donderdag 3 september 2020

King Buzzo with Trevor Dunn – 'Gift of Sacrifice': akoestische gothic sludge


In vergelijking met King Buzzo's zes jaar oude, gebaldere solodebuut 'This Machine Kills Artists', klinkt 'Gift of Sacrifice' als een zich statig langzaam – op het ritme van Buzz Osborne's (akoestisch ingespeelde) sludgy metalriffs - ontplooiend werkstuk. Ingekapseld tussen een beknopte, chaotisch experimentele aanhef en dito midden- en sluitstuk bevinden zich twee solide blokken, organisch verschillende richtingen uitslepend, episch somberend materiaal.


Blijven de gitaarpartijen zwaar, ritmisch steady, basic en voor de doorwinterde Melvins-fan uitermate herkenbaar, zorgt Fantômas-kompaan Trevor Dunn op bas geregeld voor een frivolere tegenpartij (bv. 'Mock She' en 'Science in Modern America') in het geheel. Ook wordt door middel van onder meer ondersteunende strijkers – van weemoedig ('Housing, Luxury, Energy') tot onheilspellend ('Delayed Clarity') – en licht noisy, al dan niet lang uitgesponnen outro's gelaagdheid in de (mede door de theatrale leadvocalen veroorzaakte) van origine gothic sfeerschepping gebracht.

Terwijl de songs, albumopbouw en no-nonsense aanpak erg dicht aanleunen bij de manier van werken bij The Melvins, rechtvaardigt alleen al het afwijken van de topheavy sound King Buzzo's keuze om 'Gift of Sacrifice' als solo-project op de markt te brengen.



donderdag 6 augustus 2020

Protomartyr – 'Ultimate Success Today': donker, meeslepend en avontuurlijk


Alleen al om de tekst is vooruitgeschoven single 'Processed by the Boys' het meest mythische nummer op Protomartyrs vijfde lp. Het voorspellende karakter van de meer dan anderhalf jaar geleden neergepende frases “A foreign disease, washed upon the beach, a dagger punch from out of the shadows, a cosmic grieve behind all comprehension” wint in deze pandemische tijden nog aan kracht door dit te combineren met verwijzingen naar het huidige klimaat van sociale oproer (“a riot in the streets”). Lyricist Joe Casey heeft alvast aangegeven dat deze output enkel het resultaat was van een gedegen overschouwing van de (toenmalige) werkelijkheid, en pretendeert allerminst over visionaire gaven te beschikken.

Niettemin is dit nummer ook exemplarisch voor de manier waarop Casey – die de ene keer klinkt als een fatalistische observator om dan weer naar voren komen als verbeten aanklager of in totale wanhoop woest in het ijle te schreeuwen – als een soort tweede huid kleeft op het sowieso al behoorlijk dramatisch verhalende instrumentarium waar hij een (al dan niet cryptische) concrete inhoud aan verleent. Voel je zelfs op de meest ingetogen muzikale momenten de sluimerende spanning van een vulkaan in rust, kunnen de door Greg Ahee's nu eens onheilspellende dan weer maniacaal uithalende gitaarpartijen gedragen erupties zowel in de opbouw aangekondigd opduiken als onverhoeks toeslaan.

Terwijl de in groovy golven dreunende drums even makkelijk het voortouw kunnen nemen, als zich in een ondersteunende rol weten te schikken, beheerst het kwartet uit Detroit de kunst een organisch evoluerend geheel neer te zetten als geen ander, wat de deur naar onvoorspelbare songstructuren helemaal open zet. Neem bijvoorbeeld 'June 21' dat vocaal aanvangt met een gastbijdrage van Nandi Rose Plunkett (Half Waif). Wanneer vervolgens Casey de strofe overneemt anticipeer je op een duet dat er uiteindelijk niet komt, vermits Plunketts rol zich van dan af beperkt tot backings. Wars van een al te ordentelijke strofe-refrein-strofe-opbouw weet Protomartyr in een hooky en meeslepend meanderend web veertig minuten lang de focus van de luisteraar te behouden.

Mede door de toevoeging van enkele subtiele saxofoon- en celloklanken, levert Protomartyr op die manier alweer een donker sfeervol en indringend meesterwerk af. Volgens Joe Casey vormt 'Ultimate Success Today' overigens thematisch en stilistisch een soort synthese van en slotakkoord aan het eerste decennium van de band.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


dinsdag 21 juli 2020

De teloorgang van Burger Records?


Update 23/07: Ondertussen lijkt de teloorgang een feit en Burger Records helemaal opgedoekt.

Goed zeven jaar geleden gaf Together Pangea's William Keegan in een toenmalige promotekst al aan dat de garagerockscene niet echt uitblonk in vrouwvriendelijkheid: We think less and less about how we fit into this garage punk scene that we never even technically felt a part of. We just kinda get lumped into that. I’m not really stoked on what a lot of those bands are saying, there’s a lot of misogyny and stuff I’m not into.”


Welke immense proporties het aangekaarte probleem aannam en -neemt begint pas sinds zowat een week exponentieel boven water te komen. Nadat Clementine Creevy (Cherry Glazerr) in steun van een andere misbruikhistorie haar ervaring op Instagram deelde over de relatie die ze als veertienjarige aanging met de volwassen bassist van Burger Records-band Undertones, kwam het gerennomeerde garagelabel via talrijke soortgelijke (met beschuldigingen richting zelfde stal) bekentenissen in sneltempo onder vuur te liggen als verantwoordelijken voor het creëren van een roofdieromgeving en zelfs verkrachtingscultuur.

Burger Records zag zich dan ook genoodzaakt zich te excuseren en verdere actie te ondernemen. Geven ze op Facebook zelf enkele namen van beschuldigden prijs (It's Part Time, Phil from Love Cop and probably more to come.”), worden in online getuigenissen ook The Growlers, Audacity, Cosmonauts en The Black Lips (terugkerend) genoemd. Daarenboven komen in enkele verhalen ook oprichters Sean Bohrman en (directeur) Lee Rickard in opspraak. Beiden zetten alvast met onmiddellijke ingang een stap opzij in het organigram van het label. Andere maatregelen in een poging het bedrijf te redden zijn onder andere een naamsverandering naar BRGR RECS, de oprichting van een exclusief vrouwelijk sublabel BRGRRRL en de toevoeging van een ethische code aan de in de toekomst schriftelijk opgestelde contracten.

Het zal ons benieuwen hoe dit allemaal verder evolueert en zeker ook of het als headliner geboekte Bikini Kill volgend jaar überhaupt zal opdagen op het Burger Boogaloo-festival.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


donderdag 11 juni 2020

Thao & The Get Down Stay Down – 'Temple': gevarieerde ritmes en verrassende zanglijnen


Met 'Temple' leveren Thao & the Get Down Stay Down alreeds voor de vijfde maal in een tijdsspanne meer dan een decennium een erg ritmische en goed uitgewerkte indieplaat af. Qua kadans komt het geheel dit keer heel wat complexer en gevarieerder voor de dag dan de typische, kinderlijk tribale stempel die producer Merrill Garbus vier jaar geleden op voorganger 'A Man Alive' drukte.


Zo kom je naast je gewone, steady ondersteunende lofi-rocktempo onder meer ook jazzy shuffles, trip- en hiphopbeats, etherisch drijvende synthklanken en dansbare discogrooves tegen als basis. Terwijl gitaren en keyboards het geheel inkleuren, vormt deze dynamische ritmiek de ruggegraat waaraan een hele ribbenkast frisse, vaak verrassende zanglijnen zijn opgehangen.

Met haar heldere, soepele, licht melancholische stem weeft spilfiguur Thao Nguyen immers een delicaat en catchy klankentapijt waarbij de meeslepende vocale partijen elkaar evengoed de ene keer kunnen ondersteunen en aanvullen als de andere keer dan weer bazingagewijs vanachter de schouder opduiken of zelfs ronduit tegen elkaar botsen. Binnen ruim uitgezette lijnen van het indiegenre herbergt de plaat heel wat tempo- en stijlwisselingen gaande van de zweverige sleper 'Disclaim' en de dreampop op 'Marauders' over de frisse alternatieve rocker 'How Could I' tot de quasi-rap van 'Phenom'.

Zonder al te veel aan de altijd al uitmuntende songschrijverij te sleutelen, hebben Thao & The Get Down Stay Down hun sound sinds langspeeldebuut 'We Brave Bee Stings and All' gevoelig gemoderniseerd doorheen de jaren, met 'Temple' als (voorlopig) culminatiepunt. Het album is een hedendaags geproducet, meeslepend, avontuurlijk gevarieerd en indringend werkstuk.




donderdag 21 mei 2020

Mark Lanegan – 'Straight Songs of Sorrow': titel dekt de lading


Toen Mark Lanegan voor Pomona's 'Sleevenotes'-reeks gevraagd werd wat favoriete songs uit zijn lijvige back catalogue te lichten en beknopt duiding te geven bij de lyrics ervan, zette dit heel wat sluizen open. Niet alleen ligt hier de directe oorzaak voor z'n zopas verschenen memoires 'Sing Backwards and Weep', maar deze gaven op hun beurt weer rechtstreeks aanleiding tot nieuwe plaat 'Straight Songs of Sorrow'. Leverde dit alles als pittig toemaatje daarenboven nog wat online gekibbel met vroegere Screaming Trees-bandleden en een hernieuwde vete met Liam Galagher op, bleek het therapeutische verwerkingseffect van het herbeleven van zijn donkere verleden - naar eigen zeggen – volledig uit.


In de op hectische percussie drijvende opener 'I Wouldn't Want to Say' bevestigt de doorleefde grunge-survivor zich dan ook meteen als onvervalst poète maudit (“I will bring bad luck and misery to you”). Een uur lang bezingt Lanegan vervolgens vanuit de diepste krochten van de herinnering zijn nimmer tot vreugde uitnodigende, talrijke confrontaties met Eros en Thanatos waardoor de plaat thematisch baadt in de van oudsher krachtigste topics denkbaar. De toon is van een aard die de albumtitel helemaal rechtvaardigt.

Terwijl een heleboel gastmuzikanten hun medewerking verlenen aan de lp, merk je dat het om een soloproject gaat aan de afwezigheid van (de met band geregeld opduikende) riffgeoriënteerde rock. Wel present tekenen akoestisch gebrachte, melancholisch folk ('Apples from a Tree') en Alain Johannes' typische interpretatie van jaren 80- electronische poprock ('Internal Hourglass Discussion'), uiteraard inclusief allerlei overlappingen tussen de genres. Beste voorbeeld van een uiterst geslaagde crossover vormt 'At Zero below' waar de huiveringwekkende, mechanische duisternis aangedikt wordt door een aantal ingenieus ineengevlochten, aan traditionele country herinnerende vioolpartijen van Warren Ellis.

Trage slepende nummers staan in een natuurlijk overkomende afwisseling met vinniger groovend werk, en kale producties alterneren organisch met meer uitgewerkt materiaal, waarvoor een keur aan bevriende muzikanten onder meer strijkers, piano en extra vocalen toeleverde. Zijn deze laatsten doorgaans backings, leent zowel echtgenote Shelley Brien als Simon Bonney (van de Australische rockgroep Crime & the City Solution) respectievelijk haar/zijn stem voor een heus duet.

Dit alles maakt 'Straight Songs of Sorrow' tot een beklijvend, donker en authentiek magnum opus dat onmiskenbaar altijd een speciale plaats in Mark Lanegans uitgebreide oeuvre zal blijven innemen.
https://www.facebook.com/overfromunderground/


dinsdag 28 april 2020

Romano Nervoso – 'The Return of the Rocking Dead': chansongevoelige hardrock


Al is Romano Nervoso altijd een band met een hoge nostalgie-factor geweest, komt dit er de laatste twee platen wel erg dik op te liggen. Het adagium “Sex, drugs, rock n roll & dolce vita” vat – naar hun nummer uit het twee jaar oude 'I Don't Trust Anyody Who Doesn't Like Rock n Roll'– de muziekbeleving van het Italo-Belgische combo nog steeds prima en kernachtig samen.


Waar het de spits afbijtende 'Internet Generation' almeteen van leer trekt tegen de hedendaagse jeugd, snijden de hieropvolgende songs immers voluit het terugkerende “Rock n Roll will never die”-thema aan. Hierbij worden gemeenplaatsen allerminst geschuwd. Zo krijgt in 'Tell Me What Happened to Your Rock'n Roll' een gesettelde jeugdvriend ervan langs, en fantaseert 'We Miss You Jay Reatard' over de streken die de oh-zo-luid-spelende Reatard uithaalt “with Bonham in heaven.” 'Wild Boy' vindt dan weer in Danko Jones een logische partner in crime.

Terwijl labels als glam-, blues- en punkrock heden ten dage natuurlijk niet al te avontuurlijk meer in de oren klinken, bewijst Romano Nervoso ten volle dat dit niet noodzakelijk een bezwaar hoeft te wezen. Het uitgedragen “Wallifornische” volksethos gecombineerd met de wat brute flair van frontman Giacomo Panarisi zorgen ervoor dat het allemaal oprecht en interessant blijft. Daarenboven weet de band in beslissende mate hun chansongevoeligheid, waar afsluitende cover 'Babooshka' openlijk van getuigt, in het geheel te verwerken.

'The Return of the Rocking Dead' mag dan weinig vernieuwing herbergen, het album klinkt wel als een eerlijk, ongekunsteld en instant catchy werkstuk.



woensdag 15 april 2020

Dan Sartain – 'Western Hills': van Elvis tot Morricone


Na zijn, overigens uitermate geslaagde, uitstap richting new wave uit 2016 ('Century Plaza'), trekt hillbillie garagepunk Dan Sartain zich met 'Western Hills' wat meer terug in zijn comfortzone. Deze langspeler herbergt immers een bonte collectie covers in het westerngenre.


De lading die het label dekt valt immers niet makkelijk binnen strikt afgebakende lijnen te definiëren. Vind je een oer-Amerikaanse folktraditional als 'When I Was a Cowboy' aan de ene kant van het spectrum, kom je aan het andere uiterste een jaren 80 nummer van de Britse postpunkers Adam & The Ants ('5 Guns West') tegen, met tussenin een heel arsenaal enorm diverse, aan films ontleende themanummers. Terwijl geregeld de geest van John Wayne rondwaart, maak je ook kennis met de begingeneriek van Clint Eastwoods doorbraakserie, hoor je Elvis zijn bijdrage leveren aan de soundtrack van zijn eigen acteerprestaties, en kan uiteraard ook de invloed van spaghettiwesterns niet ontbreken.

Muzikaal stilistisch uit de diversiteit zich in enkele ballads (onder meer van The King) naast een voor Ricky Nelson geschreven countrysong van Johnny Cash en een resem typische opzwepende cowboynummers zoals 'Rawhide' of heldenepos 'Geronimo'. Een speciale plaats in de hele lappendeken is weerhouden voor Ennio Morricone's orchestrale aanpak die het genre eind jaren 60 nieuw leven in blies.

Om het even welke richting de plaat uitgaat, het lijkt Dan Sartain steevast helemaal op het lijf geschreven. Zijn expressieve vocalen en no nonsense-gitaarspel doen de songs alle eer aan. Met veel eerbied voor de originele versies waarbij geen moeite gespaard wordt de oorspronkelijke backings en geluidseffecten te benaderen (waarom professioneel winkelcentrumslager Sartain in de studio hele lappen vlees tegen de vloer keilde, kan je in de begeleidende documentairefilm bekijken), weet de Amerikaanse zuiderling even makkelijk de melancholie van een verlaten prairie als de epiek van een leven als outlaw of de opjuttende dynamiek van een richting strijdgewoel galloperend paard perfect te vatten.

Dan Sartain brengt, kortom, op indrukwekkende wijze een hedendaagse ode aan een genre waar hij onmiskenaar een grote voeling mee heeft.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


zaterdag 28 maart 2020

Porridge Radio – 'Every Bad': meeslepende, popgevoelige indierock


Tenzij Corona nog lang roet in het eten blijft gooien, staat de deur naar een groot publiek wagenwijd open voor het door de Britse pers flink gesteunde Porridge Radio. De popgevoelige indierock op hun tweede langspeler 'Every Bad' koppelt immers moeiteloos diepgang en inhoud aan aanstekelijkheid.


Frontvrouw Dana Margolin bepaalt met haar emotioneel geladen vocalen – die vanuit het niets van melancholisch, berustend of afstandelijk lijzig plotsklaps richting episch huilend of zelfs regelrecht hysterisch kunnen schieten – en levendige, functionele gitaarspel de toon en dynamiek van de plaat. Om het even of ze nu aan het dreampoppen ('Pop Song'), grooveboppen ('Give/Take') of noiserocken ('Sweet') slaagt, volgt de soepele, heldere en beheerste ritmesectie haar in elke schakering, aldus voor een solide ruggesteun zorgend. Samen met de toetsen (die de ene keer een louter sfeerscheppende functie uitoefenen en de andere keer even makkelijk een catchy hook of extra melodie neerleggen) en een sporadische strijker krijg je op die manier een goed in het oor liggende totaalsound te horen.

Dat het uit Brighton afkomstige kwartet in refreinen vaak gebruik maakt van lang aangehouden, repetitieve frases laat ruimte voor een kundig geweven, gevarieerd spel met backings die zowel ondersteunend kunnen zijn, als in tegenmelodie of een canon geplaatst kunnen worden. Alles samen genomen levert dit een heel aantal pareltjes in songschrijverij op (zoals 'Long' en 'Nephews') die zich vlot kunnen meten met het beste dat pakweg Mercury Rev en Snow Patrol te bieden hebben. Een aanzet naar een avontuurlijk einde vormt het walsend naar een hypnotische climax aanzwengelende 'Circling', waarna het bij het door autotune gedomineerde '(Something)' helemaal trippy wordt, een lijn die Porridge Radio op het afsluitende 'Homecoming Song' verder doorgetrekt.

In zijn geheel is 'Every Bad' een meeslepende, grootse altrockplaat resulterend uit een vruchtbare symbiose van postpunk, jaren 90-rock en melancholische pop.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


zaterdag 29 februari 2020

Le Butcherettes – 'Don't Bleed': van lofi naar electropop


Doorheen de jaren heeft electronica een steeds groter wordende invloed uitgeoefend op de sound en stijl van Le Butcherettes, wat een (voorlopig) culminatiepunt vindt in de zeven nummers tellende, minder dan twintig minuten durende 'Don't Bleed'-ep waarop eigenlijk nauwelijks nog sprake is van gitaarrock.


Terwijl opener 'Wounds Belong to Me' een erg minimalistische, uiterst lofi opgenomen folky song is, neigen het vinnige 'Out for You' en het loomgroovende 'Don't Bleed, You're In the Middle of the Forest' nog naar electrorock. Vervolgens evolueert de plaat stilistisch (via een soort jaren 80-clubmuziek tussenhalte) in sneltempo richting onversneden hedendaagse pop. Waar 'Love Someone' toewerkt naar een melodieus refrein, eindigt de ep dreigend en donker sfeervolle met het aan een duistere, slepend trage beat opgehangen, bezwerende 'Boom'.

Op 'Don't Bleed' verkennen Teri Gender Bender en de haren met andere woorden steeds meer nieuw terrein waarbij de gitaar uiteindelijk helemaal wordt ingeruild voor de laptop.



zaterdag 22 februari 2020

Sleater-Kinney in Botanique (Brussel) op 21.02.20


Om maar met de deur in huis te vallen, krijg je meteen een dubbele “Ja” als antwoord op de twee hamvragen “Wordt Janet Weiss gemist?” en “Staat Sleater-Kinney er nog steeds als groep?” Terwijl je moet toegeven dat de oudere nummers een tikkeltje van de punch van weleer verloren, kan je er anderzijds ook niet naast kijken dat Sleater-Kinney ondertussen een ander soort band is geworden die daar ook niet noodzakelijk meer op mikt.


Het openende post-reunie trio 'The Center Won't Hold', 'Hurry on Home' en 'Price Tag', waartijdens Carrie Brownstein zich met haar visuele performance, expressief gebrachte zangprestaties en soepele, vloeiende gitaarspel opwerpt als zwaartepunt van het kwintet, maken dit al snel duidelijk. Songstructuren, het galmende, van synths voorzien geluid en de eighties geïnspireerde lichtshow laten het geheel aanschurken tegen een soort industrial new wave. Waar de totaalsound (ondanks dat de derde gitaar en keyoard vaak verdwijnen tijdens oud materiaal) hier constant in min of meerdere mate door beïnvloed blijft, treedt Corin Tucker via onder meer 'Jumpers' steeds feller op de voorgrond.

In een strakke, vloeiende, van veel vaart voorziene uitvoering, wisselen recent en klassiek materiaal elkaar in sneltempo af. Brownstein gaat tekeer op haar gitaar alsof haar leven ervan afhangt, en Tucker haalt geregeld de zo typerende oerschreeuw naar boven. Na goed 75 minuten bereikt de reguliere set zo een culminatiepunt in het afsluitende 'Entertain'. Als eerste bisnummer krijgt de ingetogen ballad 'Broken' een passende, enkel uit piano en zang bestaande podiumversie mee. Weer op volle getalsterkte, wordt de gashendel vervolgens nog een tiental minuten weer helemaal opengedraaid om definitief te eindigen met het ouderwets altrockende 'Dig Me Out'.

Het optreden in een uitverkochte Orangerie van de Botanique bewees dat het vernieuwde Sleater-Kinney nog steeds een ijzersterke liveband is, die weliswaar het roer onlangs drastisch omgooide. Een waardeoordeel hangt dan ook af van ieders persoonlijke smaak.

https://www.facebook.com/overfromunderground/


donderdag 20 februari 2020

Heimat in Café Central (Brussel) op 19.02.20


In de vier jaar die tussen de titelloze debuutplaat en het heden ligt, wist Heimat zich duidelijk een aardige reputatie op te bouwen. In het ruime Café Central is het namelijk volop wemelen, drummen en uiteindelijk zelfs koppen lopen reeds lang voor het Straatsburgse duo aan de set begint.


Nauwelijks een minuut of vijf nadat ze het podium betraden, en laptop, synths en microfoon inplugden trappen Olivier Demeaux en Armelle Oberlé af met 'So Traurig'. Na deze eerder rustige aanvang laat het hieropvolgende nieuwe nummer met zijn agressieve beats het andere einde van het door het combo bestreken spectrum zien. 'Tot und Hoch' is vervolgens het geknipte recept om de hele zaal mee te zuigen in een kolkende roes. Openend met een (in de cultuurhistorische betekenis van het woord) romantisch aanvoelende aanhef, schiet de song halverwege abrupt in Heimats kenmerkende dynamische, drukke en opzwepend groovende, complexe beat, die veelal steunt op een pompende basdreun waarrond een heleboel lichtvoetigere percussie, bezwerende melodietjes en sfeerscheppende sounds cirkelen. De intensiteit zal van dan af aan niet meer zakken.

Met het aura, het timbre en de zanglijnen van een sirene uit legendes en sagen hypnotizeert Oberlé bij wijze van spreken de toehoorders. Het klankenpallet van het afwisselend gehanteerde Duits en Italiaans past ook perfect in deze optiek. Met het vooruitgeschoven 'Unterwegs' kondigde Heimat onlangs aan dat later dit jaar een tweede release in de rekken zal liggen. Waar deze single deze avond niet naar de planken gebracht wordt, zijn de twee gespeelde onuitgegeven songs snediger en krachtiger van aard. Zo passen ze perfect bij ouder werk zoals 'Pompei' en 'Trocadéro'.

Wegens een (te) lang uitgelopen voorprogramma en een tijdsbegrenzing op nachtlawaai zit de duidelijk felgesmaakte show er tamelijk snel verplicht op. Na een goed half uur vormt een intens, opzwepend en uitermate dansbaar 'Wieder Ja!' immers alreeds het slotakoord van een dito liveperformace. Wie er niet bij kon zijn of er niet genoeg van kreeg, kan morgen (21.02) overigens nog terecht in Doornik (Water Moulin).

https://www.facebook.com/overfromunderground/


dinsdag 18 februari 2020

SUO in café Chaff (Brussel) op 17.02.20


Dat SUO Saara Untracht-Oakners soloproject is, betekent niet dat ze in haar eentje het podium betreedt. Momenteel toert de drijvende kracht achter garagerocktrio Boytoy immers door Europa met een vijfkoppige begeleidingsgroep die uit erg geschoolde muzikanten bestaat.


In café Chaff aan het Brusselse Vossenplein wordt overtuigend afgetrapt met 'Time Junkie'. Terwijl het jeugdig ogende begeledingskwintet muzikaal spelenderwijs uitblinkt (zowel individueel als qua samenspel) en een goed gestoffeerde, frivole swingsound neerlegt, is het Untracht-Oakner die er met haar meer garagepunkgeörienteerde gitaarpartijen voor zorgt dat het geheel niet al te zoetsappig voor de dag komt. Door die inkleding brengt SUO naar voor dat - hoe genredivers nummers als het rauwrockerige 'Suffer', het oldiespopgetinte 'Honey I'm Down' of het bedwelmende 'Who's It Gonna Be' ook mogen zijn - telkens een catchy, meeslepende song aan het live gepresenteerde eindproduct ten grondslag ligt.

Op twee nummers na put de volledige set logischerwijze uit het vorig jaar verschenen debuutalbum 'Dancing Spots and Dungeons'. In een ongedwongen sfeer zetten Untracht-Oakner & co een levendige, spitant groovende prestatie neer die regulier afsluit met een snedig 'Mr All', waarna ook nog eenmaal ingegaan wordt op een verzoek voor een toegift. De New Yorkse frontvrouw en het Chaffcafé matchen onmiskenbaar goed met elkaar. Na een aantal keer Boytoy blijkt nu ook SUO een schot in de roos op het intimistische podium.



zondag 16 februari 2020

ShitKid – 'Duo Limbo/'Mellan himmel å helvete'': heavy altrock


Waar ShitKid ten tijde van de eerste twee platen, toen het project van Åsa Söderqvist nog als duo opereerde en een soort experimenteel singersongschrijverschap bracht, liveshows steevast gepaard liet gaan met een choreografische pastiche op hardrock, is 'Duo Limbo/'Mellan himmel å helvete'' alreeds de tweede plaat op rij waarop de Zweedsen zelf grossieren in een erg heavy rockvariant. Om tot de gepresenteerde sludgy, grungy alternatieve rock te komen, kregen Söderqvist en vaste kompaan Lina Molarin trouwens behoorlijk wat (zijn stempeldrukkende) hulp van enkele indrukwekkende namen uit het genre, zijnde Melvins Buzz en Dale, en Buttthole Surfer Paul Leary.


Strikt genomen bevat de plaat slechts vier originele, nieuwe nummers. Elk van dezen verschijnt in twee uitvoeringen op het album, namelijk één met een Engelse tekst en één in een Zweedse vertaling hiervan. De overige productionele verschillen zijn miniem. Daardoor krijgt de (qua songmateriaal) feitelijke ep wel het allure van een lp. Zeker als je er nog bijrekent dat een in vier seconden uitgesproken zinnetje aangaande het halen van bier ook twee keer als track wordt meegeteld.

Terwijl 'Get Jealous' opgehangen is aan een zware, repetitieve riff, zijn 'Feels Like the Movies' en 'Anger MGMT' ware slepers, en krijg je in 'Eagles Over America' een catchy punkrockinvloed te horen. De vocalen klinken telkens scherp en intens. Shitkid combineert op die manier nu al twee releases lang aanstekelijke rock met een wat weirde vibe, wat niet wegneemt dat een zeker heimwee naar de muziek op 'This Is It' blijft sluimeren.



zaterdag 8 februari 2020

Chastity Belt/Loose Tooth: 'The Process'/'Lonely': perfecte match


Slechts enkele maanden na de release van hun recentste plaat komt Chastity Belt alweer met nieuw werk op de proppen; dit onder de vorm van een splitsingle met Loose Tooth. Laatsgenoemde's 'Lonely' sluit overigens stilistisch naadloos aan bij eerder materiaal van de Seattleites, waardoor je vast en zeker over een prima match kan spreken. Meer dan om het even waar op hun eerdere ep of lp bezigt het Australische trio immers vintage Chastity Belt-gitaarpartijen met bijpassende kadans. De zuivere, dynamische vocalen en de energieke, catchy gitaarpopzanglijn tijdens het refrein drukken dan weer ruimschoots voldoende hun eigen stempel.


Het openende 'The Process' zou zo maar de titel van het nieuwe clublied van Anderlecht kunnen zijn, maar wijst in dit geval op Julia Shapiro's in positieve zin evoluerende, thematische worsteling met levensangst en neerslachtigheid. In een heldere, veel galm gebruikende productie klinkt Chastity Belts deel van het werkstuk namelijk verrassend frivool, grotendeels te danken aan de gebalde, krachtige, repetitieve riff waar de song aan opgehangen is. Terwijl Shapiro's zangstijl ingetogen blijft, komt Chastity Belt hierdoor in zijn geheel veel energieker en uitbundiger voor de dag dan op elk moment van de vorig jaar verschenen titelloze langspeler het geval was.



dinsdag 21 januari 2020

The Rare Forms – 'The Rare Forms': snedige, opzwepende altrock


The Rare Forms' opzwepende debuutlangspeler grossiert volop in krachtige, donkere en energieke gitaarrock. Het album gaat hard en snedig van start, en houdt het gaspedaal de eerste zeven songs helemaal ingeduwd.


Ondersteund door een dynamisch groovende ritmesectie, en sporadisch aangevuld met een sfeervol retro-orgel, trekken een solide ritmegitaar en een hier zwierig en overvloedig op inspelende lead een meeslepende gitaarmuur op. Daarboven klinkt frontvrouw Kristin Leonard, die je al kan kennen als drumster bij The Shivas, vocaal karaktervol, enigszins enigmatisch en toonvast. Het vijftal uit de Amerikaanse noordwesthoek weet de aldus gepresenteerde alternatieve rock binnen de afgebakende grenzen moeiteloos verschillende richtingen uit te sturen, zoals rock-'n-roll ('Under the Sheets') (post)punk ('Cult Camp') en speedrock ('White Feather Treatment').

Tegen het einde toe evolueert de plaat meer richting garage met onder andere de op oldies pop geïnspireerde ballad 'Love Song' (die met haar lichte, etherische gothic feel aan de Dum Dum Girls tegen het eind van hun bestaan herinnert) en het meer lichtvoetige, up tempo 'Who I See'. Afgesloten wordt dan weer met het vintage Sreaming Trees-nummer 'Haunting Me' waarop je haast zou durven zweren de Conner-broers aan het werk te horen.

The Rare Forms' lp-debuut knettert van de energie, klinkt edgy en ligt tegelijkertijd toch erg goed in het oor, waardoor eens te meer bewezen wordt dat gitaarrock ook heden ten dage best nog spannend uit de hoek kan komen.

https://www.facebook.com/overfromunderground/?ref=bookmarks