sprott – 'Ten Fingers': doorleefd, intens en catchy

Op vocaal vlak combineert Will Sprott de techniek en passie van soul met het timbre en de doorleefdheid van country en de directheid en intensiteit van traditionele Amerikaanse folk. Daarnaast is de vroegere frontman van The Mumlers ook nog eens een uitmuntende gitarist en songschrijver die zijn hang naar oldies pop niet onder stoelen of banken steekt, maar eerder tot een meeslepend geheel smeedt met voornoemde genres. 


Ingekapseld tussen twee bucolisch romantische, tragere nummers (het kabbelend openende 'Sitting on a Log' en de spitant nostalgische afsluiter 'Mowing the Lawn') zoekt 'Ten Fingers' overtuigend alle hoeken van Sprotts op Americana geënte indie op, wat de momenteel in L.A. residerende songschrijver in staat stelt het swinggroovende 'My Name' op natuurlijke wijze naast het jachtig opzwepende 'She-La' en de ijle instrumental 'The Purse' te plaatsen.

In vergelijking met solo-debuut 'Vorte Numbers' komt deze nieuwe langspeler daarenboven iets compacter en gebalder voor de dag, en dat ligt niet enkel aan de lengte van de songs die slechts sporadisch (en desgevallend ook maar kort) de drieminutengrens overschrijden. Ook het soepele, vaartbrengende drumspel van Marian Li Pino (La Luz) speelt hierin een rol, net als de even karaktervolle als heldere productie die – hoewel reeds goed gestoffeerd met onder meer toetsen en extra gitaren – ruimte laat voor heel wat harmonieuze backingkoortjes.

Met 'Ten Fingers' levert Will Sprott, kortom, nogmaals een uitstekende, zich tegelijkertijd catchy en sfeervol presenterende plaat af die de adem van het verleden nadrukkelijk met zich meedraagt en toch stevig met de voeten in het heden staat.

https://www.facebook.com/Over-from-underground-1466055173714208/

donderdag 28 september 2017

L.A. Witch – 'L.A. Witch': onheilspellende garagesurfrock

Na enkele losse singles maken de dames van L.A. Witch nu ook hun langspeeldebuut. Thematisch vat het zelfgetitelde album aan met een intentieverklaring die kan tellen: “I'm gonna kill my baby tonight, this way he'll forever be mine” (de genaamde Brian' uit het tweede nummer weze gewaaarschuwd). Daarnaast maak je meteen ook kennis met de belangrijkste pijlers waar de gothic garagesurf van het trio uit L.A. solide op rust, zijnde de monotone, kil snerpende, in galm gedrenkte vocalen van Sade Sanchez, surfgitaren die alle aspecten van het genre bestrijken en de even basic als meeslepend groovende ritmesectie.

Binnen het door deze vaste parameters afgebakende terrein weet de band echter ruimschoots voldoende verscheiden voor de dag te komen om negen songs lang te blijven boeien. Zo vormen onder meer het licht psychedelisch hypnotizerende 'You Love Nothing', de onheilspellende sleper 'Baby in Blue Jeans', het stevige, up tempo, aan een van Sonic Youth geleende riff opgehangen 'Drive Your Car' en het grungy 'Feel Alright' een erg organisch overkomende symbiose.

Op die manier debuteert L.A. Witch uitstekend met een donkere, gevarieerde en toch samenhangende, dynamische en dreigende plaat.



zaterdag 16 september 2017

Chastity Belt in de Botanique (Brussel) op 15.09.17

Eén van Chastity Belts voornaamste troeven lag hem altijd al in de uitgesproken vocalen van frontvrouw Julia Shapiro die in cohesie met de lyrics even makkelijk bijtend sarcastisch als emotioneel doorleefd voor de dag komen. Toen we het viertal uit Seattle bij hun vorige Europese passage aan het werk zagen in een double bill met Bully, ging de kracht van de band dan ook voor een groot deel aan de aanwezigen voorbij, vermits Shapiro wegens ziekte met ernstige stemproblemen kampte.


Van bij opener 'Complain' wordt meteen duidelijk dat van dit euvel absoluut geen sprake is in de Witloof Bar van de Botanique. Shapiro is namelijk erg goed bij stem en zingt beheerst, krachtig en gevarieerd. Met het als tweede gereserveerde 'Caught in a Lie' wordt snel duidelijk dat Chasity Belt hoofdzakelijk gekomen is om recentste worp 'I Used to Spend So Much Time Alone' voor te stellen, wat zijn invloed heeft op de neergelegde sfeer.

Het introspectieve album met de typische, dooreenstrengelende, fijne gitaarlijntjes leunt bij momenten immers erg dicht bij slowcore aan. Het geeft Gretchen Grimm alleszins de kans haar spaarzame drumslagen meticuleus richting perfecte plaats te mikken. Het tempo van 'Drone', één van de weinige uit 'Time to Go Home' geplukte nummers in de setlist, wordt dan ook danig naar beneden gehaald in vergelijking met de studioversie. Toch weten gitariste Lydia Lund en bassiste Annie Truscott de groove de hele tijd frivool en levendig te houden.

Na een lang uitgesponnen, traag de emoties naar boven halende start wint het optreden via 'Time to Go Home' haast ongemerkt aan energie en kracht waardoor met 'Different Now' en '5am' alsnog een dynamische orgelpunt op de avond kan worden gezet. Als toegift staat hierna enkel nog 'Seattle Party' uit debuut 'No Regerts' op het programma dat bewees dat Chastity Belt met een fitte Shapiro moeiteloos en schijnbaar nonchalant in staat is een bij de keel grijpende prestatie af te leveren.


dinsdag 5 september 2017

Together Pangea – 'Bulls and Roosters': nieuwe stap in de evolutie

Na garagepunkblauwdruk 'Living Dummy' en het hieropvolgende, tegelijkertijd heavy en meeslepend catchy duo 'Badillac' (lp) en 'The Phage' (ep) zet Together Pangea met hun recentste een nieuwe stap in de evolutie. Op 'Bulls and Roosters' heeft het retropopelement qua feeling immers overduidelijk de bovenhand genomen. Dit laat zich onder meer merken in de melancholisch sprankelende, melodieuze zanglijnen, de meer prominente rol die is weggelegd voor Roland Cosio's in reverb gedrenkte gitaarpartijen, het veelvuldig gebruik van harmonieuze backings en de lichtvoetig strakke, laidback drums.


Leg bijvoorbeeld 'Peach Mirror' maar eens naast 'Blue Mirror' van op 'The Phage' – die beide drijven op een verwante riedel maar qua resultaat toch ver uit elkaar liggen – en de ingeslagen richting wordt meteen duidelijk. Dit neemt niet weg dat frontman William Keegan lijzig as ever klinkt en dat met 'Better Find Out' en 'Southern Comfort' ook nu nog steeds enkele ziedende lappen punkrock hun weg naar de plaat vonden.

Terwijl Together Pangea stilaan het balorige, dat vroeger zowat het handelsmerk was, wat achter zich lijkt te laten, boet het viertal uit L.A. niets in aan intensiteit, vaart, dynamiek en aanstekelijkheid. Dat naast de geniale songschrijver die Keegan nog steeds is, ook bassist Danny Bengston op 'Bulls and Roosters' met drie songs bewijst het métier prima onder de knie te hebben, maakt de aanwezige weelde daarenboven alleen maar groter.

Together Pangea kan je dit najaar live aan het werk zien in onder andere Antwerpen (Het Bos, 18.11), Leffinge (De Zwerver, 19.11), Amsterdam (Paradiso Noord, 20.11) en Eindhoven (De Effenaar, 22.11). 


woensdag 23 augustus 2017

John Murry – 'A Short History of Decay': tot op het bot

Naar eigen zeggen wordt de van oorsprong uit Mississipi afkomstige John Murry reeds zijn hele leven geteisterd door demonen die al generaties lang in zijn familie ronddwalen en waar ook zijn adoptie-voorvader William Faulkner onder gebukt ging. Als bestrijdingsmiddel bracht een – ondertussen overwonnen – knoert van een een heroïneverslaving uiteraard weinig soelaas, ze maakte de mee te torsen ballast daarentegen nog een pak zwaarder. Een vlucht ver weg van het immer opduikende verleden die hem via Californië naar Ierland bracht, bleek een succesvoller recept. In zoverre zelfs dat de man zich ondertussen voor een documentaire liet verleiden om terug te keren naar zijn geboortegrond en zo onvervaard de geesten uit een voorbije tijd recht in de ogen te kijken.


Niettemin draagt hij voldoende herinneringen met zich mee om op 'A Short History of Decay' emotioneel nog eens helemaal tot op het bot te gaan en de geleverde innerlijke strijd muzikaal te veruitwendigen. Het mag niet verwonderen dat deze langspeler pikdonker van toon is, iets waar Murry's diepe bariton zich uitermate goed toe leent. Uit het sombere declameerzingen weet de zwaarmoedige troubadour telkens weer, al dan niet met behulp van de harmonische backings van vroegere The Pogues-bassiste Cait O'Riordan, een uiterst catchy refrein te trekken.

Dit lukt hem zowel bij het trager slepende, maar immer aanstekelijk groovende (bij 'One Day (You'll Die)' zelfs op een reggae-beat) materiaal zoals 'Wrong Man' als op de hiermee organisch in sequentie geplaatste up-tempo lofirocknummers (bijvoorbeeld 'Under a Darker Moon' en 'Defacing Sunday Bulletins'). De afsluitende, ingetogen cover van The Afghan Whigs' 'What Jail Is Like' past hierbij helemaal in het plaatje.

In vergelijking met de ruim vier jaar oude voorloper 'The Graceless Age' blinkt deze nieuwe plaat daarenboven uit in consistentie. Niet alleen qua kwaliteit van de songs – het debuut moest het meer hebben van enkele absolute uitschieters die alterneerden met vaak te lang uitgesponnen, zich wat in richtingloosheid verliezende nummers – maar ook op het vlak de productie die zich in handen van Cowboy Junkie Michael Timmins veel meer straighforward en een pak efficiënter presenteert.

Kortom, liefhebbers van pakweg Nick Cave, Mark Lanegan en Warren Zevon zullen in John Murry's 'A Short History of Decay' ongetwijfeld ook iets naar hun gading vinden.

https://www.facebook.com/Over-from-underground

dinsdag 8 augustus 2017

Daddy Issues – 'Deep Dream': jaren 90-gitaarrock

Net als pakweg Bully en Speedy Ortiz grijpt Daddy Issues terug naar de poppy gitaarrock uit het tweede kwart van de jaren 90, toen fuzz en feedback een radiovriendelijke productie allerminst in de weg stonden. Op debuut 'Deep Dream' roept het trio uit Nashville dan ook levendige herinneringen op aan bands zoals Magnapop, Juliana Hatfield en Belly.


Deze langspeler bevat een tiental gestroomlijnde, opgepoetst vuile, midtempo gitaarsongs die hun dynamiek hoofdzakelijk halen uit de zachte strofes, harde refreinen-afwisseling. De goed in het oor liggende, heldere, dikwijls lieflijke en warm melancholische vocalen zoeken zelden opzichtig de grens op maar verraden tegelijkertijd voldoende emotie om het geheel diepgang te verlenen. Bijna-afsluiter 'Boys of Summer' is een Don Henely-cover en behoudt ondanks eenzelfde aanpak een prominente eightiesfeel waardoor het zich duidelijk profileert als het buitenbeentje op een verder nogal uniform, qua kwaliteit overigens prima, album.